Hogeschool van Amsterdam

Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie

Conferentie 'Thuis in de sociale basis in ontwikkelbuurten'

Evenement

De gemeente wil dat alle Amsterdammers ‘jong, oud, kansarm en kansrijk´ zich thuis voelen in de sociale basis. Is deze (inclusieve) ambitie in de praktijk haalbaar? Hoe organiseer je dat en welke dilemma’s komen uitvoerders in ontwikkelbuurten tegen?

Deze vragen stonden centraal tijdens de bijeenkomst op 12 december, georganiseerd door onderzoekers van de Werkplaats Sociaal Domein Amsterdam en Omgeving. Een kleine 100 bezoekers, veelal beleidsmedewerkers en sociaal professionals werkzaam in het sociale domein in Amsterdam, kwamen in de ochtend bijeen in de Theaterzaal van de Ru Pare - Buurtzaak in Slotervaart-Overtoomse Veld. De ochtend bestond uit een plenair deel, workshops, een keynote-speech van Jan Willem Duyvendak en eindigde met een lunch. Dit alles onder leiding van Charlotte Kemmeren (onderzoeker bij het lectoraat Stedelijk Sociaal Werken) die optrad als gespreksleider.

Lees hieronder de verslagen per programmaonderdeel

Lex Veldboer, lector Stedelijk Sociaal Werken van de Hogeschool van Amsterdam, hield een openingswoord waarin hij de achtergrond en context van het thema ‘sociale basis in ontwikkelbuurten’ uiteen zette. Lex vertelde het publiek dat uit empirische data blijkt dat er sprake is van een verhoogde kwetsbaarheid en diversiteit in ontwikkelbuurten, als gevolg van passend toewijzen van woningen in de huursector. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat veel mensen gericht zijn op overleven en dat het samenleven in de zin van buurtcohesie, leefbaarheid en ‘thuisvoelen’ onder druk is komen te staan. De hoop is nu gevestigd op de sociale basis: dat via formele en informele laagdrempelige activiteiten moeilijk bereikbare groepen worden bereikt. En dat deze formele en informele laagdrempelige voorzieningen functioneren als leerschool en verbinder voor samenleven. De verwachtingen voor de sociale basis in ontwikkelbuurten zijn, kortom, best hoog. En dit terwijl er vooralsnog relatief weinig investeringen en onderzoek zijn gedaan. Hoe zit het bijvoorbeeld met de toegankelijkheid van de sociale basis? Dit is een van de vragen waarmee de Werkplaats zich bezighoudt en waarover op de bijeenkomst kennisuitwisseling plaats zou vinden.

Download Presentatie minicollege Lex Veldboer

Na het openingswoord van Lex Veldboer werd het publiek gevraagd om na te gaan of men zelf gebruik maakt van sociale basisvoorzieningen en zo ja, welke. Daarna was het tijd voor de presentatie van de onderzoeksresultaten. Het afgelopen jaar hebben onderzoekers van het lectoraat Stedelijk Sociaal Werken onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid van basisvoorzieningen in Geuzenveld. De kernbevindingen en uitkomsten van het onderzoek, waaronder het analyseschema (assenstelsel), zijn beschreven in een publieksvriendelijk rapport. Voordat dit door Charlotte werd ‘uitgereikt’ werd het onderzoek ingeleid met een animatie, zie hieronder.

Nadat Saskia Welschen een korte toelichting had gegeven over de animatie werd ing. Hanane Saja op het podium gevraagd. Hanane Saja is Arabisch tolk, coach en begeleider van nieuwkomers en is als vertaler betrokken geweest bij het onderzoek in Geuzenveld. Via Hanane kwamen de onderzoekers in contact met een groep Marokkaanse vrouwen in Geuzenveld. Charlotte vroeg Hanane om iets over de groep vrouwen te vertellen omdat deze casus een goede illustratie was van de complexiteit van het thema dat tijdens de bijeenkomst centraal stond. De groep vrouwen waar Hanane Saja over vertelde ( in totaal ongeveer 20- in wisselende samenstelling) komen wekelijks bijeen in een ontmoetingsruimte van Geuzenveld. Hoewel deze vrouwen, voornamelijk 60-plussers, de weg naar een sociale basisvoorziening weten te vinden, daar gezelligheid en onderlinge steun vinden ontvangen zij geenszins de hulp die zij nodig hebben. Hanane vertelde over de problemen waarmee de vrouwen kampen en de obstakels die zij ervaren om er hulp voor te vinden. Nadat Charlotte Hanane bedankte voor het toelichten van de casus werd een panel op het podium geroepen om door te praten over de onderzoeksresultaten en deze case.

