Hogeschool van Amsterdam

Kenniscentrum faculteit Digitale Media & Creatieve Industrie

Met koeienpoep huizen bouwen: deze studenten geloven erin

Studenten op de Dutch Design Week met ‘Getting our shit together’

14 okt 2021 09:54 | Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie

Koeienpoep is een veelbelovend materiaal, waarmee in de toekomst huizen gebouwd kunnen worden. Juist in tijden van klimaatverandering. Dat is de overtuiging van drie studenten van de HvA-minor Makerslab, die met de 3D-printer koeienmest bewerken tot bouwmateriaal. Zij tonen de mogelijkheden op de Dutch Design Week, die vanaf 16 tot en met 24 oktober plaatsvindt in Eindhoven.

Nederland heeft een stikstofprobleem, waardoor bomen, planten, maar ook vogels en insecten uitsterven. Die stikstof komt veelal uit mest; aan koeienmest ligt zo’n 53 miljard kilo te verdampen.

Studenten Miruna Vlad (AMFI), Doris Hondtong (Beta-gamma, UvA) en Maxim Meijer (Product Design) volgden de HvA-minor Makerslab en besloten als ontwerpers hun tanden te zetten in dit stikstof- en mestprobleem. Zo kwamen zij op het idee: wat als we koeienpoep niet beschouwen als iets vies, maar als materiaal waarmee je iets nieuws en nuttigs kunt maken, zoals huizen?

Tijd voor poeptechnologie

Uiteraard is voor alles nodig dat de veeteelt in Nederland drastisch afneemt, dat leidt geen twijfel. Maxim Meijer, HvA-student Product Design: “Koeien produceren twee keer zoveel mest als melk; dus als de veestapel inkrimpt, blijkt waarschijnlijk nog een enorm overschot over.”

Intussen zorgt ook de bouwwereld voor uitstoot van CO2 en stikstof. Daardoor is er groeiende belangstelling voor bouwen met ‘natuurlijke’ materialen, bijvoorbeeld leem, zoals in Azië veel gebeurt. “Door koeienmest te gebruiken als bouwmateriaal, sla je dus eigenlijk twee vliegen in één klap,” zegt Doris. Kortom, het is tijd- aldus de studenten- voor poeptechnologie.

Boeren enthousiast

De afgelopen maanden haalden de studenten op de fiets voorraden koeienmest bij een biologisch-dynamische boerderij dichtbij de Hogeschool van Amsterdam, en bij natuurboerderij Hardebol in Landsmeer. Vervolgens experimenteerden zij maandenlang met de 3D-printer om de mest geschikt te maken tot bouwmateriaal. Een aantal bedrijven dat het materiaal al in bouwplaten verwerkt, volgt de ontwikkelingen geïnteresseerd.

Speciale 3D-printer gebouwd

Eerder hebben de studenten met de 3D-printer platen gemaakt van 10 bij 10 centimeter, nu printen zij grote platen van een halve meter. Maxim heeft deze grotere 3D-printer zelf gebouwd voor de demonstratie op de Dutch Design Week. ‘We gaan samen het recept maken, en kijken wat de printer aankan.’

De studenten hebben nu een aantal bouwplaten die zeer de moeite waard zijn om te bekijken, en die goed laten zien dat koeienmest een waardevol eindproduct kan opleveren. Hiermee willen ze het publiek in Eindhoven enthousiast maken. “Juist die combi van glanzend nieuwe 3D-printer met een aards materiaal als koeienpoep zorgt ervoor dat er interesse is,” denkt Doris.

Vinex-wijk uit koeienmest

Voor de duidelijkheid: de studenten verwachten niet dat binnenkort al Vinex-wijken worden opgetrokken uit koeienmest. In deze fase is het nog een designproject, dat laat zien wat er mogelijk is. “Het kost tijd voor bouwmaterialen eenmaal ontwikkeld zijn en op de markt komen, er zit ook veel regelgeving omheen”, zegt Doris. “Maar waar we echt van overtuigd zijn geraakt, is dat dit materiaal zóveel potentie heeft. We geloven hier alle drie in.”

