Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Incrementeel ontwikkelen. Van tijdelijk experiment naar nieuw planning paradigma?

Hoofdstuk

Eén van de meest bekende voorvechters van incrementele stedelijke ontwikkeling was Jane Jacobs. In The Death and Life of Great American Cities (1961) verzette zij zich fel tegen de grootschalige stadsvernieuwingsplannen in de jaren ’60, die volgens haar veel stedelijke kwaliteiten en gemeenschappen kapot maakten. Steden zijn in haar ogen veel te complex om van achter de tekentafel te kunnen bedenken en ontwikkelen. De rol van planologen lag voor Jacobs vooral in het onderzoeken van de bestaande stad – de manier waarop deze wordt gebruikt en ervaren door stedelingen – en het met ruimtelijke ingrepen eventueel versterken van de kwaliteiten. Jacobs pleitte daarmee voor een meer geleidelijke vorm van stedelijke ontwikkeling, bestaande uit kleinschalige aanpassingen die in samenwerking met particulieren worden uitgevoerd.

Hoewel Jacobs’ gedachtegoed al jaren zeer populair is onder stedenbouwkundigen en planologen, staat de Nederlandse planningstraditie vooral bekend om de grootschalige, projectmatige en integrale aanpak. Kenmerkend voor deze aanpak zijn de Vinex wijken, waarbij planmatig duizenden woningen tegelijkertijd werden ontworpen en uit de grond gestampt. De opkomst van incrementele ontwikkeling in Nederland wordt vaak gekoppeld aan de economische crisis en afbraak van de verzorgingsstaat. Hierdoor kwam grootschalige gebiedsontwikkeling tot stilstand en ontstond een window of opportunity voor een ander ontwikkelmodel waarbij meer gebruik wordt gemaakt van de krachten van de samenleving. Burgers, creatieve ondernemers en maatschappelijke organisaties kregen in toenemende mate een belangrijke rol bij het invullen van braakliggende terreinen en leegstaand vastgoed (Franke et al., 2015). Deze vorm van ontwikkeling bood een lonkend perspectief in een situatie van enerzijds onzekerheid en verlangen om risico’s te beperken, en anderzijds een groeiende maatschappelijke behoefte aan eigenaarschap over de ruimte (Majoor, 2015).

In dit paper begrijpen we incrementele ontwikkeling als een optelsom van relatief kleinschalige ontwikkelingen zonder vaststaand eindbeeld waar naartoe wordt gewerkt (Buitelaar et al., 2012). Vaak wordt gedacht dat incrementele ontwikkelingen ‘spontaan’ tot stand komen door initiatieven van bewoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties. In de praktijk zien we echter ook dat kleinschalige of tijdelijke projecten bewust worden ingezet door een overheid of private eigenaar om ruimtelijke ontwikkeling stapsgewijs richting te geven. Soms wordt hiervoor gekozen om sociale of technologische innovaties te testen. Ook kan het – aansluitend op Jacobs’ gedachtegoed – een manier zijn om flexibeler in te spelen op verandering van inzichten en behoeften en meer aansluiting te vinden op de dynamiek van de stad. Zo kan tevens de legitimiteit van ruimtelijke plannen worden vergroot. Soms speelt opportunisme een rol bij gemeenten of eigenaren: als het niet grootschalig en integraal kan, dan maar klein en incrementeel. Wanneer initiatieven enkel een tussenoplossing zijn zonder blijvend effect op het gebied spreken we van een tijdelijke en geen incrementele ontwikkeling.

Referentie Levelt, M., & de Nijs, K. (2019). Incrementeel ontwikkelen. Van tijdelijk experiment naar nieuw planning paradigma? In G. Bouma, B. Boonstra, & E. Vanempten (Eds.), Meer met Meer: Bijdragen aan de Plandag 2019 (pp. 116-127). Groningen: Stichting Planologische Discussiedagen / InPlanning.
Gepubliceerd door  Kenniscentrum Techniek 23 mei 2019