Hogeschool van Amsterdam

FLOOR

Finale Research Award: interviews met deelnemers

Tekst interviews: Sebastiaan van de Water

6 okt 2014 13:45 | FLOOR

De grote finale van de Research Battle vindt donderdag 9 oktober plaats. Foliaweb interviewt de deelnemende onderzoekers. Deel 1. Zie ook www.foliaweb.nl

Welke HvA’er heeft het afgelopen jaar het beste onderzoek verricht? Donderdag 9 oktober strijden vier docenten en vier studenten om de HvA Research Award. Vergelijk hun onderzoeken en maak vast je eigen keuze.

Het effect van een positieve turncoach

Karin Veltman (22, student ALO, rechts op de foto) en Mandy Bleeker (23, student ALO)

‘Twee Nederlandse ex-topturnsters onthulden vorig jaar dat ze jarenlang fysiek, mentaal en emotioneel geïntimideerd en mishandeld zijn door hun trainers onder het mom van prestatiegericht trainen. De media hadden het al snel over “turnterrorisme”. De turnbond (KNGU) onderzoekt daarom nu of binnen verenigingen voldoende “positief coachen” plaatsvindt. Ze kijken daarbij vooral naar de vaardigheden en verbale uitingen van coaches. Wij hebben in aansluiting hierop de beleving van de turnsters zelf onderzocht. Want is die niet ook belangrijk? We zijn naar een recreatieve- en een topsportturnvereniging gegaan, en hebben turnsters van 8 tot 18 jaar ondervraagd over hun coaches en over de trainingen. Turnsters van beide groepen waren positief. In het licht van alle negatieve berichten is dit een belangrijke vondst. Het beeld van trainers die meisjes tot tranen toe dwingen tot presteren, komt niet overeen met wat turnsters bij de recreatieve vereniging aangeven, maar ook niet bij de topvereniging. Positieve coaching bestaat, en zoals de prestaties laten zien, werkt. Ook op hoog niveau.’

Wie doet wat in de schuldverlening?

Rosine van Dam (26, hogeschoolonderzoeker in opleiding bij het lectoraat Armoede en Participatie)

‘Wie schulden heeft kan in Amsterdam-Zuid een “financieel café” binnen lopen, een laagdrempelige plek waar je gratis kunt leren omgaan met je financiële problemen. Het is een van de vele verschillende projecten gericht op schuldverlening. Maar of ze effectief zijn, daar is weinig over bekend. Ik heb daarom drie projecten in Amsterdam onderzocht door een inventarisatie te maken van hoe er binnen die projecten wordt samengewerkt tussen professionals, vrijwilligers en mensen met schulden, en dat te toetsten aan de WhatWorks criteria. Dat zijn zes principes die zijn opgesteld vanuit de reclassering en de jeugdzorg. Als projecten aan die criteria voldoen, is het aannemelijk dat ze effectief zijn. Wat we zien in deze projecten is dat er op papier wel geschreven staat hoe er moet worden gewerkt, maar dat in de praktijk iedere professional en vrijwilliger het vooral op zijn eigen manier doet. De WhatWorks criteria zijn mede daardoor niet genoeg in de projecten verwerkt. En dat zal wel moeten, als we mensen met schulden beter willen helpen.’