Zelfs in hun vrije tijd experimenteerden de studenten door

HvA-student Product Design Maxim Meijer

Waterafstotend

Maar zijn huizen van koeienpoep wel handig nu het vaker hevig regent door klimaatverandering? Juist wel, zegt Doris: “Koeienpoep heeft een bijzondere eigenschap, in tegenstelling tot andere natuurlijke restmaterialen: het is hydrofoob, dat wil zeggen waterafstotend. In India gebruiken mensen koeienpoep dan ook voor de buitenste laag van hun huis, zodat dit beschermt tegen de regen.”

Van stinkend goedje naar het nieuwe goud

Hoe is het eigenlijk om met koeienpoep te werken? “Na de vakantie was het weer even wennen’, zegt Doris (alumna Bèta-Gamma) “Toen dachten we even: het stinkt wel heel erg. Maar een halfuurtje later valt het alweer mee, en helemaal als je het eindproduct in handen hebt; dan snap je oprecht de waarde van het materiaal.”

Meer aandacht voor de koe

De koeienpoep is elke keer anders, merkten de studenten, en verschilt door het jaar heen. “De ene keer is het een dunne vlaai, maar soms weer veel steviger; het is afhankelijk van het jaargetijde en wat de koeien te eten krijgen.” De studenten hopen dan ook dat hun project indirect kan bijdragen aan meer bewustzijn voor de koe en haar voedingspatroon.

Over het Makerslab van de HvA

In het Makerslab leren studenten te ontwerpen op andere manieren dan gangbaar, met technologieën als de 3D-printer, om zo de toekomst duurzamer te maken. Waarom ontwerpen we dingen zoals we doen? Valt daaraan te sleutelen? Daarvoor kijken de studenten en onderzoekers veel naar natuurlijke, afbreekbare materialen, die hernieuwbaar zijn en niet snel uitgeput raken, zoals groente, fruit, paddenstoelen en of zelfs gras.

Doris (l) en Miruna

In de minor Makers Lab- Critical Making Research through Design leren studenten om te ontwerpen op toekomstbestendige manieren. Naast nieuwe technieken kijken zij ook naar oude methoden, die we hard nodig gaan hebben, zoals pigmenten uit natuurlijke materialen. Ook werken studenten met ‘biotechnologie’ (levende culturen, zoals bacterieën en schimmels).

Hoofddocent-onderzoeker Loes Bogers: “We zijn vrij verslaafd aan plastics, en aan nieuwe grondstoffen, die speciaal voor onze producten gedolven worden. We stellen dan ook hoge eisen aan onze producten. Neem alleen al kleur: die moet fel zijn, en mag absoluut niet vervagen of verwassen. Dat betekent dat momenteel erg chemische processen gebruikt worden voor de pigmenten in kleding en spullen.

We weten inmiddels dat deze manier van produceren en consumeren niet houdbaar is. Uiteindelijk zullen spullen daarom gemaakt worden van materialen die niet uitgeput raken, zoals groente, fruit, paddestoelen, gras en afval. En voor pigmenten zijn allerlei natuurlijke kleurstoffen voor handen, die minder chemische bewerking vragen.
Een aantal bruikbare pigmenten beschouwen we als voedselafval: met uienschillen kun je bijvoorbeeld goud-geel en oranje verven. Met rode uien krijg je kaki kleuren. En met avocadoschillen en -pitten kun je heel mooi roze verven. Dit soort vergeten technieken zijn opnieuw inzetbaar.”

Neem voor meer informatie contact over de minor Makerslab en ontwerpen met biotechnologie contact op met docent-onderzoeker Loes Bogers (minor Makerslab, lectoraat Visual Methodologies): l.bogers@hva.nl / 06-211 582 45.