Hogeschool van Amsterdam

Promotie verbeteringen eerstelijnszorg voor thuiswonende ouderen

Nurse-led multifactiorial care in community-dwelling older people, outcome in daily functioning, outcome and cost.

20 okt 2017 09:41 | Kenniscentrum Gezondheid

Docent Verpleegkunde en promovendus Marjon van Rijn onderzocht of de eerstelijnszorg voor thuiswonende ouderen verbeterd kan worden. Ze vergelijkt hierbij de proactieve zorgaanpak die in opkomst is in onder andere Engeland met de reactieve zorg in Nederland. Zij keek specifiek naar dagelijks functioneren van thuiswonende ouderen en welke zorgkosten hier uit voortkomen. Op vrijdag 13 oktober verdedigde zij haar proefschrift in de Oude Luthersekerk ter afronding van haar promotietraject.

De Nederlandse zorg is grotendeels reactief, als het misgaat volgt behandeling. Voor kwetsbare ouderen is dit vaak te laat en is het risico op acute ziekenhuis opname hoog, met hoge zorgkosten als gevolg. Van Rijn schetst de casus van meneer Jansen die 80 jaar oud is en alleen woont. Na een val van de keukentrap wordt hij belemmerd in zijn dagelijks functioneren.

FIT interventie

Proactieve zorg richt zich op het voorkomen van achteruitgang bij dagelijks functioneren en behoud van kwaliteit van leven. Het onderzoek dat Van Rijn heeft gedaan behoord tot de eerste onderzoeken op dit gebied en maakt gebruik van de FIT (Functiebehoud In Transitie) interventie. In de FIT hebben ongeveer 10.000 participerende ouderen uit 24 huisartsenprakijken deelgenomen om het effect van proactieve wijkverpleegkundige zorg op functieverlies te onderzoeken.

Van Rijn bekeek of een meervoudige interventie  de achteruitgang van dagelijks functioneren bij thuiswonende ouderen kan voorkomen en zorgkosten kan verminderen.  De interventie bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Een selectie van ouderen met een verhoogd risico op functieverlies aan de hand van een vragenlijst.
  2. Een compleet geriatrisch assessment.
  3. Een zorgplan en vervolg met huisbezoeken door wijkverpleegkundigen die een 10-daagse scholing hebben gehad.

Uitkomst interventie

Deelnemende ouderen waarderen de huisbezoeken door een wijkverpleegkundige omdat ze zich gezien voelen en er bij problemen laagdrempelig overleg was tussen de wijkverpleegkundige en huisarts. Ondanks de meer psychosociale aard van de huisbezoeken wordt aangegeven dat dit niet door een vrijwilliger kan worden gedaan. De wijkverpleegkundige werkt drempelverlagend naar de huisarts of andere disciplines wanneer psychische hulp nodig is. Van Rijn geeft aan dat een wijkverpleegkundige met een GGZ achtergrond hier ook een actieve rol in kan spelen en zo nodig kan doorverwijzen.

Ondank dat de effectiviteit van de interventie op alle onderdelen negatief is, geeft van Rijn aan dat er mogelijk andere resultaten behaald kunnen worden als de scholing van de eerstelijn een langere pilotperiode en implementatiefase had gekend. De vernieuwde aanpak van proactieve zorg vereist misschien ook al een basis in het onderwijs van de HBO-V. Ook zou een andere selectie van ouderen kunnen leiden tot meer resultaat, bijvoorbeeld een oudere doelgroep of ouderen die een ingrijpend voorval hebben meegemaakt.

Toekomst ouderenzorg

Bij de vraag wat het advies aan de minister van langdurige zorg is antwoord Van Rijn dat samenwerking tussen huisarts, specialist ouderenzorg, praktijkondersteuner/ wijkverpleegkundige cruciaal is. De hoeveelheid ouderen met een complexe zorgvraag die nog thuis wonen neemt toe en vraagt om een vernieuwde aanpak. Proactieve zorg voorkomt niet een achteruitgang in dagelijks functioneren, maar kan wel bijdrage aan kwaliteit van leven en kwaliteit van ouderenzorg in Nederland.

Lees hier het volledige proefschrift van Marjon van Rijn