Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Marineterrein

Zoeken naar verbinding met gemeenschappen op vele schaalniveaus

Het Marineterrein is een voormalig militair terrein in het centrum van Amsterdam. Lange tijd was het een geïsoleerd gebied middenin de stad, in handen van het Rijksvastgoedbedrijf en gebruikt door het ministerie van Defensie. Als door bezuinigen het ministerie van Defensie besluit om het gebied af te stoten, wordt gezocht naar manieren om het gebied over te dragen en verkopen, met als doel een nieuw stuk stad aan Amsterdam toe te voegen.

Gemeente Amsterdam en de Rijksoverheid willen het Marineterrein graag geleidelijk, in een organisch proces ontwikkelen, waarbij stapsgewijs de beste invulling voor het terrein wordt gevonden. Het idee is dat een organische gebiedsontwikkeling beter kan inspelen op een onzekere toekomst. Om de organische gebiedsontwikkeling kracht te geven zijn bij de start enkele beslissingen genomen. Zo wordt het terrein niet in een keer maar in delen ontwikkeld: een derde van het gebied wordt in 2015 opengesteld en de resterende twee derde wordt in juli 2018 opengesteld. Daarnaast wordt er geen eindbeeld geschetst, maar zijn een globaal gebiedsconcept en een stedenbouwkundig plan in de eerste plaats leidend. Inmiddels is de gebiedsontwikkeling van het Marineterrein een aantal jaren gaande, met het gevolg dat er voorzichtig iets gezegd kan worden over de doelmatigheid van organische gebiedsontwikkeling aldaar.

Gemeente Amsterdam en het Rijksvastgoedbedrijf hebben het Bureau Marineterrein opgericht dat zich ontfermt over de organische gebiedsontwikkeling door het gebied tijdelijk te exploiteren. De tijdelijke exploitatie geschiedt op basis van een gebiedsconcept, zoals is vastgesteld in de Strategienota. Maritieme kracht, waterpark en innovatieve werkplaats zijn hierin de belangrijkste thema’s. Op basis van de tijdelijke ontwikkelingen die plaatsvinden, wordt het gebiedsconcept stapsgewijs verder uitgewerkt. Na vele gesprekken en onderhandelingen is besloten om een toekomstbestendig innovatiedistrict te realiseren, met als belangrijkste thema’s wonen, technologie, duurzaamheid, sport, spelen en bewegen, en de maritieme omgeving. In de loop van de tijd is ook leren als centraal thema aan het innovatiedistrict toegevoegd. De gemeente Amsterdam heeft ondertussen de verantwoordelijkheid om het gebiedsconcept te vertalen naar een besluitvormend richtinggevend document dat de toekomstige ruimtelijke ordening van het gebied bepaalt als het gebied in juli 2018 vrijkomt.

Dat het gebiedsconcept globaal is, benadrukt de vele keuzemogelijkheden van de gemeente om het innovatiedistrict te vertalen naar een voorlopig stedenbouwkundig plan binnen reguliere wet- en regelgeving. Toch schetst de gemeente, in aanloop naar juli 2018, de contouren van een ruimtelijke orde, ondersteund door tekeningen met ruimtelijke verhoudingen, dichtheden en hoogten.

Medio 2018 komt er echter een kink in de kabel. Defensie heeft besloten haar aanwezigheid op het terrein te heroverwegen. Onder een nieuw kabinet meent Defensie dat het voor de nationale veiligheid beter is als Defensie aanwezig is in het centrum van Amsterdam. Hoewel over de precieze redenen wordt getwist, staat vast dat Defensie nadrukkelijker aanwezig zal blijven. De beslissing van Defensie heeft flinke gevolgen voor de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan. Het plan moeten worden herzien, voorzien van nieuwe tekeningen met nieuwe ruimtelijke verhoudingen. Het is een startsein voor nieuwe onderhandelingen, nu in samenspraak met Defensie. Intussen verstrijkt de tijd en heerst onzekerheid over de toekomstige ruimtelijke ordening van het Marineterrein.

Hoewel het aanpassingsvermogen van het stedenbouwkundig plan flink op de proef wordt gesteld, vinden alle onderhandelingen plaats binnen het idee van het gebiedsconcept van het innovatiedistrict. Middels het gebiedsconcept blijft het innovatiedistrict staan als huis. Het gebiedsconcept heeft bewezen bestand te zijn tegen onzekerheid en onvoorziene ontwikkelingen waarmee de identiteit van het Marineterrein sterk is bepaald. Toch creëert het globale karakter van het gebiedsconcept op haar beurt ook een bepaalde vorm van onzekerheid over de toekomstige ruimtelijke ordening. Tot op heden is onbekend hoe het gebiedsconcept precies vertaald zal worden naar een stedenbouwkundig plan. De toekomst zal het leren. Niettemin krijg je door de organische gebiedsontwikkeling op het Marineterrein een interessante kijk op het bestand zijn tegen, en het tegelijkertijd omarmen, van onzekerheid.

