Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Gymmermansoog

Gymmermansoog is een gesubsidieerd onderzoeksproject dat gymleraren ondersteunt in hun nieuwe rol: het verbeteren van de motorische ontwikkeling van leerlingen en daarmee het terugdringen van overgewicht. Het project wordt met diverse consortium partners uitgevoerd. Subsidieverstrekker is RAAK-SIA.

Gymleraren in het Amsterdamse basisonderwijs krijgen in hun nieuwe rol via het Gymmermansoog-project kennis, vaardigheden en instrumenten aangereikt. Het leerlingvolgsysteem staat hierbij centraal. Dit systeem bestaat uit een motoriektest (gebaseerd op de 4ss-en motoriekscan) en het meten van de BMI. Hiermee wordt de motorische ontwikkeling eenvoudig uitgedrukt in maat en getal.

Aan de monitoring wordt een zorgprotocol verbonden. De gymleraar kan zo een kind dat achterloopt in de gemiddelde ontwikkelcurve doorverwijzen naar de JGZ. Het is hierbij belangrijk dat alle betrokkenen – scholen, gymleraren, jeugdartsen en fysiotherapeuten – op dezelfde manier naar het kind kijken. 

Inactiviteit en overgewicht bij kinderen vormen een van de grootste problemen voor de volksgezondheid. In Amsterdam zijn meer dan 30.000 kinderen en jongeren te zwaar. Bewegingsonderwijs stimuleert de motorische ontwikkeling en is daarom een belangrijk middel om deze problemen aan te pakken.

Een goede motorische ontwikkeling helpt niet alleen bij overgewicht, maar is ook belangrijk voor het sociale en cognitieve welzijn van kinderen. De gemeente Amsterdam wil met initiatieven zoals de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht de gezondheid van haar bewoners verbeteren. De faculteit Bewegen, Sport en Voeding van de HvA is hierbij een betrokken partner. Vanuit het lectoraat Bewegen In en Om School brengt het MAMBO-project (Meten Amsterdams Motoriek Basisonderwijs) de motorische vaardigheid en BMI van basisschoolkinderen in kaart. 

Scholen hebben met de wet Passend Onderwijs een bredere zorgplicht en preventieve taak gekregen en moeten meer opbrengstgericht werken. De gymleraar heeft hierbij een belangrijke taak. Hij zorgt er voor dat kinderen meer en beter bewegen en signaleert tijdig wanneer een kind uit de pas loopt op het gebied van motoriek of gewicht. Daarbij hoort een intensievere samenwerking met de eerstelijnszorg, de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de gemeente.

Het is belangrijk dat alle partijen dezelfde methodiek gebruiken voor het meten van de motorische ontwikkeling. Op deze manier kunnen zij bij zowel cognitieve als motorische achterstand vroegtijdig passende zorg organiseren.

Gepubliceerd door  Urban Vitality 1 februari 2019