Hogeschool van Amsterdam

Pilot profielwerkstuk voor betere aansluiting

23 mrt 2021 11:28 | Studentenzaken

De Topsport Academie Amsterdam (TAA) - de afdeling die verantwoordelijk is voor HvA topsportbeleid - en VO-school voor jeugdvoetballers en -sters van Ajax ‘School van de Toekomst’ onderzoeken met een kleinschalige pilot of een andere invulling van het profielwerkstuk de aansluiting met het hbo kan verbeteren. Tijdens de pilot werken 10 leerlingen aan hun profielwerkstuk over een onderwerp dat aansluit bij een vervolgopleiding naar keuze, onder begeleiding van een topsportcoördinator van de HvA en een docent van de School van de Toekomst.

De Topsport Academie Amsterdam (TAA) biedt topsporters de mogelijkheid om hun sportcarrière succesvol te combineren met een HvA-opleiding naar keuze. De HvA had al topsportbeleid met de Johan Cruyff Academie (JCA), maar met de komst van de TAA in 2014 is het mogelijk geworden om iedere HvA-studie met topsport te combineren. Na het ontvangen van de HvA Topsportverklaring krijgen topsportstudenten ondersteuning en begeleiding bij de combinatie topsport en studie. Ook is de TAA actief op het vlak van aansluiting en student- en medewerkersbegeleiding. Belangrijk speerpunt is het onderhouden van contact met scholen en leerlingen in het voortgezet onderwijs, en zorgen voor een soepele overgang naar en een warm welkom op de HvA. De TAA houdt zich daarnaast ook bezig met eventuele doorstroom naar de UvA/VU en het werkveld.

De school van de Toekomst is een VO-school voor jeugdvoetballers van Ajax op sportcomplex De Toekomst. De school is ontstaan uit een jarenlange samenwerking tussen Ajax en het Calandlyceum en is een officiële nevenvestiging van de middelbare school in Amsterdam-West. In de School van de Toekomst krijgt een selectie jeugdspelers (teams Ajax Onder-15 en hoger) onderwijs van een vast team van docenten en andere begeleiders, met als doel hun onderwijs naadloos te laten aansluiten op hun trainingsschema.

Voorsorteren op een ‘zachte landing’

Nina van Huissteden werkt bij de TAA als aanvoerder van het team van topsportcoördinatoren in de HvA: “In elke faculteit van de HvA is een topsportcoördinator actief die topsportstudenten begeleidt. Mijn rol is om die mensen aan te sturen. Maar ook om HvA-breed overzicht te bewaren en input te leveren op de verschillende portefeuilles waarmee de coördinatoren werken. Ik vertaal daarbij HvA-breed beleid naar concrete activiteiten. Bijvoorbeeld op het gebied van instroom en voorlichting, wet- en regelgeving, studentenzaken en digitalisering, duurzaamheid en diversiteit in ons onderwijs. Zelf heb ik de portefeuille onderzoek. Zo onderzoek ik bijvoorbeeld in opdracht van NOC*NSF het studiesucces van topsportstudenten op landelijk niveau, houd ik me bezig met de topsportvriendelijkheid van de HvA, werk ik mee aan de aanvraag voor de nieuwe associate degree opleiding Sport (Topsport en talentcoach) en ben ik als onderwijsontwikkelaar en onderzoeker verbonden aan Erasmus+ projecten.”

