Rekenvragen en medische kennis

HBO-Verpleegkunde

Heb je interesse om HBO-Verpleegkunde te gaan studeren maar twijfel je over jouw rekenkundige skills? Ben je benieuwd naar een tipje van de sluier? Test hier alvast jouw rekenvaardigheden en medische kennis! Maak eerst de vragen, voordat je de uitwerkingen bekijkt. Succes!

Rekenvragen

1. Je hebt een ampul morfine 2%. Een patiënt van 80 kg krijgt voorgeschreven 0,15 mg/kg. Hoeveel ml geef je?

2. Je moet een patiënt 480 mg medicijn toedienen d.m.v. 3 gelijke injecties In voorraad flesjes met 0,8 gram opgelost in 10 ml water. Hoeveel ml geef je per injectie?

3. Een spuitenpomp staat ingesteld op een snelheid van 4 ml per uur. De vloeistof in de spuit bevat een geneesmiddel met een sterkte van 0,2 %. Hoeveel mg geneesmiddel heeft de patiënt na 2 ½ uur toegediend gekregen via deze spuitenpomp?

Uitwerking vraag 1:

Sterkte ampul: 2% = 20 mg/ mL
Voorgeschreven: 0,15 mg/ kg = 0,15 x 80 = 12 mg
Je geeft dan: 12/ 20 = 6/ 10 = 0,6 mL

Uitwerking vraag 2:

Sterkte voorraad: 800 mg in 10 mL = 80 mg/ mL
Te geven: 480 mg , Dus dat is 480/ 80 = 6 mL in totaal.
Verdeeld over 3 injecties is dat: 2 mL per injectie

Uitwerking vraag 3:

Na 2,5 uur met 4 ml/ uur wordt er 2,5 x 4 = 10 mL gegeven (Nu nog die 10 mL omrekenen naar mg m.b.v. sterkte in spuit)
Sterkte in spuit is 0,2% = 2 mg/ mL.
In 4 uur krijgt de patiënt dus 10 mL oftewel 10 x 2 = 20 mg geneesmiddel.

Medische Kennis

1. Meneer de Groot, 65 jaar, komt bij de huisarts met klachten van gewichtsverlies en verandering in ontlastingspatroon.
Na anamnese en lichamelijk onderzoek staat in de differentiaal diagnose van de huisarts dikke darm kanker.
Welke aanvullend onderzoek is het meest geschikt om de binnenkant van de dikke darm te beoordelen?

A. Palpatie
B. Röntgenfoto
C. Coloscopie

2. José de Wit heeft een ontsteking op haar ooglid. Haar ooglid ziet rood en voelt warm aan.
Waardoor worden de roodheid en warmte veroorzaakt?

A. Leucocytose
B. Vasodilatatie
C. Granulatie

3. Je verpleegt mevrouw Morris. Zij heeft een sterke afname van het hartminuutvolume en ze raakt in shock. Wat gebeurt er met de bloeddruk?

A. De bloeddruk blijft gelijk
B. De bloeddruk daalt
C. De bloeddruk stijgt

Antwoord vraag 1: C

Antwoord vraag 2: B

Antwoord vraag 3: B

12 februari 2022