Hogeschool van Amsterdam

Studieprogramma

De opleiding Toegepaste Wiskunde duurt vier jaar. De jaren zijn verdeeld in vier blokken. De lesuren bestaan uit colleges en projecten die aansluiten op de theorie. Die colleges volg je met ongeveer 30 studenten, erg overzichtelijk dus! Ook is er veel ruimte voor zelfstudie.

In het eerste jaar oriënteer je je op het vakgebied. In de twee jaar daarna verdiep je je verder in de verschillende discipline. In jaar 3 doe je ook een minor van een halfjaar. Het laatste jaar bestaat uit een afstudeeropdracht en een stageperiode.

De opleiding is als volgt opgebouwd:

Jaar 1

Het eerste jaar van je opleiding, de propedeuse, is vooral oriënterend. Je maakt kennis met de verschillende aspecten van het vak, zowel toegepaste wiskunde als zuivere wiskunde. In dit jaar krijg je colleges in vakken als Calculus, Financiële Wiskunde, Statistiek, Lineaire Algebra en Operations Research. Ook is er ruimte voor projecten, waarbij je bijvoorbeeld een probleem oplost in Excel of een praktijkopdracht waarbij je bijvoorbeeld een routeprobleem moet oplossen.

Jaar 2

In het tweede jaar staat de verbreding en verdieping van je theoretische kennis en vaardigheden centraal. Uitgangspunt daarbij is toekomstgericht handelen: als toegepast wiskundige moet je vaardig kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Je volgt hiervoor vakken als Data-analyse,

Operations Research, Statistiek en Financiële wiskunde. Daarnaast ga je aan de slag met een groot actueel project. Het zou zo bijvoorbeeld zo maar kunnen zijn dat je voor SAIL Amsterdam grote wiskundige modellen moet maken.

Jaar 3

In jaar 3 en 4 verdiep je je verder. Je doet een project: Je ontwikkelt bijvoorbeeld een communicatiegame voor betere communicatie tussen (potentiële) studenten op de hogeschool. Je doet ook een minor en een afstudeeropdracht. In het derde jaar besteed je ook een deel van de tijd aan een minor. Dit is een samenhangend keuzeprogramma van een half jaar. De minor heeft als doel je kennisgebied te verbreden of te verdiepen. Je kiest de minor waarmee jij je wilt profileren en je ambities kunt verwezenlijken. Dit kan binnen of buiten Toegepaste Wiskunde zijn. Studenten die uitblinken kunnen in het derde jaar ook extra lessen Wiskunde volgen bij de VU in het kader van de doorstroomminor Business Analytics.

Jaar 4

Het laatste jaar houd je je bezig met een afstudeeropdracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een grote praktijkopdracht voor een verzekeringsmaatschappij, bank, adviesbureau of onderzoeksinstelling. Je werkt dan aan een concreet probleem op het gebied van wiskunde of statistiek. Tot slot ga je in dit jaar op stage. Zo leer je de praktijk kennen en ervaar je wat het werk precies inhoudt. Voorbeelden van stageopdrachten zijn: Pensioenberekeningen maken voor zakelijke klanten op de afdeling Rekentechniek van een verzekeringsmaatschappij, een optimaal beladingsschema voor marineschepen maken of wiskundige methoden toepassen om te controleren of een computerprogramma goed werkt. Als je stage of afstudeeropdracht goed aansluit bij je opleiding, dan kun je ook naar het buitenland. Je moet je plek dan wel zelf regelen.

Gepubliceerd door  Faculteit Techniek 26 augustus 2020