Vanuit de portefeuille studentenzaken, onderwijs, instroom en voorlichting, is Nina ook mede-initiatiefnemer van de pilot profielwerkstuk, waarin de TAA en de School van de Toekomst samen optrekken: “De relatie tussen Ajax, het Calandlyceum en de HvA bestaat al jaren, en sinds de School van de Toekomst is geopend is onze samenwerking intensiever geworden,” vertelt ze. “In een gesprek met decaan en zorgcoördinator Richard Iedema, docent en profielwerkstukcoördinator Milou Spierings en HvA-topsportcoördinator van FOO Michael Laarman ontstond het idee om samen aan de slag te gaan met het profielwerkstuk. Bij de School van de Toekomst bestond namelijk de behoefte om het profielwerkstuk voor de topsport leerling meer inhoud te geven en in een nieuwe structuur vorm te geven, en tegelijkertijd hebben we door de jaren heen ervaren dat het voor leerlingen vaak lastig is om op hoog niveau te sporten, te studeren én zich tegelijkertijd te oriënteren op het hoger onderwijs. De overstap naar het hoger onderwijs blijkt daarna dan ook vaak lastig. In de pilot profielwerkstuk komen al deze onderwerpen samen: we geven het profielwerkstuk meer inhoud, laten de leerlingen actief nadenken over hun toekomst en sorteren voor op een ‘zachte landing’ in het vervolgonderwijs.”

In de pilot profielwerkstuk komen verschillende behoeften samen: we geven het profielwerkstuk meer inhoud, laten de leerlingen actief nadenken over hun toekomst en sorteren voor op een ‘zachte landing’ in het vervolgonderwijs.

Verbinding met vervolgstudie

Binnen de pilot wordt het profielwerkstuk daarom ingericht op een manier die zorgt voor meer verbondenheid met een eventuele vervolgstudie. Op dit moment doen 10 leerlingen van de School van de Toekomst mee. De pilot is gestart met een groepsbijeenkomst waarin de HvA voorlichting gaf over studeren aan het hbo, het combineren van topsport en een studie, het kiezen van een studierichting of opleiding en de mogelijkheden op het gebied van studieloopbaanbegeleiding. Vervolgens onderzochten de leerlingen individueel welke opleiding van de HvA het beste aansloot bij hun interesses en kozen ze binnen dat kader een onderwerp voor het profielwerkstuk. Nina: “De leerlingen kiezen zo een onderwerp dat ze leuk en interessant vinden, en tegelijkertijd aansluit bij een mogelijke vervolgopleiding. We hopen dat het profielwerkstuk op deze manier, met de juiste begeleiding, bijdraagt aan een passende studiekeuze en een ‘zachte landing’ bij de opleiding.”

Hoe ziet die begeleiding er dan uit? “Iedere leerling is gekoppeld aan de faculteitstopsportcoördinator van de gekozen opleiding, die de functie van opdrachtgever vervult. De opdrachtgever kan inhoudelijke vragen beantwoorden, helpen zoeken naar literatuur, en kan de leerling in contact brengen met de opleiding waar hij of zij wellicht gaat studeren. Zo zetten we een eerste stap naar het opbouwen van een netwerk en het maken van contact met het hoger onderwijs. De verdere inhoudelijke begeleiding van het profielwerkstuk ligt bij een docent van de School van de Toekomst. Bij het gezamenlijke startmoment van het profielwerkstuktraject gaat een docent van de HvA in op de verschillende vaardigheden die vereist zijn bij het maken van een profielwerkstuk, en ook ontvangen de leerlingen een reader met instructies en een tijdpad. De afsluiting van het profielwerkstuk-traject is een presentatie van de leerling in aanwezigheid van de begeleider, ouders en opdrachtgever.”

Contact zoeken = spannend

De leerlingen zijn op dit moment zelfstandig aan de slag met het profielwerkstuk. Hun voortgang houdt Nina in de gaten door regelmatig contact te houden met de opdrachtgevers en begeleidende docenten. Wat opvalt is dat de leerlingen het vaak lastig vinden om contact te zoeken met hun opdrachtgever en betrokkenen bij de vervolgopleiding. “Wat ik merk is dat ze het heel spannend vinden om contact op te nemen en dat ze niet goed weten waar ze terecht kunnen. Eigenlijk zie je dat bij elke studiekiezer. Zeker nu alles online is. Dat creëert afstand. Het wordt alleen maar moeilijker voor leerlingen om de drempel over te stappen en mensen van de vervolgopleiding te benaderen.”

