Hogeschool van Amsterdam

"Een goed opvoedklimaat in de buurt vergroot kansengelijkheid"

Hoe krijg je opvoeders van verschillende achtergronden met elkaar in gesprek in de buurt?

Bij de HvA werken we samen met organisaties en bedrijven aan de grote maatschappelijke onderwerpen van nu en morgen: duurzaamheid, digitalisering en diversiteit. Dat klinkt mooi en dat is ook mooi. Maar wat betekent dat nu heel concreet?

In Amsterdam Zuidoost wonen mensen met veel verschillende achtergronden en lopen de normen en waarden over opvoeding behoorlijk uiteen. Onderzoeker bij het lectoraat Jeugdzorg van Faculteit Maatschappij en Recht Sanne Rumping ontwikkelt daar samen met welzijnspartners een hulpmiddel om gesprekken tussen ouders over opvoedkwesties in de buurt op gang te brengen.

De buurt waar kinderen opgroeien is belangrijk voor hun ontwikkeling. Wanneer de buurt waarin ze wonen een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen spreken we van een goed pedagogisch klimaat. Ouders, docenten, jeugdwerkers, buren, en ook vrijwilligers creëren dat klimaat samen, maar uit onderzoek blijkt dat het (samen) werken aan een pedagogisch klimaat in de buurt niet vanzelf gaat. Ouders en professionals weten vaak niet hoe zij situaties rond opvoeden bespreekbaar kunnen maken.

Ouders willen vaak wel iets zeggen tegen kinderen van anderen over wat wel en niet mag, of om hen te helpen. Maar ze weten niet altijd hoe ze dat moeten aanpakken

Ouders in gesprek voor een beter opvoedklimaat

“Begin 2020 kwam vanuit stadsdeel Zuidoost de vraag of wij konden onderzoeken wat effectieve manieren zijn om aan het pedagogisch klimaat in de buurt te werken”, aldus Rumping. Om een goed opvoedklimaat te creëren is het essentieel dat opvoeders met elkaar in gesprek gaan. “We hebben eerst bekeken hoe mensen op opvoedsituaties reageren op het schoolplein, en op andere plekken in de buurt, zoals in de speeltuin en op straat. We zagen dat ouders vaak wel iets wilden zeggen tegen kinderen van anderen over wat wel en niet mag, of om hen te helpen. Maar ze wisten niet altijd hoe ze dat moesten aanpakken, of durfden het niet.”

Rumping verzamelde allereerst een aantal bestaande methodieken en hulpmiddelen en analyseerde daaruit de belangrijke elementen. Vervolgens toetste ze bij praktijkpartners Swazoom (welzijnsorganisatie Amsterdam Zuidoost), Trias Pedagogica (expertisebureau op het gebied van opvoeden, interculturele pedagogiek en vaderschap) en welzijnsstichting Dock en bij andere wetenschappers of deze aansluiten bij de praktijk.

Vergroten van kansengelijkheid

Lisa Harinck (hoofd Beleid, Kwaliteit & Innovatie bij Swazoom): “wij zien het als een van onze belangrijkste taken om kansengelijkheid van kinderen te vergroten. Een goede basis is daarin belangrijk. We zijn altijd op zoek naar nieuwe manieren om het pedagogisch klimaat in de buurt te verbeteren. Dit project komt daarbij goed van pas”.

We zijn altijd op zoek naar nieuwe manieren om het pedagogisch klimaat in de buurt te verbeteren

Na toetsing van de verzamelde informatie bij de praktijkpartners werd een prototype van een tool ontwikkeld: een interactieve powerpoint presentatie die in stripvorm verschillende opvoedsituaties toont met de bedoeling om ouders daarover met elkaar in gesprek te brengen.

Rumping vroeg de praktijkpartners de tool te testen. “Ik heb ze zelf laten bepalen hoe en waar ze dat deden. Er kwamen mooie verhalen terug, en: de plaatjes bleken de gesprekken goed op gang te brengen.” Met de verzamelde feedback werd een nieuwe versie van de tool gemaakt, klaar om weer getest te worden.

Alternatieve testronde

Studentes Oceanna Kersting (Toegepaste Psychologie) en Ceriese Cranendonk (Culturele en Maatschappelijke Vorming) zijn vanuit de minor Jeugdzorg betrokken bij het project. “Het was de bedoeling dat wij volledig zouden meedraaien in de tweede testronde bij de praktijkpartners. Jammer genoeg zette corona een streep door dat plan”, aldus Oceanna. Wat konden ze wél doen? Ceriese: “Sanne vroeg ons op pad te gaan met de presentatie, en ouders in speeltuinen en parken te vragen wat ze op de plaatjes zagen; kwam dat overeen met wat er mee bedoeld werd? We vroegen ze ook wat ze van de vorm vonden, en of ze liever iets anders zouden zien.”

De ouders vonden niet alle plaatjes even duidelijk en gaven aan dat meer gebruik van tekst dit zou kunnen verbeteren. Plaatjes met dilemma’s werden erg interessant gevonden, net als situaties waarin een keuze gemaakt moet worden en/of handelen nodig is. Opvoeders zouden de tool ook graag gebruiken om bepaalde situaties te voorkómen.

Tool en kaartspel na de zomer in gebruik

Inmiddels worden de laatste verbeteringen doorgevoerd. De praktijkpartners brachten twaalf nieuwe opvoedsituaties in en adviseerden ook een kaartspel te ontwikkelen, zodat opvoeders actief met de stof aan de slag kunnen. Rumping: “Na de zomer nemen de praktijkpartners tool en kaartspel in gebruik. Ik ga dat gebruik nog observeren en de ouders vragen stellen. Eind van dit jaar ronden we het project af.”

Harinck kijkt ernaar uit met de tool te werken, die zowel in één-op-één gesprekken als in workshops voor groepen kan worden gebruikt. “Het helpt ons het ontstaan van nieuwe trends en ontwikkelingen te signaleren. Daar kunnen we dan zelf mee aan de slag, en we kunnen in gesprekken met partners en de gemeente adviseren over mogelijke oplossingen voor de toekomst.”

Hebben de studenten bij dit project veel geleerd dat ze niet in hun opleiding leren? Ceriese: “Ja best veel. Bij CMV wordt jeugdzorg wel behandeld in het eerste jaar, maar ik heb nu een flinke verdieping van de theorie gehad. Het ondervragen van opvoeders tijdens ons onderzoek was ook leerzaam, want na mijn afstuderen wil ik met jeugd gaan werken en zal dan ook met ouders en andere externe partijen te maken krijgen.”

Het was voor mij heel interessant om van opvoeders te horen hoe ze omgaan met hun eigen kinderen en die van anderen

Oceanna wil in de toekomst ook met (probleem)jongeren werken. “In jongerenwerk is opvoeding een belangrijk onderwerp. Het was voor mij heel interessant om van opvoeders te horen hoe ze omgaan met hun eigen kinderen en die van anderen.” In haar opleiding doet ze ook onderzoek, maar, zegt ze, “dit onderzoek was wel echt next level. We deden het echt zelfstandig en moesten door corona actief op zoek gaan naar informatie. Deze ervaring draagt er aan bij dat ik straks goed voorbereid de praktijk in ga.”

Gepubliceerd door  Afdeling Communicatie 1 juli 2021