Lilian van Karnenbeek, promovendus bij Wageningen Universiteit & Research

“Op het Marinterrein streven de gemeente Amsterdam en het Rijk een geleidelijke gebiedsontwikkeling na. Aanvaarding van deze geleidelijkheid resulteert in een stapsgewijs proces dat beoogt de beste invulling voor het terrein te vinden. Het idee is dat een geleidelijke gebiedsontwikkeling beter kan inspelen op een onzekere toekomst en risico’s kan inperken. Om de geleidelijke ontwikkeling van het Marineterrein kracht te geven zijn enkele initiële beslissingen genomen. Zo wordt het terrein niet in een keer maar in delen ontwikkeld: een derde van het gebied wordt in 2015 opengesteld en de resterende twee derde wordt in juli 2018 opengesteld. Daarnaast wordt er geen eindbeeld geschetst maar zijn een aantal principiële waarden leidend voor de gebiedsontwikkeling. Nu de gebiedsontwikkeling een aantal jaren van start is, kan voorzichtig iets gezegd worden over de doelmatigheid van de geleidelijke gebiedsontwikkeling.”

“De eerste jaren hebben Gemeente Amsterdam, het Rijksvastgoedbureau en het Bureau Marineterrein zich wekelijks gebogen over de principiële waarden van het gebied. Na vele gesprekken en onderhandelingen wordt besloten om een toekomstbestendig innovatiemilieu te realiseren, met kernwaarden als innovatie, educatie en duurzaamheid. Deze kernwaarden zijn bepalend voor de tijdelijke ontwikkelingen op de vrijgekomen stukken grond en richtinggevend voor de definitieve ontwikkelingen als het gebied in juli 2018 vrijkomt. In aanloop naar juli 2018 worden de contouren van een ruimtelijke orde steeds gedetailleerder geschetst, vastgelegd in tekeningen met ruimtelijke verhoudingen en ideeën over grondeigenaarschap. Medio 2018 komt er een kink in de kabel. Defensie heeft besloten niet haar biezen te pakken; de gemaakte afspraken over het vertrek van Defensie worden in de wind geslagen. Onder een nieuw kabinet meent Defensie dat het voor de nationale veiligheid beter is als Defensie een militaire locatie heeft in het centrum van Amsterdam. Hoewel over de precieze redenen wordt getwist, staat vast dat Defensie het terrein niet volledig verlaat.”

“De beslissing van Defensie heeft flinke gevolgen voor de definitieve ontwikkelingen. De plannen moeten worden herzien, voorzien van nieuwe tekeningen, nieuwe ruimtelijke verhoudingen en een nieuw idee over grondeigenaarschap. Het is een startsein voor nieuwe onderhandelingen, nu in samenspraak met Defensie. Intussen verstrijkt de tijd en heerst onzekerheid over de ontwikkeling van het gebied. Het aanpassingsvermogen wordt flink op de proef gesteld en ook de kracht van de gestelde kernwaarden wordt getest. Tot op heden vinden de onderhandelingen plaats binnen de gestelde principiële waarden. Met stappen vooruit en achteruit wordt langzaamaan het gebied ontwikkeld. Het betreft dus een zeer geleidelijke ontwikkeling, maar wel een die wordt gekenmerkt door een flinke mate van onzekerheid. Het voorbeeld van het Marineterrein laat zo zien dat een geleidelijke benadering voor ruimtelijke ontwikkeling als strategie om risico’s te verminderen in een onzekere toekomst niet dit effect heeft. De vraag is in hoeverre de kernwaarden uiteindelijk houvast bieden voor de ruimtelijke orde van het terrein. De toekomst zal leren of, en hoe, de kernwaarden vertaald worden naar een normstelling voor definitieve ontwikkeling.”