Het panel bestond uit Mary Bezuijen (Gemeente Amsterdam), Dick Glastra van Loon (Directeur Eigenwijks), Yvonne Cornelisse (Stadsdeel Nieuw West) en Saskia Welschen (senior onderzoeker HvA). De eerste reactie op de casus kwam van Mary, die benadrukte dat dit soort ‘verhalen uit de stad’ van groot belang zijn om voor het voetlicht te brengen. ‘Beleid’, zo stelt zij, is ‘papier en heeft de neiging om te instrumentaliseren en om de problemen echt op de lossen hebben professionals ruimte nodig in de praktijk.’ Saskia Welschen vertelde dat zij meerdere keren heeft meegemaakt dat respondenten haar na een interview om hulp vroegen over bijvoorbeeld het invullen van formulieren. Hoe kan het zijn dat zij geen drempels ervaren bij een onderzoeker en blijkbaar wel bij professionals in Huizen van de Wijk? Volgens Dick Glastra van Loon betekent dit niet dat de respondenten nooit eerder hulp hebben gevraagd. Maar waarschijnlijk kregen ze niet de hulp die ze nodig hadden. Bewoners worden doorverwezen naar het juiste loket, maar blijkbaar worden ze niet geholpen. Dit is een groot probleem. Dick vraagt zich af, wat heeft toeleiding voor zin als mensen door zorg- en dienstverlening niet geholpen worden?

Een ander onderwerp dat tijdens het panelgesprek ter sprake kwam was de veelzijdigheid van de sociale basis. Yvonne Cornelisse benadrukte de hoeveelheid spelers en dat het belangrijk is om ook zelforganisaties in dit veld te erkennen. Deze organisaties staan vaak op afstand van professionele zorg. Verbinding is belangrijk en het stadsdeel probeert met subsidie de zelforganisaties aan te laten sluiten bij de andere informele en formele spelers in de sociale basis. Informele spelers zijn, zegt Yvonne, belangrijk en mensen bevatten meer kracht dan je denkt. Dick eindigt het panelgesprek met een kritische noot omdat de subsidie voor die zelforganisaties - die de gemeente zo belangrijk vindt - is stopgezet. Mary Bezuijen benadrukte het belang van balans en het afvragen wat er precies in de praktijk nodig is. Als dat betekent dat je soms eerst specifieke groepen moet stimuleren door hen ruimte te geven voordat je kunt streven naar verbinding, is dat waar in geïnvesteerd moet worden.

In dit college schetste Lex Veldboer hoe diversiteit kan worden gemeten in een gebied (HHI Diversity index), welke theorieën er in Europa en in de Verenigde Staten bestaan over de impact van diversiteit op het samenleven in de buurt (van sociale desorganisatie tot happy diversity volgens Richard Florida), en wat er overeind blijft van deze theorieën als ze getoetst worden door middel van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Wat vooralsnog overeind blijft in tal van studies is dat etnische diversiteit het samenleven in de buurt bemoeilijkt. Veldboer beschreef dat in het recente verleden sterk werd ingezet op sociale mix door sloop-nieuwbouwprogramma’s. Rond de eeuwwisseling en daarna werden aan aandachtswijken op grote schaal koopwoningen toegevoegd. Deze sociaaleconomische mix van huishoudens moest ook leiden tot een afname van etnische concentraties en tot meer overbruggend contact. Tegenwoordig wordt in Amsterdam voor bridging juist sterk ingezet op micro spaces zoals Huizen van de Wijk en op de ‘micro politics’ van sociale professionals in de sociale basis. Met de zaal ging hij de discussie aan over de vraag op welk concept sociale professionals moeten inzetten als regisseur van overbruggend contact in ontwikkelbuurten. Publieke familiariteit (onderlinge vertrouwdheid tussen groepen), conviviality (onderlinge vertrouwdheid en vriendelijkheid tussen groepen) en sociale inclusie (samen ongeacht herkomstgroep) streden hierbij om voorrang. Uit de zaal kwam ook de oproep om deze micro policies van professionals beter in kaart te brengen. Download de PowerPoint presentatie hieronder.

