Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Voorzichtige verbanden: onderzoek beademing COVID-19-patiënten

8 apr 2021 10:03 | Urban Vitality

Jaarlijks belanden er in Nederland zo’n 100.000 mensen op de Intensive Care (IC). Veel van deze mensen worden invasief beademd: door middel van een slang in hun luchtpijp. Beademing is vaak levensreddend, maar kan ook schade aan de longen veroorzaken. Hoe zorg je ervoor dat deze zo minimaal mogelijk blijft, terwijl je de patiënt zo goed mogelijk ventileert en van zuurstof voorziet? Vanuit het lectoraat Critical Care onderzoeken docent-onderzoekers en studenten deze en andere vragen. Tijdens de COVID-19-pandemie voerden zij landelijk onderzoek uit om de beademing van COVID-19-patiënten in kaart te brengen.

‘Normaliter heeft één of twee procent van de IC-patiënten een aandoening aan de longen zo ernstig als die van COVID-19-patiënten’, legt Frederique Paulus uit. Ze is verpleegkundige, senior onderzoeker op de IC van het Amsterdam UMC, locatie AMC en bestuurslid van de beroepsvereniging V&VN. Sinds 2019 is ze verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) als bijzonder lector Critical Care. ‘Tijdens de eerste COVID-19-golf zagen we in twee maanden tijd wel duizend patiënten met ernstig zieke longen. Zij hadden forse beademing nodig om alle organen in het lichaam van voldoende zuurstof te voorzien.’

Frederique Paulus

Landelijke richtlijnen

In Nederland bestaan er goede richtlijnen voor het beademen van patiënten met zeer zieke longen. Paulus: ‘Toch zagen we dat er een enorme onzekerheid bestond over de beste vorm van beademen van deze nieuwe groep patiënten met COVID-19. Hier was veel debat over, aangezien we weinig kennis hadden van deze nieuwe ziekte. Beademen is niet zomaar een slang inbrengen bij een patiënt en een knop omdraaien. Je moet met diverse factoren rekening houden. Hoeveel zuurstof bied je bijvoorbeeld per ademhaling aan? Hoe groot zijn de ademteugen die worden gebruikt? En hoe hoog hou je de druk na een uitademing. Daar bestaan verschillende inzichten over. Wanneer je de druk aan het einde van een uitademing wat hoger houdt, blijven de longen mooi open. Het nadeel is dat je de longblaasjes oprekt, waardoor schade kan ontstaan. De onzekerheid en de verschillen in inzicht waren voor ons aanleiding tot een verkennend data-onderzoek.’

Onderzoek tijdens een pandemie

Onderzoek doen tijdens een pandemie is een uitdaging. Paulus: ‘Alles en iedereen is zwaar belast. Toch vonden we een groot aantal Nederlandse Intensive Care Units en zo’n 40 onderzoekers bereid om mee te werken. Onder hen bijvoorbeeld promovendi, van wie de lopende onderzoeken door COVID-19 stillagen. Ook stoomden we studenten met verschillende medische achtergronden snel klaar. We bouwden in korte tijd een online database en kregen vlot toestemming van de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC).’

Gedurende drie maanden verzamelden de onderzoekers beademingsdata over de eerste vier dagen bij 1.150 patiënten in 22 Nederlandse ziekenhuizen. Het was bijzonder om te ervaren hoe ons team tijdens het begin van de pandemie op pad ging. In stille treinen en door verlaten stations om in ziekenhuizen data te verzamelen over dit nieuwe ziektebeeld. Met welke hoeveelheden zuurstof werd beademd? Welke vorm van beademing werd gekozen? Welke volumes en drukken werden gebruikt? En werden patiënten op hun buik gelegd of niet? Daarnaast noteerden we wat er met deze mensen gebeurde. Welke complicaties kregen ze? En hoe verging het ze na 90 dagen? We werkten volle dagen, soms zeven dagen per week.’ Met effect. ‘Omdat we ‘real-time’ onderzoek deden, verzamelden we kwalitatief hoogstaande data.’

Voorzichtige verbanden

Naar aanleiding van de verzamelde data worden verschillende analyses gedaan en gepubliceerd, waarin onderzoekers eerste, voorzichtige verbanden leggen die richting geven aan vervolgonderzoek. De eerste twee artikelen zijn gepubliceerd. Onder meer in het vooraanstaande medische tijdschrift The Lancet Respiratory Medicine. Het eerste artikel is gewijd aan de manier waarop IC- artsen en -verpleegkundigen zich in Nederland heel netjes houden aan de bestaande richtlijnen voor beademing en hoe zij met de gewenste kleine ademteugen werken. Het tweede artikel vertelt over de wisselende manier van druk geven aan het einde van de uitademing bij invasief beademen en de mogelijke invloed hiervan op complicaties bij en herstel van de patiënt. Paulus: ‘Ik hoop dat deze serie artikelen leidt tot vervolgonderzoek, waarbij instrumenten ontwikkeld worden waarmee artsen en verpleegkundigen aan het bed kunnen bepalen wat de beste manier van beademen is voor de individuele patiënt.’

Ontwikkelingen op de IC

Naar aanleiding van het data-onderzoek is er nog niet direct iets veranderd op de Nederlandse IC’s. Toch merkt Paulus wel verschil in inzicht en handelen tussen de eerste golf van de pandemie en nu. ‘Bij de eerste COVID-19-patiënten gingen we vrijwel direct over tot beademing. Zuurstofgebrek is immers een probleem voor het lichaam. Nu blijkt dat je soms nog best even kunt wachten en andere wegen kunt bewandelen. Ons huidige onderzoek richt zich daarom op alternatieve manieren om patiënten van meer zuurstof te voorzien. Zo gebruiken we bijvoorbeeld verschillende soorten zuurstofmaskers en leggen we COVID-19-patienten in wakkere toestand al op hun buik om de longen beter te ventileren.’ De resultaten van dit onderzoek verwacht Paulus komende zomer.

Minder angst meer familie

Paulus ziet tevens dat IC-verpleegkundigen steeds beter ingespeeld raken op dit nieuwe ziektebeeld en minder angstig zijn om besmet te raken. ‘De angst voor aerosolen was in de eerste golf heel sterk aanwezig, nu is dat minder. En omdat er inmiddels voldoende beschermingsmateriaal aanwezig is, mogen familieleden weer (beperkt) langskomen. Ook dat is onderdeel van goede zorg. Mede door het familiebezoek krijgt een patiënt een gezicht. En natuurlijk ondersteunt betekenisvol contact het herstel. Een groot probleem is nog steeds het tekort aan IC-verpleegkundigen.’ Vanuit haar verschillende rollen hoopt Paulus verpleegkundigen steeds beter toe te rusten. ‘Zij zijn degenen die tijdens de beademing aan de knoppen draaien. Het is letterlijk van levensbelang dat zij zich steeds verder professionaliseren en positioneren.’