Studieprogramma

Ad Smart Media Production

In de Ad Smart Media Production leer jij met behulp van slimme informatietechnologieën content op een verantwoorde wijze te produceren, te distribueren en te monitoren. De opleiding is een cross-over van ICT en contentproductie. Binnen de studie werk je elk blok in een projectgroep samen met medestudenten aan opdrachten van echte opdrachtgevers, zoals het maken van dynamische content voor een platform of content voor een chatbot. Samenwerking is daarbij belangrijk, met je medestudenten in het projectteam en met derden, zoals klanten en opdrachtgevers. Daarbij houd je rekening met de mogelijke verschillen in belangen en werkculturen. Ook houd je je bezig met ethische vraagstukken die bij het maken van content met behulp van slimme technieken om de hoek komen kijken.

Opbouw opleiding

De voltijdopleiding is opgedeeld in twee jaar met acht lesblokken van elk 10 weken. In totaal kun je 120 EC verdienen, dan heb je jouw Ad SMP-diploma op zak. Leerjaar 1 bestaat uit vier blokken. Per blok staat één thema centraal. In jaar 1 zijn dat de thema’s conversational content, machine learning, dynamische content en Internet of Things. Per blok of semester werk je aan een of meerdere beroepstaken, geformuleerd als leerresultaat. Daarbij werk je aan vraagstukken die uit de praktijk komen. De hele week ben je bezig met jouw studie, waarbij je gebruik maakt van onze blended smart media leeromgeving.

Het tweede studiejaar geef je advies over een smart-media-gerelateerd praktijkvraagstuk, heb je in blok 7 een vrije keuzeruimte en ga je in blok 8 afstuderen. In de tabel staat de opbouw schematisch weergegeven.

Werkwijze

Elk blok start met een bootcamp, waarin wordt uitgelegd wat het leerresultaat en de beoordelingscriteria zijn. Hierin worden ook de basiskennis en vaardigheden aangeboden, die nodig zijn om het leerresultaat te behalen. Op basis van de bootcamp stel je een persoonlijk ontwikkelplan (POP) op voor het blok, zodat jouw persoonlijke ontwikkeling een belangrijke basis voor het onderwijs vormt. De focus kan hierbij gericht zijn op het werken aan onderdelen die zwak zijn of het versterken van onderdelen die al sterk aanwezig zijn. Het POP neem je op in het portfolio. Dit wordt als uitgangspunt gebruikt voor de feedbackgesprekken met je coach en je projectbegeleider.

In de daaropvolgende weken werk je aan opdrachten in de broedplaats op school en/of bij de opdrachtgevers. In de eerste fase (empathize) ga je het probleem goed doorgronden en eerst onderzoeken wat de context is van de opdracht. Op grond van verschillende invalshoeken stel je het probleem vast (define); wat is er nu daadwerkelijk aan de hand en hoe kan content bijdragen aan de oplossing van dat probleem? Er wordt een probleemstelling geformuleerd met een centrale vraag en deelvragen. Deze deelvragen worden door middel van deskresearch en eventueel fieldresearch nader onderzocht. In de derde fase (ideate) ga je samen met de groep ‘outside-the-box’ zoveel mogelijk oplossingen voor het probleem bedenken. In de vierde fase staat het ontwikkelen van voorlopige oplossingen centraal, je ontwikkelt prototypes. Vervolgens leg je met de groep in de laatste fase (testing) deze oplossingen aan anderen voor. Het doel is hier zoveel mogelijk reacties op de voorlopige oplossingen te krijgen om ideeën verder aan te scherpen en de beste te kiezen.

Je hebt tijdens een blok meerdere keren individuele feedbackgesprekken met je projectbegeleider en je studiecoach, waarin je je leerproces en tussenproducten bespreekt. Hierin krijg je feedback en feedforward. Hierdoor weet je steeds waar je aan toe bent, wat goed loopt en waar je nog stappen kunt zetten.

Met de uitwerking van de opdrachten (in de vorm van beroepsproducten, verantwoordingsdocumenten, reflecties en feedback) toon je aan de aangeboden theorieën, modellen en methodes te kunnen verwerken en te kunnen inzetten in een beroepsomgeving. Daarnaast toon je aan dat je de ontvangen feedback van de coach, medestudenten en projectbegeleider hebt verwerkt en omgezet tot verbeter- en actiepunten (feedforward). De uitwerkingen neem je op in je portfolio. Met dat portfolio laat je zien hoe het staat met je ontwikkeling. Daarbij staan de zogenoemde gedragsindicatoren centraal: methodisch handelen, probleemoplossend vermogen, samenwerken, communiceren en lerend vermogen.

In de studiegids vind je meer informatie over je vakken.

Gepubliceerd door  Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie 2 februari 2022