In deze workshop stond informeel sociaal werk centraal, in het verlengde van het onderzoek naar verbinders en link work dat de HvA in Geuzenveld uitvoerde. De discussie werd ingeleid door Mieke Schrooten (Universiteit van Antwerpen en Hogeschool Odisee Brussel) en Melanie Verhoef (Hogeschool van Amsterdam). Mieke Schrooten is co-auteur van het boek Sociaal Schaduwwerk (2019), waarin een breed palet aan informele spelers in het Belgische welzijnslandschap worden beschreven. De term ‘schaduwwerk’ verwijst naar het feit dat het sociaal werk dat deze spelers verrichten veelal onzichtbaar blijft voor formele organisaties en beleidsmakers. Tegelijkertijd komt het tegemoet aan (basis)noden die ontstaan door onderbereik van het formele aanbod en door een terugtrekkende of afwezige overheid. Mieke schetste een aantal concrete voorbeelden, waaronder de Wijkacademie in de Brusselse wijk Molenbeek en het burgerinitiatief ter ondersteuning van ongedocumenteerden in het Maximiliaanpark, eveneens in Brussel. Door zich onderling te verenigen staan mensen met een migratieachtergrond krachtig, net als eerder vrouwen in de vrouwenbeweging. Van daaruit kan juist verbinding ontstaan. Melanie Verhoef deed onderzoek in de Amsterdamse Indische buurt onder bewoners die informele spreekuren houden. Zij benoemde ook enkele valkuilen van informeel sociaal werk, zoals onderlinge concurrentie en korte termijnoplossingen. Na deze introducties discussieerden we over de rol en betekenis van informeel sociaal werk. Wijst de toenemende rol van informeel sociaal werk op een tekortkoming in het formele sociaal werk, en moet die tekortkoming niet binnen het formele domein worden aangepakt? Bijvoorbeeld door sterker te kijken naar diversiteit binnen organisaties? Of is het informeel sociaal werk essentiële smeerolie die nodig is om de verzorgingsstaat te laten functioneren? We hoorden onder meer de ervaringen van een succesvolle migrantenzelforganisatie in Nieuw West en van een professional, betrokken bij het project Nieuwe Verbindingen in Geuzenveld. De conclusie van de discussie was dat het zowel nodig is om het bereik van formeel aanbod te versterken, als om informeel sociaal werk beter te erkennen en ondersteunen.

Een mooi, klein clubje deelnemers van de conferentie heeft de workshop over het Huis van de Wijk als sociaal kruispunt bijgewoond. In deze workshop zijn we op zoek gegaan naar de ijkpunten van een ideaal Huis van de Wijk: wat zijn een passende missie en visie daarvoor, wat zouden doelgroepen er willen vinden en wat heeft een Huis van de Wijk nodig van de gemeente. Als inspiratie vertelden Helen Bolderman van Doras en Maria Dienaar van Dock over hun werkplek Huis van de Wijk De Evenaar in Tuindorp Oostzaan, een bijzondere plek waar samensturing door wijkbewoners en professionals plaatsvindt.

Wat lijkt zo goed te werken in De Evenaar? Het karakteristieke, relatief kleine gebouw in Amsterdamse School architectuur maakt dat veel bezoekers zich er thuis voelen en dat er veel contact bestaat tussen de professionals en de deelnemers aan activiteiten en andere bezoekers. Ze zitten en werken letterlijk door elkaar heen. Hoewel de professionele organisaties niet zelf activiteiten organiseren zorgen ze wel voor verbinding tussen verschillende typen bezoekers en faciliteren ze kleinere initiatieven door laagdrempelige financiering. De workshop deelnemers luisterden geïnteresseerd naar de verhalen van Maria en Helen en waren ook benieuwd naar het financiële verhaal achter het Huis van de Wijk.

