Hogeschool van Amsterdam

Jaar 1 en 2

Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO)

Tijdens het eerste en tweede jaar van de ALO leer je alles over bewegen, de bewegende mens en de diverse aspecten van lesgeven. Je krijgt diverse praktijkvakken met daarbij de nodige theorie.

Studiejaar 1

Tijdens het eerste studiejaar van de ALO verwerf je de basiskennis die je als gymdocent nodig hebt. Het thema ‘Beter Leren Bewegen’ wordt gevoed door de kennis uit de theorie- en praktijkvakken. Het thema ‘Beter Leren Lesgeven’ bereid je voor op je stage in het basisonderwijs.

Bij het thema ‘Brede Professionele Basis’ ontwikkel je de vaardigheden die je nodig hebt bij het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek. Bij het vak Intern Lesgeven leer je hoe je lessen voorbereidt en uitvoert.

Praktijkvakken

  • Atletiek
  • Bewegen en Muziek
  • Spel
  • Turnen
  • Klimmen
  • Zelfverdediging

Wat doe je in jaar 1?

  • Je ontwikkelt je sociale- en sportvaardigheden.
  • Je leert hoe je presenteert en lesgeeft aan een groep.
  • Je leert je hoe je feedback geeft én ontvangt.
  • Je loopt stage in het basis- en voortgezet onderwijs.
  • Je stelt doelen waarmee je je ontwikkelt tot een zelfstandig professional.

Bindend studieadvies

In het eerste studiejaar moet je bij de HvA 60 studiepunten halen. Haal je minder dan 50 studiepunten, dan geeft de HvA je een afwijzend bindend studieadvies (BSA). Dit betekent dat je niet verder kunt gaan met de opleiding. Samen met je studiebegeleider bespreek je dan bij welke andere opleiding je eventueel meer op je plek bent. Een studiepunt staat voor 28 uur studietijd. Lees meer over de BSA-norm.

Studiejaar 2

Vanaf het tweede jaar start de hoofdfase van de ALO. In de hoofdfase verdiep je je in de theoretische en praktische achtergronden van het werk van een gymdocent. Je doet didactische vaardigheden op en leert hoe je flexibel en teamgericht in een organisatie functioneert.

Motoriek meten leerlingen

Je ontwikkelt je verder in het doen van onderzoek. Je leert bijvoorbeeld hoe je systematisch het motorisch niveau van leerlingen meet. Op deze manier signaleer je als docent zowel zwakke als talentvolle leerlingen.

Vrije keuzepunten

In het tweede jaar stem je het studieprogramma deels af op je eigen wensen. Je gaat op zoek naar jouw talenten en ontwikkelt deze verder in projectweken. Tijdens de projectweken haal je profileringspunten (vrije keuzepunten) die jouw talenten ondersteunen. Deze profilering loopt door in de rest van jaar 3 en 4.

Gepubliceerd door  Faculteit Bewegen, Sport en Voeding 1 mei 2020