Menno van der Veen, onderzoeker bij Universiteit van Amsterrdam

“Het Marineterrein was een geïsoleerd militair terrein, in het centrum Amsterdam. Het terrein heeft zich letterlijk ommuurd ontwikkeld. Nu het – in ieder geval voor een deel – publiek toegankelijk is en in zekere zin een ‘normaal’ deel van Amsterdam, doet de vraag zich voor hoe het een relatie moet aangaan met de directe omgeving en wie die omgeving eigenlijk is. Rond het Marineterrein bevindt zich een echte buurt, Kattenburg, met typische wensen en problemen op het gebied van groen, veiligheid, (betaalbaar) wonen en voorzieningen. Maar de directe omgeving is net zo goed een van de meest grootstedelijke plekken van Nederland die haar identiteit ontleent aan het gegeven dat Amsterdam de hoofdstad is en daarmee een (inter-) nationaal knooppunt van bedrijven, mensen en voorzieningen.”

“In de eerste fase van de participatie rond het Marineterrein is daarom ingezet op het onderscheiden van verschillende kringen van betrokkenen en is getracht om naast de bedrijven en omwonenden ook een bredere groep te betrekken. Het terrein roept veel interesse en enthousiasme op, maar de ruimte voor participatie op het ‘brede’ stedelijke niveau is beperkt omdat het rijk met de gemeente de identiteit voor het terrein grotendeels heeft vastgelegd. Actievoerders hebben wel succes gehad door een motie af te dwingen waarin de gemeenteraad voor meer (betaalbare) woningen heeft gestemd.”

“De huidige participatie rond het Marineterrein kent een spagaat: enerzijds wil het bureau Marineterrein een directe relatie aangaan met de buurt. Daarbij staat het nu, de tijdelijke programmering van het terrein centraal. Anderzijds is de gemeente verantwoordelijk voor het organiseren van participatie met het oog op de ontwikkeling in de nabije toekomst. Voor de directe omgeving, de omwonenden, lopen die twee thema’s in elkaar over. Het huidige gebruik van het terrein en de toekomstige bebouwing zijn voor hen soms lastig uit elkaar te houden en zeker voor degenen die bijvoorbeeld pleiten voor laagbouw en een groen en duurzaam karakter van de publieke ruimte. Toch, mede dankzij de vele activiteiten die bureau Marineterrein voor de omgeving organiseert, lijken veel mensen inmiddels te begrijpen dat zij hun wensen en grieven voor het huidige gebruik met het bureau moeten delen en hun visie op de permanente ontwikkeling (de nieuwe bebouwing) met de gemeente. Mijn indruk is dat de combinatie van nieuwsbrieven, ‘bijpraat-bijeenkomsten’ en uitnodigingen voor specifieke evenementen het actieve deel van de omgeving het gevoel geeft dat er waar mogelijk in ieder geval met hen wordt overlegd en afgestemd.”

“Mijn eigen onderzoek richt zich op de kansen die het terrein biedt voor het afsluiten van een ‘omgevingscontract’. Dit contract wordt afgesloten tussen de ontwikkelaars (in dit geval de gemeente, mogelijk Defensie en Bureau Marineterrein) en omgeving. Het is een relationeel contract dat zich tot doel stelt concrete afspraken te maken over voorzieningen en programmering, maar ook gezamenlijke waarden beoogt vast te leggen en een proces dat zinvolle participatie verzekert. In dat contract probeer ik, door het project duidelijk te omschrijven en een goed onderscheid te maken tussen de tijdelijke en de permanente programmering, de spagaat te overstijgen en uiteindelijk één ‘participatiegemeenschap’ te creëren. Dat gaat redelijk, maar het zal moeten blijken of bureau Marineterrein voldoende ruimte ziet om ook wensen van de buurt die schuren met haar prioriteiten te incorporeren. Een andere vraag is of de verschillende partijen in de omgeving – ik richt me vooral op de buurt – in staat zijn om te benoemen waar zij gezamenlijk voor staan en waar zij aan willen meewerken of dat zij elkaar toch vooral zullen vinden in de vorm van een tegenkracht tegen ontwerpen voor de permanente invulling waarvoor men een muur aan hoogbouw vreest die het uitzicht blijvend zal belemmeren.”

Tijdlijn

2013: - Bestuursovereenkomst Rijksvastgoedbedrijf en Gemeente Amsterdam getekend

- Strategienota getekend

2014: Bureau Marineterrein ingesteld

2015: De Voorwerf wordt opengesteld; eerste ondernemers vestigen zich in het gebied

2016: - Een nieuwe brug verbindt het terrein met de Dijksgracht (doorgaande route richting Centraal Station)

- Kade West wordt opengesteld; terrein wordt geleidelijk steeds meer toegankelijk

2017: College van B&W stemt in met Principebesluit

2018: Defensie besluit het terrein toch niet te verlaten

2019: Nieuwe onderhandelingen tussen Rijk en Gemeente. Toekomstige ontwikkeling is onzeker.

Gepubliceerd door  Urban Technology 19 mei 2020