Hogeschool van Amsterdam

FLOOR

Finale Research Award: interviews met deelnemers 2

Tekst interviews: Sebastiaan van de Water

7 okt 2014 16:34 | FLOOR

De grote finale van de Research Battle vindt donderdag 9 oktober plaats. Foliaweb interviewt de deelnemende onderzoekers. Deel 2. Zie ook www.foliaweb.nl

Welke HvA’er heeft het afgelopen jaar het beste onderzoek verricht? Donderdag 9 oktober strijden vier docenten en vier studenten om de HvA Research Award. Vergelijk hun onderzoeken en maak vast je eigen keuze.

Deel 2: Samir Achbab en Sanne Huijbregts.

Samir Achbab (28, onderzoeksleider bij lectoraat Management van cultuurverandering)

‘1,3 miljoen Nederlanders zijn laaggeletterd. Ze zijn niet analfabeet, maar hebben wel moeite met het begrijpen en toepassen van relatief eenvoudige teksten. Ons is gevraagd onderzoek te verrichten naar laaggeletterdheid in Amsterdam Nieuw-West. We hebben daarom een quickscan ontwikkeld, bestaande uit onder meer een leestekst met vragen. honderddertig HvA-studenten zijn op pad gegaan en hebben 4500 bewoners van Nieuw-West die quickscan voorgelegd. Gemiddeld 27 procent van de beroepsbevolking in Nieuw-West bleek laaggeletterd. Aanmerkelijk meer dan in heel Nederland; 12 procent, Amsterdam; 16 procent. In wijken als Geuzenveld en Slotermeer ligt het percentage zelfs op 37 procent. Het probleem is dus veel groter dan men dacht. Vooral binnen risicogroepen als weduwen en ouders met veel kinderen. Dat laatste is extra zorgelijk, want een groot aantal kinderen groeit dus op met ouders die niet goed kunnen lezen en schrijven. Opmerkelijk is ook dat werkloze vrouwen nu beter scoren dan werkloze mannen. Dat de gemeente jarenlang veel heeft geïnvesteerd in taalcursussen voor vrouwen zou deze trendverschuiving kunnen verklaren.’

Trainen op pedagogisch-didactisch handelen in de kinderopvang

Sanne Huijbregts (38, docent pedagogiek)

‘Kinderen die met een achterstand aan de basisschool beginnen, lopen die achterstand vrijwel nooit meer in. Daarom bieden peuterspeelzalen tegenwoordig ook educatieve programma’s aan, vooral voor kinderen die thuis geen Nederlands spreken. Kinderopvanggroep Korein probeert hun medewerkers op didactisch gebied te trainen door video-opnames te maken en die met een coach terug te kijken. Korein heeft ons gevraagd die trainingen te evalueren. Wij hebben daarom vóór de trainingen, tijdens de trainingen, en na de trainingen onze eigen opnames gemaakt. Die gaan we binnenkort analyseren, maar onze eerste indruk is dat de trainingen zeker nut kunnen hebben, want de medewerkers zijn weliswaar heel lief, maar ze stimuleren niet genoeg. En juist als peuters via een uitdagende omgeving geprikkeld worden om veel zelf te ontdekken kunnen ze daar veel profijt van hebben. Hoe dan ook, dit onderzoek is voor de betrokken studenten pedagogiek een ideale manier gebleken om tegelijkertijd ervaring op te doen met zowel wetenschappelijk onderzoek als de directe praktijk.’