Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Topsporters als rolmodel onvoldoende om jeugd te laten bewegen

19 jun 2020 15:45 | Urban Vitality

Sportkoepel NOC*NSF gaat bekende topsporters inzetten om jongeren te enthousiasmeren om meer te gaan sporten. Een goede zaak, vinden hoogleraar Geert Savelsbergh en lector Raôul Oudejans van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Vrije Universiteit (VU). ‘Maar we hebben meer nodig dan alleen rolmodellen om tieners meer te laten bewegen.’

NOC*NSF wil van de Nederlandse jeugd de gezondste ter wereld te maken. Nu staat de 15-jarige Nederlandse jongere ongeveer op de twintigste plek in de WHO ranglijst. Om ze hoger op de ranglijst te krijgen, worden bekende Nederlandse sporthelden van de Olympische Spelen ingezet om jongeren te inspireren meer te bewegen.

‘Een mooi initiatief’, zegt Geert Savelsbergh, hoogleraar en lector van de Desmond Tutu leerstoel Sport en Jeugd. ‘Het kan zeker effect hebben. We weten bijvoorbeeld dat als het dameshockeyteam goud wint in Tokyo, er meer meiden op hockey gaan. En wanneer Epke goud behaalt met zijn oefening op de brug, gaan er meer jongeren op turnen.’

Uitgekeken op één sport

Wel denkt de hoogleraar dat rolmodellen inzetten alleen niet genoeg is om de jeugd meer aan het bewegen te krijgen. ‘De laatste twintig, dertig jaar zijn jongeren steeds minder gaan bewegen. Ze gaan misschien jong bij een sportclub, maar stoppen hier vaak mee in hun tienerjaren. Als ze 12 jaar zijn, is meer dan de helft gestopt. Als ze 15 jaar zijn, loopt dit aantal zelfs tegen de 70 procent.’ Volgens Savelsbergh zijn de jongeren na jaren dezelfde sport te hebben beoefend er wel klaar mee: ‘Als ze jong beginnen, beoefenen ze soms al acht jaar dezelfde sport. En ze weten niet welke andere sport ze nu leuk zouden vinden.’

Word ‘fysiek geletterd’

Daarom is het volgens Savelsbergh belangrijk dat jongeren breedmotorisch worden opgeleid. Dus dat ze al op de basisschool in contact komen met verschillende sporten, zodat ze makkelijk een andere sport kunnen kiezen die bij hun past: ‘We noemen dit “physical literacy”, oftewel fysieke geletterdheid. Je moet weten welke sporten er zijn en hoe je die goed beoefent. Want anders haak je af. Tijdens de coronacrisis zijn veel mensen gaan hardlopen. Maar als je dit op de onjuiste manier doet en je blesseert, stop je er ook algauw mee.’

Meer buiten spelen

Ook de omgeving moet volgens Savelsbergh anders ingericht worden, zodat jongeren meer uitgenodigd worden tot bewegen. Hij vindt het schrappen van parkeerplaatsen in Amsterdam en de aanleg van fietsstraten een mooi begin: ‘Als je op de bovenste verdieping in een flat woont en er is geen park in de buurt, nodigt dit niet echt uit tot buiten spelen. Een op de drie kinderen speelt maar één keer per week buiten. Terwijl de betere spelertjes op de voetbalclub zo’n 10x per week buiten spelen.’

Ondergeschoven kindje

Bewegingswetenschapper en sportpsycholoog Raôul Oudejans sluit zich aan bij zijn collega: ‘Hoe mooi dit initiatief ook is, jongeren die minder sporten is een complex probleem dat je niet oplost met een inspirerend verhaal van een topsporter. Je moet het onderdeel van een groter initiatief laten zijn waarbij je ook het bewegen op scholen en thuis onder de loep neemt. Er wordt minder buiten gespeeld, en bewegingsonderwijs op scholen is een ondergeschoven kindje. Het moet de gewoonste zaak van de wereld zijn dat je naar school fietst of rent, en na school een uur buiten speelt. Bewegen zou het nieuwe normaal moeten worden.’

Onderzoek het effect

Daarnaast pleit Oudejans ervoor om de inzet van topsporters te koppelen aan onderzoek, zodat duidelijk wordt of en hoe dit effect heeft. ‘Als de Oranje Leeuwinnen winnen, willen alle meisjes Lieke Martens zijn. Maar hoe lang blijven deze meisjes vervolgens bij een voetbalclub?’

Op welke manier de topsporters straks worden ingezet om jongeren tot sporten te bewegen, is nog niet bekend. Hoogleraar Geert Savelsbergh hoopt dat het meer zal zijn dan een praatje houden en een sporttrucje voordoen. ‘Als de sporter weg is, is het belangrijk dat tieners gestimuleerd blijven worden. Zodat het niet een eenmalig ding wordt.’