Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Onderzoek naar behoorlijk bestuur onderwijsinstellingen

8 mrt 2016 17:33 | AKMI

Onderwijsinstellingen staan onder druk en bevinden zich in het middelpunt van de belangstelling. Daarom kunnen er zaken misgaan die de reputatie van een instelling aantasten. Van dat soort situaties kan echter veel worden geleerd, juist omdat er sprake is geweest van behoorlijk bestuur. Dit blijkt uit onderzoek door Hogeschool van Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam in opdracht van OCW.

Maatschappelijke opgave centraal

Uit het onderzoek ' Behoorlijk Bestuur van Onderwijsinstellingen' blijkt dat het belangrijk is dat de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur ook werkelijk als leidraad wordt gebruikt. Het belang ervan moet door de medewerkers en door alle andere partijen, zoals besturen, directies, raden van toezicht, worden erkend. Dit kan als instellingen hun maatschappelijke opgave centraal stellen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor samenwerking en die samenwerking is belangrijk als het bijna mis gaat.

Vindbaarheid, ruimte en transparantie

Dit veronderstelt dat partijen elkaar weten te vinden en weten wat er van hen wordt verwacht. Ook moet er ruimte zijn om te kunnen handelen en om te kunnen improviseren. Hiervoor zijn transparantie en een open dialoog belangrijk. Pas dan is behoorlijk bestuur een levende praktijk in een organisatie.

Spelregels en discussie

Behoorlijk bestuur betekent ook dat er geleerd moet worden om crises in de nabije toekomst te voorkomen. Belangrijk is daarom dat er lessen worden getrokken, die verder gaan dan het aanscherpen van regels en procedures. Bestaande praktijken moeten ter discussie kunnen worden gesteld. Duidelijk moet zijn wat de spelregels zijn waarbinnen een (bijna) crisis moet worden aangepakt. Dat geldt ook voor de verhouding tussen de Raden van toezicht en de besturen. Het is daarom belangrijk om de code behoorlijk bestuur te verbinden met het alledaagse denken en handelen van bestuurders, toezichthouders en medewerkers.

Succesvolle praktijken

Naar aanleiding van het adviesrapport van de Commissie Behoorlijk Bestuur (2013) heeft OCW opdracht gegeven succesvolle praktijken van goed bestuur te onderzoeken in situaties waarbij het bijna mis dreigde te gaan in verschillende soorten onderwijsinstellingen.

Zes 'near misses'

Aan de hand van zes concrete ‘near misses’ waaronder wapenbezit op school, examenfraude, tekortschieten van de onderwijskwaliteit en financiële problemen, is onderzocht hoe door adequaat optreden erger is voorkomen. Daarbij is nadrukkelijk nagegaan in hoeverre het gedrag van medewerkers heeft bijgedragen aan de oplossing van de ‘near miss’, en in welke mate de door het bestuur ondernomen activiteiten richting gaven aan het handelen van medewerkers op de werkvloer.

Publicatie

Het onderzoek ' Behoorlijk Bestuur van Onderwijsinstellingen' is uitgevoerd door het lectoraat Management van Cultuurverandering (HvA), het onderzoeksinstituut Risbo en de opleiding Bestuurskunde (EUR), in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Download hier het eindrapport Behoorlijk Bestuur

Betrokken onderzoekers buiten HvA:

  • prof.dr. Victor Bekkers
  • prof.dr Bram Steijn (FSW)
  • dr. Dennis de Kool
  • wijlen drs. Peter Siep (Risbo)