Hogeschool van Amsterdam

Centre of Expertise Urban Vitality

Oudere hartpatiënten: niet alleen zorg voor het hart

14 jun 2021 12:58 | Urban Vitality

Oudere cardiologische patiënten ontvangen in het ziekenhuis vooral zorg gericht op het functioneren van het hart. Maar dat is niet de enige factor die bepaalt hoe het met deze patiënten gaat als ze weer naar huis mogen: geriatrische problemen en leefstijlfactoren zijn ook belangrijk. Patricia Jepma onderzocht hoe we in de zorg voor deze patiënten de cardiologische en geriatrische behandeling kunnen samenvoegen. Op 8 juli promoveert Patricia op haar onderzoek.

Patricia Jepma

De richtlijn voor het behandelen van patiënten met cardiologische aandoeningen richt zich vaak op het verminderen van cardiovasculaire risicofactoren en het voorkomen van cardio-gerelateerd overlijden. Logisch, zou je zeggen. Maar voor oudere patiënten is deze richtlijn eigenlijk te beperkt. “Oudere patiënten hebben vaak te maken met verschillende geriatrische problemen die de behandeling complex maken”, zegt Patricia Jepma, docent aan de HvA-opleiding Verpleegkunde. “Denk aan ondervoeding, moeite met lopen, valrisico en de aanwezigheid van andere aandoeningen. Als je zulke problemen onvoldoende meeneemt in de behandeling, dan schiet deze te kort. Patiënten hebben dan een grotere kans om opnieuw in het ziekenhuis te belanden of te overlijden.”

Transmurale interventie

In een eerste deelstudie analyseerde Jepma cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over heropname en overlijden onder de doelgroep. “In de eerste week na ontslag is het risico daarop het grootst”, zegt Jepma. “De weken daarna houdt dat verhoogde risico aan. De zorg voor deze patiënten na ontslag is dus niet op orde. In een volgende deelstudie hebben we gekeken of we daar tijdens en na de ziekenhuisopname iets aan kunnen doen, door het combineren van geriatrische en cardiologische zorg.”

Symptoomverlichting

Werkt die aanpak? “Onder deelnemers aan de Cardiologische Zorgbrug zagen we in de zes maanden na de opname een hoog percentage ongewenste uitkomsten. Er was geen significant verschil tussen de interventiegroep en de controlegroep.” Die uitkomst betekent echter niet dat de interventie averechts werkt. Jepma: “We vermoeden dat de deelnemers aan de studie gemiddeld te kwetsbaar waren voor een intensieve transmurale interventie gericht op preventie. Zij zouden mogelijk meer baat hebben gehad bij palliatieve interventies die zich richten op symptoomverlichting en kwaliteit van leven.”

Combinatie

Het lijkt er dus op dat de onderzoekers niet de juiste patiëntengroep hebben geselecteerd. Jepma: “Er zijn veel voorspellende modellen die cardiologische hoogrisico-patiënten identificeren, maar deze zijn vaak van onvoldoende kwaliteit of combineren niet de cardiologische als geriatrische risicofactoren.” Zo werden deelnemers aan de Cardiologische Zorgbrug geselecteerd met een veelgebruikt model voor geriatrische problemen die bij opname speelden. “Het cardiologische aspect blijft in dit model vrijwel buiten beschouwing. We hebben een instrument nodig dat cardiologische en geriatrische aspecten combineert om beter te voorspellen wie een hoog risico heeft op ongewenste uitkomsten. In vervolgonderzoek moet blijken hoe we patiënten kunnen identificeren voor wie transmurale zorg met revalidatie kansrijk is.”

Motivatie

Daarnaast keek Jepma in haar onderzoek naar secundaire preventie bij oudere hartpatiënten: leefstijlveranderingen voor mensen die al ziek zijn. “In de cardiologische richtlijn zijn algemene aanbevelingen opgenomen over cardiovasculair risicomanagement. We hebben gekeken of die van toepassing zijn bij ouderen.” Ja, zo blijkt: oudere hartpatiënten hebben minstens zo veel baat bij leefstijlprogramma’s gericht op afvallen, bewegen en stoppen met roken als jongere patiënten. Jepma: “Ouderen die je zulke zorg niet geeft, hebben na twaalf maanden meer cardiovasculaire risicofactoren dan ouderen die de aanvullende zorg wel kregen. Dat verschil zagen we niet in de jongere groep. Daaraan zie je dat ouderen andere zorg nodig hebben dan jongere patiënten.”

Belangrijk bij ouderen is de motivatie voor leefstijlverandering. “Hoe bedreigender zij hun aandoening ervaren, hoe gemotiveerder ze zijn. Zonder dreiging of eerdere succeservaringen met leefstijlveranderingen vroegen patiënten zich al snel af wat voor zin het had om dieetaanpassingen te doen of minder alcohol te drinken. Kwaliteit van leven won het dan van gezondheid. Daarnaast zagen we dat veel patiënten moeite hadden om leefstijladviezen door te voeren in hun dagelijkse leven. Het is dus belangrijk om de zorg na ontslag uit het ziekenhuis goed te organiseren en de omgeving te betrekken.”

Patricia Jepma kreeg een NWO-promotiebeurs voor leraren. Ze promoveert op 8 juli aan het Amsterdam UMC. Promotoren zijn prof. dr. Wilma Scholte op Reimer (Amsterdam UMC) en prof. dr. Ron Peters (Amsterdam UMC). Copromotoren zijn prof. dr. Bianca Buurman (Amsterdam UMC en HvA) en dr. Corine Latour (HvA).