Vervolgens gingen ze zelf aan de slag en hebben in groepjes verschillende aspecten van het Huis van de Wijk uitgedacht. Zo zou de missie verbinding en sociale cohesie moeten zijn, met daarbij de visie dat processen de tijd nodig hebben en dat er aandacht moet zijn voor of de doelen nog steeds bij die missie aansluiten. Als het gaat om de doelgroepen die er komen is het belangrijk om goed te begrijpen wat de behoeftes zijn van de verschillende groepen en erachter komen welke vraag daar nog onder zit. Uiteindelijk willen mensen gezien worden en een goede dag hebben, maar hoe, dat is voor iedereen verschillend. Mochten groepen een ‘eigen’ ruimte willen voor een activiteit? Dan kan, maar dan is er volgens de workshopdeelnemers wel een tegenprestatie nodig. Aan de gemeente hebben de Huizen van de Wijk een echte partner nodig, wellicht moeten ze zelfs samen een missie en visie maken. De gebiedsmakelaar zou hierbij een belangrijke rol kunnen spelen, of de afdeling maatschappelijk vastgoed.

Liever hadden we nog uren langer de tijd gehad om met elkaar na te denken, maar deze sessie over het Huis van de Wijk vanuit verschillende perspectieven heeft zeker bijgedragen aan het gesprek over ontmoeten in de sociale basis.

In een voormalig klaslokaal in een Huis van de Wijk in Slotervaart introduceert onderzoeker Jeremy Rijnders twee centrale kwesties uit de dagelijkse buurthuispraktijk van professionals. Professionals uit verschillende organisaties, onderzoekers, docenten en deskundige Nel Klaasse Bos buigen zich tijdens de workshop over beiden kwesties.

De eerste kwestie gaat over de spanning tussen het ideaal van universele toegankelijkheid van de Huizen van de wijk voor alle bewoners en de praktijk waarin toch vooral bepaalde groepen bewoners actief zijn. Hoever moet je als professional gaan om dat ideaal te realiseren? Nel Klaasse Bos trapt de discussie af met een pleidooi om oog te hebben voor toegankelijkheid en het bereiken van groepen in kwetsbare posities, zonder de ambitie los te laten om ook andere groepen bij het buurthuis te betrekken door hen te verleiden om zich in te zetten. Volgens verschillende deelnemers blijkt de toegankelijkheid voor nieuwe groepen door het historisch gegroeide aanbod soms beperkt. Professionals zouden nadrukkelijker kunnen sturen om ruimte te maken voor nieuwe groepen in plaats van zittende groepen vooral te faciliteren, zo stelt een deelnemer. In de daaropvolgende discussie wordt duidelijk dat het bereiken van specifieke groepen veel tijd, inzet, tact en ruimte vraagt van professionals. Tegelijk wordt het ideaal dat buurthuizen voor iedereen toegankelijk zijn niet altijd even realistisch geacht door deelnemers. De praktijk blijkt weerbarstig en vol dilemma’s. Waarom moeten mensen bijvoorbeeld verleid worden om iets te beteken voor de wijk of naar het buurthuis te komen die daar eigenlijk geen behoefte aan hebben?

De tweede kwestie betreft de mate waarin professionals inzetten op verbinding tussen verschillende groepen. Professionals blijken hierin voorzichtig, zo blijkt uit het onderzoek. Wel is er sprake van lichte afgestemde bridgingstactieken die gericht zijn op het uitlokken en tot stand brengen van intensiever contact tussen verschillende groepen. Ook deze kwestie roept verschillende discussies en reflecties op. Is een vreedzaam samenzijn met veel ruimte voor particularisme in een veilige en gemoedelijke sfeer heerst en waarin een zekere mate van wederzijdse vertrouwdheid ontstaat niet al een mooi en bereikbaar ideaal? Of moeten groepen sterker mengen of intensiever contact hebben, maar waarom dan en wie bepaalt dat eigenlijk? Enerzijds constateren deelnemers dat het maar de vraag is of mensen wel behoefte aan intensiever onderling contact tussen groepen. Anderzijds spreken andere deelnemers juist over het belang van meer omkijken naar elkaar, machtsdynamiek en dat aanpassing tussen verschillende bewoners niet alleen van een kant moet komen, maar wederzijds is. Aan het einde van de workshop wordt de waarde benadrukt van onderlinge ervarings- en visie uitwisseling tussen professionals en andere betrokkenen.

Het onderzoek Toegankelijkheid basisvoorzieningen in het perspectief van diversiteit is uitgevoerd in Geuzenveld en (ten dele ook) Slotermeer. Vanuit stadsdeel Nieuw-West, betrokken in de begeleidingscommissie van het onderzoek, wordt er belang aan gehecht dat het onderzoek de lokale praktijk dient. In samenspraak werd besloten een bijeenkomst te organiseren voor spelers uit de sociale basis van Geuzenveld-Slotermeer. Het doel van de bijeenkomst is informele kennismaking en verkenning of en op welke manier samenwerking nodig en mogelijk is in Geuzenveld-Slotermeer.

