Hogeschool van Amsterdam

Urban Technology

Laadprofielen oplaadinfrastructuur STEDIN gebied

In opdracht

The Hogeschool van Amsterdam monitort het gebruik van publieke oplaadinfrastructuur voor elektrische auto’s in opdracht van de vier grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag and Utrecht) and de MRA-E (provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht). Dit doet het in kader van het Future Charging project, waar deze analyse ook onder valt. De analyses in dit rapport zijn gebaseerd op oplaaddata uit Rotterdam en Den Haag op verzoek van Stedin voor het monitoren van elektrisch vervoer in het werkgebied van Stedin.

De dataset die gebruikt is voor onderstaande analyses bestaat uit de laadsessies van de openbare oplaadpunten binnen de gemeenten Rotterdam en Den Haag en Utrecht in de periode januari 2019 tot en met december 2019. De volgende aannames in de dataset worden gedaan:

Laadtijd: Deze wordt in veel gevallen niet met de data meegeleverd. De laadtijd wordt op basis van historische gegevens berekend. Hiervoor wordt per gebruiker ingeschat of deze een 1-fase (3.7kW) of 3-fase (11kW) kan laden. Bij publieke laadpalen wordt uitgegaan van een 3 x 25A aansluiting met maximaal 16A per socket van een laadpaal. Een publieke laadpaal heeft 2 sockets. Hierdoor is het maximale vermogen van een publieke laadpaal +/- 17.25A in het geval van twee 3-fase laders. De methode voor deze berekening wordt beschreven in Wolbertus & Van den Hoed (2016)1 . Steekproefvergelijking met laadsessies waarvan de laadtijd wel bekend is laat zien dat deze schatting accuraat is.

Snelladers: In de gemeentes Den Haag en Rotterdam staan op slechts 3 locaties snelladers waarover informatie binnenkomt. Deze zijn in alle gevallen 50kW laders. Gemiddelde laadsnelheid over de gehele sessie wordt genomen als load, geen specifieke laadcurves per auto zijn bekend. In veel gevallen is de laadsnelheid dichtbij het maximum van de lader waardoor het effect van specifieke laadcurves te verwaarlozen is op het gehele laadprofiel.

Privé laadpunten: Momenteel worden er geen privé laadpalen in de dataset gemonitord vanwege privacy redenen. Om toch een inschatting te maken van deze load kijken we naar veel gebruikers op publieke laadpalen. Daartoe worden alleen gebruikers genomen die vaker dan 100x op een laadpaal hebben gebruikt. Daarnaast moet de mediaan van de starttijd van de sessie na 14:00 liggen om zo eventueel werkladen niet mee te nemen. 1313 gebruikers voldeden aan dit profiel. Vervolgens worden alleen sessies van de favoriete laadpaal van de gebruikers of de palen binnen een loopafstand van 400 meter meegenomen. Er wordt uitgegaan van een 3 x 16A aansluiting voor de laadpaal thuis. Zie ook commentaar in de analyse.

Laadpleinen: Indien een locatie 2 of meer verschillende laadpunten heeft wordt deze als laadplein aangemerkt. Er wordt van uitgegaan dat elke laadpaal zijn eigen 3 x 25A aansluiting heeft. Laadprofiel is per laadpaal (2 sockets) omdat het aantal laadpalen per plein aanzienlijk kan verschillende.

Referentie Wolbertus, R. (2020). Laadprofielen oplaadinfrastructuur STEDIN gebied. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam.
Gepubliceerd door  Kenniscentrum Techniek 31 januari 2020