Om die drempel te verlagen hebben de docenten en topsportcoördinatoren van de HvA de deelnemende leerlingen uitgenodigd om een kijkje te komen nemen op de faculteit. “Dat is nog niet bij iedereen gelukt,” vertelt Nina. “Enerzijds komt dat doordat de trainingsplanning het maken van een afspraak bemoeilijkt, maar anderzijds speelt ook de afwachtende houding van de leerlingen zelf een rol. Misschien is die stap gewoon nog te groot.”

Verschillende doelgroepen

Als het gaat om resultaten is het wachten op de finale van het project, wanneer de leerlingen hun profielwerkstukken presenteren. Dat zal gebeuren op 7 april 2021. “We hopen dat dat een netwerkmoment wordt, en dat de leerlingen hun opdrachtgevers dan beter weten te vinden.” zegt Nina. Of de pilot daadwerkelijk bijdraagt aan een betere aansluiting met het vervolgonderwijs moet blijken uit de evaluatie. Dat wordt gemeten op basis van het individu: “We zullen iedere leerling naar zijn ervaringen vragen. We gaan na of er contacten zijn gelegd en of de sporter een goed beeld heeft gekregen van de opleiding en de knelpunten en mogelijkheden die de combinatie van topsport en studeren met zich meebrengen.”

Als de pilot succesvol blijkt willen de initiatiefnemers onderzoeken of deze aanpak ook bij andere groepen leerlingen kan worden ingezet. Nina: “We hopen volgend jaar alle topsport/talent leerlingen van het Calandlyceum mee te nemen in een tweede pilot. Dat zijn er ongeveer 50. Hierover worden nog gesprekken gevoerd. De geleerde lessen uit de twee pilots willen we dan meenemen om uit te breiden naar misschien wel alle sporters die bij de HvA komen studeren, of misschien ook wel naar andere doelgroepen.” Een voordeel van deze nieuwe aanpak binnen het profielwerkstuk is volgens Nina dat het een heel concreet project is om aansluiting mee te bevorderen. Wel is het nog een zoektocht hoe het voortgezet onderwijs en het hbo dit in de toekomst samen duurzaam kunnen vormgeven. “Waar we nog onderzoek naar moeten doen is hoe we een initiatief als dit kunnen verankeren in beide organisaties. Hoeveel uren moeten eraan worden besteed? Door wie? En wie betaalt dat? Daar moet goed over nagedacht worden. Hoe dan ook is het altijd een goed idee om studiekiezers fysiek in contact te brengen met een opleiding, zodat ze kunnen zien hoe het er daar aan toegaat.”

Samen verantwoordelijk

Binnen het profielwerkstuk wordt van leerlingen al flink wat aan onderzoeksvaardigheden gevraagd. Dat zijn skills die je op het hbo ook nodig hebt. Door in contact te zijn met professionals uit het hbo kunnen leerlingen het hbo-instapniveau alvast verkennen. Maar niet alleen in het contact tussen leerlingen en het hbo valt nog terrein te winnen. Ook onderwijsinstellingen moeten in contact blijven en zijn met elkaar over de leerlingen die eraan komen, vindt Nina. “Er is vanuit het hbo niet altijd voldoende transparantie over het verwachte beginniveau en in het voortgezet onderwijs wordt niet altijd genoeg aandacht geschonken aan de hbo-vaardigheden die de leerling nodig zal hebben. Het voortgezet onderwijs mag, in sommige gevallen, iets meer sturen op de eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de leerling, terwijl het hbo eerstejaarsstudenten soms juist iets meer ondersteuning mag bieden en iets minder van ze moet verwachten. Dat maakt het uiteindelijk voor iedereen makkelijker. We zijn samen verantwoordelijk voor het organiseren van die zachte landing.”