We starten de workshop met een aantal stellingen over de afstemming tussen behoefte en aanbod van activiteiten en ontmoetingsplekken in Geuzenveld-Slotermeer. Pamela presenteert vervolgens een aantal bevindingen uit het onderzoek naar de toegankelijkheid van ontmoetingsplekken in Geuzenveld, vanuit bewonersperspectief. Daarna worden de deelnemers opgedeeld in groepen van circa 4 deelnemers voor de oefening The Golden Circle, populair in organisatiekundige hoek. Hierbij wordt niet, zoals vaak gebeurt in organisaties, eerst uitgegaan van de resultaten die behaald moeten worden, maar van het waarom. De vraag die nu centraal staat is: Waarom is samenhang in de sociale basisinfrastructuur nodig? Daarna volgen de vragen: Hoe moeten we dat doen (hoe moet dat er uit zien)? Wat is het resultaat?

Aan het eind van de workshop blijkt animo onder de deelnemers om meer bij elkaar te komen om een sociale agenda op te stellen voor Geuzenveld-Slotermeer. Het betreft een samenwerking op inhoud. Een van de aanwezigen, teamleider van een organisatie, zal voortouw nemen voor een volgende bijeenkomst met het gezelschap dat voor deze bijeenkomst was uitgenodigd.

De bijeenkomst werd afgesloten met een presentatie door Jan Willem Duyvendak, Sociologie-professor aan de UvA en directeur van het NIAS. Met zijn sociologisch-wetenschappelijke bril ontleedde hij de concepten die tijdens de bijenkomst centraal stonden. Hij vroeg zich bijvoorbeeld zich af of Amsterdam wel echt diverser is geworden en of je door het gebruik van het concept diversiteit niet juist verschillen benadrukt terwijl de onderliggende problemen van Amsterdammers, zoals eenzaamheid, juist gemeenschappelijk van aard zijn. Duyvendak stelde daarnaast het idee ter discussie dat ‘iedereen zich thuis moet voelen in de wijk’. Jan Willem doet al meer dan 20 jaar onderzoek naar ‘ thuis voelen’ en is van mening dit geen taak van de overheid is en ook geen nuttig concept voor de sociale basis. Thuis voelen vooronderstelt namelijk homogeniteit en in de wijk wonen verschillende mensen. ‘Thuis voel je je, als het goed is, bij familie en vrienden,’ aldus Jan Willem Duyvendak. Zijn boodschap was helder: hou op met het gebruiken van grote woorden en laten wij met z’n allen preciezere doelen stellen dan ‘thuis voelen’. Thuis voelen als beleidsdoel in een stad als Amsterdam gaat met bijna een miljoen mensen nooit lukken – en dat hoeft van Duyvendak dus ook niet. Download hier de presentatie van Jan Willem Duyvendak.

Download presentatie Jan Wiilem Duyvendak

Charlotte sloot de bijeenkomst af met de oproep aan sociaal professionals om aan te sluiten bij een mogelijk vervolgonderzoek o.l.v. Lex Veldboer en Eltje Bos (Lector Culturele en Sociale Dynamiek). In het nieuwe jaar willen zij een onderzoeksaanvraag doen over de ‘micro policies’ van sociaal werkers in de sociale basis. In het huidige onderzoek viel namelijk op dat veel sociaal werkers zelf allerlei afwegingen moeten maken over verbinden binnen en tussen groepen en dat er weinig afstemming hierover is tussen professionals. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden door een mail te sturen naar: a.p.m.veldboer@hva.nl of e.bos@hva.nl

Heeft u vragen, of wilt u meer informatie over het onderzoek ‘ Toegankelijkheid in divers perspectief? Stuur dan een mail naar Saskia van Welschen: s.welschen@hva.nl

Bekijk de animatie van de conferentie 'Thuis in de Sociale Basis in ontwikkelbuurten'

Accepteer de marketingcookies om deze video te zien
Gepubliceerd door  AKMI 17 december 2019

Datum

Startdatum 12 dec 2019

Tijd

09:00 - 13:00 uur

Contact

Charlotte Kemmeren
Meta de Lange