Hogeschool van Amsterdam

Jaar 1 en 2

Forensisch Onderzoek

Als forensisch onderzoeker ben je vaak de schakel tussen twee partijen - bijvoorbeeld tussen de recherche en wetenschappelijk onderzoekers - of je voert de regie over de plaats delict.

Je moet onderzoekskwaliteiten hebben, je moet goed kunnen communiceren en je moet beschikken over managementvaardigheden.

De belangrijkste theorievakken in jaar 1 en 2 zijn:

  • Scheikunde
  • Natuurkunde
  • Biologie
  • Forensische opsporingsmethoden

Meer informatie over de vakken vind je in  de Studiegids.

Accepteer de marketingcookies om deze video te zien

Je leert werken met hypothesen, recht en rapportage en je doet onderzoeksvaardigheden op. Je leert de theorie en praktijk van (natuurwetenschappelijke) onderzoekstechnieken, zoals DNA-onderzoek, natuurkundig onderzoek en onderzoek naar de chemische typering en vergelijking van diverse substanties.

In jaar 1 en 2 werkten en werken studenten aan de volgende projecten:

  • Pathologisch onderzoek: onderzoek waarbij het vermoeden van een niet-natuurlijk overlijden bestaat.
  • Reconstructie van de oorzaak van schade.
  • Het veiligstellen van bewijsmateriaal.
  • De juridische bewijswaarde van forensisch onderzoek, in de rechtbank.
  • Onderzoek naar bloed, wangslijmvlies en sperma.
  • Forensisch-biologisch onderzoek, bijvoorbeeld het madenpracticum: aan de hand van insecten op en rond een gevonden lichaam globaal bepalen hoe lang iemand dood is.

Bij Project Crime Scene Investigation kruip je in de huid van een forensisch onderzoeker en inspecteer je de plaats delict in een virtual reality setting:

Samenwerken

Tijdens de opleiding werk je veel samen en je moet daarbij openstaan voor de inbreng van anderen. Je leert de verantwoordelijkheid nemen voor het groepsproces en het groepsresultaat en ook feedback kunnen geven en ontvangen is belangrijk.

Bij projecten en practica werk je in teamverband aan doelen en een planning, en hypothesen en scenario’s. Je maakt een onderzoeksopzet met een Plan van Aanpak en je moet - vaak onder tijdsdruk- onderzoeken doen op de plaats delict of plaats incident. Tijdens je studie maak je ook veel rapporten, verslagen en presentaties.

Taalvaardigheid

Je krijgt veel natuurwetenschappelijke vakken, maar ook taal is belangrijk. Rapporten schrijf je in helder en foutloos Nederlands. Je moet je goed kunnen uitdrukken en overtuigend kunnen argumenteren. Ook Engelse leesvaardigheid is nodig, want de meeste literatuur is in het Engels.

Bindend studieadvies

In het eerste studiejaar moet je bij de HvA 60 studiepunten halen. Haal je minder dan 50 studiepunten, dan geeft de HvA je een afwijzend bindend studieadvies (BSA). Dit betekent dat je niet verder kunt gaan met de opleiding. Samen met je studiebegeleider bespreek je dan bij welke andere opleiding je eventueel meer op je plek bent. Een studiepunt staat voor 28 uur studietijd. Lees meer over de BSA-norm.

Gepubliceerd door  Faculteit Techniek 2 oktober 2019