Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

'We moeten onderzorg voorkomen’

Dr. Martin van der Esch in tijden van Covid-19

15 apr 2020 08:44 | Urban Vitality

Mensen met een chronische gewrichtsaandoening behoren veelal tot de risicodoelgroep van Covid-19. Voor hen geldt het advies: 24/7 thuisblijven. Alleen, dat betekent ook geen bezoek aan de diëtist, ergotherapeut, fysiotherapeut of reumatoloog. Terwijl dat juist zo belangrijk is. Martin van der Esch, bijzonder lector HvA, maakt zich zorgen, al ziet hij wel degelijk een lichtpuntje. ‘Het is gek genoeg óók een hoopgevende tijd.’

Even een stap terug: waarop richt uw onderzoek zich?

Van der Esch: “Samen met studenten en onderzoekers van de HvA, Amsterdam UMC en Reade probeer ik te achterhalen hoe we het functioneren van mensen met een chronische gewrichtsaandoening in het dagelijks leven kunnen verbeteren. Vanuit mijn achtergrond als fysiotherapeut kijk ik hierbij uiteraard naar beweging, maar tegelijkertijd probeer ik bruggen te slaan naar andere takken in de wetenschap, zoals de diëtetiek en reumatologie."

Over hoeveel mensen hebben we het hier? En waarom behoren zij nu tot de risicodoelgroep van Covid-19?

“Wij richten ons op Amsterdam en 10% (ongeveer 90.000 mensen) ervaart klachten door een chronische gewrichtsaandoening. Een deel van hen gebruikt medicatie die hun afweer kan verminderen en heeft daarnaast last van overgewicht en een slechte conditie.”

Waar zit uw grootste zorg momenteel?

“Veel patiënten hebben angst het virus te krijgen en gaan zodoende zorg mijden. Denk aan de diëtiste, reumatoloog et cetera. Zorg die ze eigenlijk niet kunnen missen, waardoor de kans bestaat dat ze in een situatie van onderzorg terechtkomen. En wanneer dit lang duurt – lees: 3 maanden of meer – leidt dit tot verdere afname in hun dagelijks functioneren en maatschappelijke participatie.”

Wat adviseert u hen?

“De centrale boodschap voor onze patiënten luidt: blijf actief. Maar de praktijk leert dat dit lastig is. Eén van mijn patiënten is een dame met een ernstige reumatische aandoening. Zij komt momenteel niet verder dan haar eigen balkon. Onlangs vertelde ze me dat de zwelling in haar knieën is afgenomen, maar dat ze verder fysiek een stuk minder kan. Ze doet dagelijks braaf haar oefeningen, maar het weegt gewoon niet op tegen de dagelijkse wandeling die ze normaliter maakt.”

Is er een alternatief?

“Daar zijn we druk mee bezig. De interventies en behandelprogramma’s die we normaliter inzetten zijn veelal face to face; het is nu de uitdaging dat aanbod zo veel mogelijk te digitaliseren. Het mooie is dat er momenteel wereldwijd allerlei gratis digitale programma’s worden vrijgegeven, zoals het PEAK-project uit Australië, waardoor mensen op afstand professioneel behandeld kunnen worden.”

Dat klinkt hoopgevend.

“Dat is het ook! Het zijn prachtige programma’s. Het probleem is alleen dat ze in het Engels zijn. We zullen ze dus moeten vertalen en dat vraagt naast tijd ook geld. Vandaar dat ik de komende week een aantal overleggen op de agenda heb staan. Hopelijk kunnen we daarna snel schakelen, want dát is wat dit virus nu vraagt: snelle, creatieve oplossingen.”

Brengt Covid-19 in dat opzicht misschien ook iets hoopvols met zich mee?

“Ja, dat denk ik wel. Nederland telde in 2018 ruim 1,5 miljoen mensen met mobiliteitsproblemen ten gevolge van artrose; een aantal dat de komende jaren naar verwachting verder zal toenemen, terwijl het aantal zorgverleners juist zal afnemen. De noodzaak van een digitaal zorgsysteem was er zodoende al. Covid-19 brengt de ontwikkelingen nu in rap tempo op gang. Wat dat betreft is het – hoe gek het klinkt – óók een hoopgevende tijd: iedereen is echt hartstikke druk om het voor elkaar te krijgen.”