Hogeschool van Amsterdam

Ondersteuningsroute Bewegen & Motoriek

De ondersteuningsroute is bedoeld om alle kinderen in het primair onderwijs passende ondersteuning en zorg te bieden op het gebied van bewegen en motoriek. De route bestaat uit basisondersteuning, extra ondersteuning en specialistische ondersteuning en zorg. In de route wordt ook aandacht besteed aan alle rollen, taken en verantwoordelijkheden van ouders en vooral van de betrokken professionals, zoals: vakleerkrachten Bewegingsonderwijs, groepsleerkrachten, internbegeleiders, jeugdartsen, kinderfysiotherapeuten, oefentherapeuten en buurtsportcoaches.

Basisondersteuning bewegen en motoriek in Amsterdam

De basisondersteuning bewegen en motoriek bestaat uit goed en voldoende bewegingsonderwijs. De algemene norm in Nederland voor voldoende bewegingsonderwijs in het regulier basisonderwijs is:

  • groep 1 en 2: minimaal vijf keer in de week 45 minuten bewegingsonderwijs
  • groep 3 tot en met 8: minimaal twee keer in de week 45 minuten bewegingsonderwijs.

Daarnaast moet er vóór, tijdens en na schooltijd voldoende gelegenheid zijn om te bewegen op het schoolplein. En verdient het aanbeveling om langdurig stilzitten tijdens de overige lessen te voorkomen.

Signaleren met de 4-Vaardighedentest

In Amsterdam wordt de 4-Vaardighedentest gebruikt om de motorische ontwikkeling van de leerlingen in het primair onderwijs systematisch in beeld te brengen. De vier vaardigheden die getest worden zijn: springen-kracht, springen-coördinatie, oog-hand-coördinatie en balanceren.

De vakleerkracht bewegingsonderwijs neemt de 4-Vaardighedentest bij voorkeur in de maand september af, in ieder geval bij alle leerlingen van groep 3. Vervolgens voert de vakleerkracht de resultaten in een registratie systeem voor de 4-Vaardighedentest in, zodat de verschillende niveaus zichtbaar worden. De beschikbare systemen zijn: Stimuliz, TANGO of Jump-in.

Mogelijke niveaus

  • groen: een achterstand is van maximaal 3 maanden
  • oranje: een achterstand tussen de 3 en 15 maanden
  • rood: een achterstand van meer dan 15 maanden

Oranje: extra ondersteuning bij achterstand in bewegen en motoriek

Als de uitslag op de 4-Vaardighedentest ‘oranje’ is dan is er sprake van een achterstand in de motorische ontwikkeling tussen de 3 en 15 maanden. Het kind komt dan in aanmerking voor extra ondersteuning. De kinderen binnen de oranje groep kunnen bijna een jaar verschil hebben in hun ‘motorische leeftijd’. Er zijn uiteenlopende achterliggende factoren die de achterstand bepalen. Om al deze redenen is de oranje groep een zeer gedifferentieerde groep. Het is daarom erg belangrijk dat de vakleerkracht een goede analyse maakt van de beschikbare gegevens.

Rood: specialistische ondersteuning en zorg

Als de uitslag op de 4Vaardigheden test ‘rood’ is, dan is er, bij 6 jarigen, dus sprake van een achterstand in de motorische ontwikkeling van meer dan 15 maanden. In dat geval komt het kind in aanmerking voor specialistische ondersteuning en zorg. Het gaat ook hier om een gedifferentieerde groep leerlingen. Het is daarom erg belangrijk dat de vakleerkracht, groepsleerkracht en intern begeleider een goede analyse maken van de beschikbare gegevens.

Hertest

De vakleerkracht Bewegingsonderwijs monitort bij ' oranje' en ' rode' kinderen hun voortgang en herhaalt de 4Vaardighedentest in principe na 12-16 weken. De uitslag van de hertest wordt door de vakleerkracht besproken met de ouders en met de groepsleerkracht. Als de leerling bij de hertest van oranje naar groen gaat of van rood naar oranje dan is er sprake van een duidelijke verbetering. Mogelijk heeft de interventie gewerkt. Het is in ieder geval een mooi resultaat. Als de leerling bij de hertest opnieuw oranje of rood heeft gescoord, dan moet er nauwkeurig gekeken worden naar de uitslag. Als er een binnen de categorie een verbetering heeft plaatsgevonden, dan kan het verstandig zijn om de interventie nog een periode van 12 of 16 weken te verlengen en de 4Vaardigheden scan na 12-16 weken te herhalen.

Als er geen of nauwelijks verbetering is opgetreden, dan moet overwogen worden om een zwaardere interventie in te zetten of om de Jeugdarts om advies te vragen. Bij onvoldoende verbetering volgt overleg met jeugdarts en wordt aangestuurd op een gezamenlijk overleg met ouders, jeugdarts, vakleerkracht en intern begeleider.

Gepubliceerd door  Urban Vitality 19 juni 2020