Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum Techniek

Hittekaarten van Amsterdam-Noord

Verkenning van hitte in de buitenruimte van Oostzanerwerf en Tuindorp Oostzaan

In opdracht

Dit rapport geeft een overzicht van hittekaarten voor twee wijken in Amsterdam-Noord. In de afgelopen jaren is er een groot aanbod aan hittekaarten ontstaan. Deze kaarten tonen lang niet allemaal hetzelfde plaatje en leiden daardoor vaak tot verschillende inzichten. Soms kunnen uit deze kaarten zelfs tegensprekende conclusies worden getrokken ten aanzien van hitte in de stad. Het overzicht van hittekaarten in dit rapport is een eerste stap in het zoeken naar welke hittekaarten gemeenten het beste helpen de juiste keuzes ten aanzien van hitte te maken. Aanleiding voor het opstellen van dit overzicht is een onderzoek naar de kwetsbaarheid van thuiswonende ouderen voor hitte. Dit rapport vormt een onderdeel van het bredere onderzoek.

Klimaatverandering in Nederland in combinatie met verstedelijking betekent dat we vaker te maken hebben met hittegolven en hittestress in de stad. Dit zorgt voor extra sterfte en gezondheidsproblemen, met name onder ouderen, maar leidt ook tot nadelige effecten op de leefbaarheid in gebouwen en buiten op straat. Om gezondheidsproblemen tijdens hete dagen te verminderen is 10 jaar geleden het Nationaal Hitteplan opgesteld. Dit is een waarschuwingssysteem waarbij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een waarschuwing afgeeft als er een hittegolf verwacht wordt. Deze waarschuwing gaat naar verschillende organisaties (GGD, Zorginstellingen, Rode Kruis) die vervolgacties kunnen ondernemen.

Toenemende hittestress in de stad gaat gepaard met de maatschappelijke tendens om, ook bij het ouder worden, zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze tendens kan ertoe leiden dat zelfstandig wonende ouderen, die nog geen intensieve verzorging nodig hebben, zich op hete dagen zelf moeten zien te redden. Hierdoor vormen met name zelfstandig wonende ouderen ouder dan 75 jaar een risicogroep.

Om hitteproblemen onder thuiswonende ouderen te verminderen zijn lokale hitte- en handelingsplannen de eerste en meest voor de hand liggende instrumenten. Daarnaast kunnen aanpassingen aan gebouwen zoals zonwering en ventilatie helpen de temperatuur in gebouwen aangenaam te houden tijdens extreem hete dagen, maar ook de inrichting van de buitenruimte is belangrijk. De inrichting van de buitenruimte bepaalt het stedelijk hitte-eiland effect en de mate van hittestress in een bepaalde straat of wijk. De ruimtelijke inrichting heeft daarmee uiteindelijk ook invloed op het binnenklimaat. Zo zijn wijken met veel groen over het algemeen koeler dan sterk versteende wijken en zorgen bomen voor het huis ervoor dat zonlicht wordt geweerd waardoor de binnentemperatuur minder sterk oploopt. Ook is het van belang dat straten en wijken voldoende koele plekken bieden om naartoe te kunnen tijdens een hete zomerdag. Dat kunnen bankjes en wandelroutes in de schaduw van bomen zijn, maar het kan ook gaan om koele openbare gebouwen om naartoe te vluchten op een hete dag.

Uit onderzoek naar temperatuurverschillen in Amsterdam (van der Hoeven en Wandl, 2013; zie §3.6) blijkt dat de wijken Oostzanerwerf en Tuindorp Oostzaan relatief warm zijn. Ook zijn het wijken waar gemiddeld veel ouderen wonen. Binnen een samenwerkingsverband tussen de Hogeschool 8 van Amsterdam1 , GGD Amsterdam, het Rode Kruis, Stichting Doras2 en Evean3 is daarom een pilot-onderzoek opgestart om juist in deze wijken onderzoek te doen naar het vóórkomen van hittestress onder ouderen die (nog) zelfstandig wonen. Het doel van deze pilot is om een lokaal hitteplan te ontwikkelen, dat hulpverleners, buurtbewoners, ouderen en hun familie kan helpen om in periodes van langdurige hitte te voorkómen dat ouderen onnodig in het ziekenhuis terecht komen.

Referentie Klok, L., Buchner, S., Kluck, J., & Kwekkeboom, R. (2018). Hittekaarten van Amsterdam-Noord: Verkenning van hitte in de buitenruimte van Oostzanerwerf en Tuindorp Oostzaan. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam.
Gepubliceerd door  Kenniscentrum Techniek 1 mei 2018