Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Respijtzorg in complexe mantelzorgsituaties

Een kwalitatief onderzoek

Rapport

De gemeente Amsterdam, Sigra en het Expertisecentrum Mantelzorgondersteuning Amsterdam werkten afgelopen jaar aan het project “In voor mantelzorg”. In dat project is respijtzorg in Amsterdam onder de loep genomen.

Respijtzorg is de tijdelijke en volledige overname van zorg die een mantelzorger geeft aan zijn of haar naaste, ter ontlasting van de mantelzorger. In het kader van dat project heeft de gemeente Amsterdam het lectoraat Community Care van de Hogeschool van Amsterdam verzocht om een kwalitatief onderzoek uit te voeren naar de behoefte van mantelzorgers aan diverse vormen van respijtzorg.

Uit eerder onderzoek van de HvA (Wittenberg en Kwekkeboom, 2014) blijkt dat mantelzorgers die persoonlijke verzorging en/of verpleegkundige hulp bieden aan een naaste en dus ‘complexe zorg’ bieden, een grotere behoefte hebben aan respijtzorg dan andere mantelzorgers. Tegelijk lijkt het juist voor deze groep mantelzorgers moeilijk om gebruik te maken van het aanbod van respijtzorg. In het kwalitatieve vervolgonderzoek is daarom ingezoomd op deze specifieke groep, om zo een diepgaander beeld te vormen van hun respijtbehoefte.

Tussen juni en november 2015 zijn semigestructureerde interviews gehouden met mantelzorgers en aanbieders van respijtzorg. Het doel daarvan was om kennis te verzamelen over zowel de vraag- als aanbodzijde van respijtzorg in complexe mantelzorgsituaties. Die kennis zal gebruikt worden om vraag naar en aanbod van respijtzorg beter op elkaar aan te laten sluiten.

Gebruik maken van respijtzorg is volgens de geïnterviewde mantelzorgers van grote meerwaarde: het zorgt ervoor dat energie weer kan worden opgeladen. De kwaliteit van de vrijwilliger of de beroepskracht blijkt een belangrijke voorwaarde om gebruik te maken van respijtzorg. Een vertrouwensband is wenselijk en het opbouwen daarvan kost tijd. Uit de gesprekken blijkt echter ook dat respijtzorg soms moeilijk te vinden is. Als gebruik maken van respijtzorg niet mogelijk is, zouden mantelzorgers graag op andere manieren geholpen worden om hen alsnog te ontlasten. Men denkt dan bijvoorbeeld aan praktische hulp of juridische ondersteuning.

Voorzieningen zouden beter aan moeten sluiten op de wensen van de zorgvrager en de mogelijkheden om gebruik te kunnen maken van een voorziening zouden verruimd moeten worden, aldus de mantelzorgers. Andere verbetersuggesties gingen veelal over het ontlasten van mantelzorgers in meer algemene zin. Daarnaast bestaat de wens om al in een vroeg stadium geïnformeerd te worden over de ondersteuningsmogelijkheden.

Ook de geïnterviewde professionals gaven aan dat af en toe een ‘zorgpauze’ noodzakelijk lijkt voor deze mantelzorgers. Net als de mantelzorgers vinden ook professionals dat er een grens is aan wat een vrijwilliger zou kunnen doen: zodra de hulp handelingen omvat die persoonlijke verzorging of verpleegkundige hulp betreffen, is het niet aan een vrijwilliger om te helpen.

Er bestaat onduidelijkheid over de financieringsstromen voor respijtzorg. De professionals benoemen daarnaast dat het aanbod van respijtzorg verbeterd zou kunnen worden door de samenwerking tussen aanbieders van zowel formele als informele respijtzorg te verbeteren. Het is bovendien belangrijk om kleinschalig of wijkgericht te werken. Sleutelfiguren als de wijkverpleegkundige en de huisarts zouden een rol kunnen hebben in het bekend maken van het aanbod en zouden de mantelzorgers kunnen ondersteunen om passende hulp te kiezen.

De publicatie “Respijtzorg in complexe mantelzorgsituaties. Een kwalitatief onderzoek” is gratis te downloaden door links op de titel van de publicatie te klikken. Heeft u vragen over dit onderzoek? Neem dan contact op met Yvette Wittenberg, via y.wittenberg@hva.nl.

Referentie

Wittenberg, Y., Kwekkeboom, R. & Schmale, L. (2016). Respijtzorg in complexe mantelzorgsituaties. Een kwalitatief onderzoek. Uitgave: Hogeschool van Amsterdam/AKMI

Gepubliceerd door  AKMI 21 maart 2016