Hogeschool van Amsterdam

Subsidie voor verslavingspreventie jonge statushouders

25 nov 2021 13:35 | Urban Vitality

Jonge mensen met een vluchtelingenachtergrond die zich mogen vestigen in de Nederlandse samenleving - jonge statushouders (18-26 jaar) - zijn gevoelig voor psychische problemen of problematisch middelengebruik. Vaak krijgen zij te laat de ondersteuning die ze nodig hebben, waardoor problemen escaleren. Hoe voorkom je dit? Onlangs ontving het lectoraat Integratie van Psychiatrische en Somatische Zorg van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) vanuit FNO GeestKracht een subsidie van 170.000 euro voor een driejarig onderzoek naar preventieve begeleiding van deze groep.

‘Jonge statushouders kampen met veel psychische problemen’, aldus Jannet de Jonge. ‘Deze ontstaan in hun land van herkomst of door wat ze meemaken tijdens hun vlucht.’ De Jonge is projectleider, senior onderzoeker en hoofddocent aan de opleiding Verpleegkunde. Haar onderzoeksthema is motiverende gespreksvoering. ‘Deze methodiek, ooit ontwikkeld in de verslavingszorg, wordt breed ingezet in de zorg. Bij allerlei gesprekken waarin mensen weifelend tegenover een gedragsverandering staan.’

Culturele verschillen

‘Het gebruik van motiverende gesprekstechnieken is bewezen effectief’, vervolgt De Jonge. ‘Je stelt vragen over doelen en gaat vervolgens in stappen terug naar nu. Past je huidige gedrag wel bij wat je wilt bereiken? Wat kun je anders doen? En wat heb je nodig om te veranderen? Jonge statushouders weten vaak niet dat de klachten waarmee ze rondlopen, volgens ons psychische problemen zijn. Of verslavingsproblematiek.

Wanneer je vijf van de zeven nachten per week niet slaapt, is dat, volgens onze norm, niet normaal. En dat gaat niet vanzelf over. Vergeleken met Nederlandse jongeren hebben jonge statushouders 50% minder kans op een behandeling bij dezelfde problematieken. Vaak heeft dit te maken met hun culturele achtergrond. Er heerst een groot taboe op praten over problemen. Daarnaast is er veel wantrouwen tegenover professionele hulpverlening. Ook is er een taalverschil. In Eritrea bestaat er bijvoorbeeld geen woord voor stress, dat maakt communicatie direct ingewikkelder. Jongeren uit dit land komen uit een echte ‘wij-cultuur’. Zij zijn niet gewend om keuzes voor zichzelf te maken.

Dit alles maakt dat jonge statushouders dikwijls pas in de zorg terechtkomen op het moment dat ze grote problemen hebben. Bijvoorbeeld dakloosheid, suïcidaal gedrag of agressie. We willen deze mensen eerder begeleiden, zodat problemen niet uit de hand lopen en ze beter kunnen integreren.’

Jannet de Jonge

Samen ontwikkelen

De meeste jonge statushouders in Nederland komen uit Eritrea en Syrië. De Jonge: ‘In dit driejarige onderzoek richten we ons op jonge statushouders in Amsterdam. Dat zijn er ruim 4.000. We werken samen met Jellinek – één van onze vele partners - en haken in eerste instantie aan bij lopende projecten. De preventiewerkers van Jellinek hebben al goede contacten met een deel van de statushouders en sleutelfiguren uit hun gemeenschap. Ook bestaat er een format voor een preventief adviesgesprek én is er voorlichtingsmateriaal in diverse talen, bijvoorbeeld op Facebook. Het probleem is dat deze voorlichting nog onvoldoende aansluit en onvoldoende terechtkomt bij de jonge doelgroep.

Daarom gaan we tijdens dit onderzoek door middel van focusgroepen in gesprek met de jongeren en de professionals. Om te ontdekken waar de knelpunten liggen in het huidige voorlichtingsmateriaal. Hoe moet dit materiaal eruitzien? En hoe kunnen we de jongeren het beste bereiken? Hebben zij een bijeenkomst nodig met eten, waarin de Facebookpagina onder de aandacht gebracht wordt? Of ontvangen zij informatie over dit onderwerp liever via een sleutelfiguur uit hun gemeenschap? Praten zij liever alleen met een professional? Of in een groep?

Om het adviesgesprek meer cultuursensitief te maken, krijgen we ondersteuning vanuit Pharos, het expertisecentrum dat zich richt op het terugdringen van gezondheidsverschillen. Vanuit de HvA brengen wij veel kennis mee over motiverende gesprekstechnieken. Studenten vanuit de opleidingen Verpleegkunde en Social Work kunnen tijdens het onderzoek mogelijk ervaring opdoen met het afnemen van interviews of observeren tijdens een gesprek.

Op basis van onze bevindingen ontwikkelen en testen we een strategie waarmee voorlichtingsmateriaal de doelgroep wél bereikt. Een digitale tool is hier in ieder geval onderdeel van. Ik vermoed dat dit een app wordt, maar ook dat moet blijken uit de diverse gesprekken.’

Effectieve strategie

Na de zomer van 2022 start de onderzoeksgroep een eenjarige pilot onder de jonge statushouders. De Jonge: ‘Onze ambitie is dat 50% van hen wordt blootgesteld aan de online omgeving en gebruik kan maken van het preventiemateriaal. Met een deel van hen voeren preventiemedewerkers van Jellinek een adviesgesprek op basis van de motiverende gesprekstheorie. Na afloop vindt een serie interviews plaats met de deelnemers en de professionals. Op basis daarvan trekken we conclusies over de toename van ons bereik. Wanneer onze strategie effectief blijkt, willen we onderzoeken of deze ook toegepast kan worden in andere steden binnen Nederland. Een training voor professionals hoort daar natuurlijk bij.’

Cultuursensitief werken is volgens De Jonge een volgende stap in de verslavingszorg en in het onderwijs. ‘Veel van de huidige ondersteuning richt zich op mensen met een Westerse achtergrond. Toch hebben we in onze maatschappij te maken met een grote groep mensen met een andere afkomst. Zij kunnen onze ondersteuning goed gebruiken, maar dan moeten wij onze methodieken wel aanpassen.’

FNO GeestKracht

FNO werkt aan het vergroten van kansen op meer gezondheid, kwaliteit van leven en toekomstperspectief, omdat een kwetsbare gezondheid een volwaardig leven niet in de weg mag staan.

Het programma GeestKracht van FNO wil dat elke jongvolwassene (16-35 jaar) zichzelf kan zijn en ook met een psychische kwetsbaarheid krachtig kan (blijven) meedoen in de maatschappij. GeestKracht richt zich op preventie van het ontstaan van psychische problemen, op het beperken van de praktische gevolgen ervan en op het bevorderen van maatschappelijke participatie.