Hogeschool van Amsterdam

Fysiotherapie bij slokdarmkanker is niet altijd nodig

20 nov 2020 13:49 | Urban Vitality

Een operatie voor slokdarmkanker is ingrijpend. Bij andere ingrijpende operaties helpt het als de patiënt voorafgaand aan de ingreep fysiotherapie krijgt. Hoe fitter je erin gaat, hoe kleiner de kans op complicaties en hoe sneller het herstel. Maarten van Egmond startte zijn promotieonderzoek met de verwachting iets soortgelijks te ontdekken bij patiënten die worden geopereerd voor slokdarmkanker. Maar dat liep anders. Op 2 december promoveert hij op een onderzoek dat nuance aanbrengt in de inzet van fysiotherapie rondom operaties.

Maarten van Egmond HvA

Uit onderzoek blijkt dat hartpatiënten die voorafgaand aan een hartoperatie met een fysiotherapeut hun conditie verbeteren, minder complicaties ontwikkelen en sneller herstellen. Ook bij andere patiëntengroepen lijkt dat zo. “Better in, better out is het motto van fysiotherapeuten”, zegt Maarten van Egmond (45), fysiotherapeut en docent Fysiotherapie bij de HvA. “Maar geldt dat voor alle patiënten? Dat is een belangrijke vraag: wie geef je fysiotherapie en hoe effectief is dat?” Hij schreef er in 2012 zijn afstudeeronderzoek over voor de master Evidence Based Practice. In 2014 ontving hij een NWO Promotiebeurs voor leraren om het onderwerp verder uit te diepen en te kijken of er bij patiënten met slokdarmkanker een relatie bestaat tussen fysieke conditie voor de operatie en het herstel erna.

Trainen

Op basis van de literatuur bepaalde Van Egmond een aantal graadmeters voor de fysieke conditie, zoals loopvermogen, vermoeidheid en ademspierkracht. Hij sloeg zijn kamp op in het AMC en onderzocht ruim 200 patiënten op vier verschillende momenten: drie maanden voor de operatie, 1 dag ervoor, een week erna en drie maanden erna. Wat bleek: “Veel patiënten waren voorafgaand aan de operatie al in goede conditie”, zegt Van Egmond. “Toch kregen deze patiënten last van complicaties.” Er bleek geen verband tussen conditie en complicaties. “Die zijn vooral het gevolg van de operatie zelf. Patiënten met slokdarmkanker hoeven dus vooraf niet per se getraind te worden om complicaties te voorkomen.” Of trainen wel zin heeft bij patiënten met een slechte conditie kan Van Egmond niet zeggen. Daarvoor zag hij te weinig mensen met een slechte conditie.

Opluchting

“Aan het begin van mijn onderzoek hoopte ik op basis van de fysieke conditie te kunnen voorspellen wie door complicaties minder goed zou herstellen ”, zegt Van Egmond. “Bij deze patiëntengroep lag de zaak genuanceerder: de fysiotherapeut moet goed kijken hoe de fysieke conditie van een patiënt is en op grond daarvan besluiten of fysiotherapie nodig is en wanneer.” Want Van Egmond zag dat patiënten met slokdarmkanker vooral na de operatie gebaat zijn bij fysiotherapie. “In het ziekenhuis overheerst eerst opluchting, maar zodra ze thuiskomen voelen veel patiënten zich de eerste weken heel zwak en kwetsbaar. Ze hebben moeite met eten en dat geeft risico op ondervoeding. De trap op of een rondje wandelen met de hond gaat opeens niet meer.”

Treetje hoger

Om aan te sterken is fysiotherapie belangrijk, maar voor veel patiënten is een bezoek aan de fysiotherapeut in het begin nauwelijks haalbaar. Daarom voerde Van Egmond een haalbaarheidsstudie uit om te zien of deze patiënten gebaat zijn bij een oefenprogramma op afstand via e-Health. “De fysiotherapeut begeleidt de patiënt via een app en geeft oefeningen op voor thuis. De patiënt kan vragen stellen via de chat.” Dat blijkt goed te werken: patiënten waren erg tevreden, onder meer vanwege de flexibiliteit en omdat ze betekenisvolle oefeningen kregen. “Wie graag de trap weer op wil, oefent door elke dag een treetje hoger te komen”, zegt Van Egmond. “Met zulke concrete doelen gaat de therapietrouw omhoog.”

Ook fysiotherapeuten waren tevreden. “Uit de literatuur blijkt dat e-Health even goed werkt als normale fysiotherapie”, zegt Van Egmond. “Daarnaast heeft het een gunstige invloed op de kwaliteit van leven van de patiënt. Het inzetten van zo’n oefenprogramma op afstand in de eerste fase na ontslag uit het ziekenhuis is dus zeker te overwegen.”

Contact

Van Egmond hoopt op 2 december te promoveren op zijn onderzoek. Hij is aangesteld als hoofddocent Onderzoek bij de HvA-opleiding Fysiotherapie. In zijn nieuwe rol wil hij studenten meer mogelijkheden bieden om mee te lopen bij promotieonderzoeken en de resultaten van onderzoeksprojecten beter verweven in het curriculum van de opleiding. Ook gaat hij contact zoeken met andere onderzoeksgroepen in Nederland die zich met soortgelijk onderzoek bezighouden. “Als we de data van al die onderzoeksgroepen bij elkaar voegen, kunnen we misschien veel meer conclusies trekken over wie baat heeft bij welke behandeling en op welk moment.”

Op woensdag 2 december 11:00 uur verdedigt Maarten zijn proefschrift. Wil je deze online bijwonen? Je vindt de link onderaan dit artikel.

Proefschrift

Het proefschrift van Maarten van Egmond draagt de titel ‘Physical functioning in surgical patients with esophageal cancer: From risk stratification to targeted physiotherapy'. Promotoren zijn prof. dr. R.H.H. Engelbert en prof. dr. J.H.G. Klinkenbijl, beiden Universiteit van Amsterdam (UvA). Copromotoren zijn dr. M. van der Schaaf (UvA, HvA) en prof. dr. M.I. van Berge Henegouwen (UvA).