Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Congres Kinderen in Beweging: Samen onze zorg

Congres

Kinderen hebben steeds vaker een achterstand in hun motorische ontwikkeling. Ook zijn er kinderen die door een chronische aandoening beperkt worden in hun beweging. Deze kinderen zijn onze gezamenlijke zorg. Dit congres richt zich op professionals zoals vakleerkrachten bewegingsonderwijs, intern begeleiders, jeugdartsen, (kinder)fysiotherapeuten, (kinder)oefentherapeuten, (kinder)ergotherapeuten, psychomotorisch therapeuten en revalidatieartsen.

Kind gymles

 

Programma

10:00-10:15 Opening door dagvoorzitter Prof. dr. Raoul Engelbert

10:15-10:45 Keynote afgevaardigde van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

10:45-10:55 Prof. dr. Raoul Engelbert bespreekt een aantal stellingen met het publiek n.a.v. keynote 

10:55-11:25 Keynote dr. Marina Schoemaker- Is DCD een achterstand in de motorische ontwikkeling?

11:25-12:00 Keynote drs. Ruud Wong Chung - DCD; de kracht van samenwerking?

12:00-13:00 Lunch - tijdens de lunch nodigen we je uit voor een wandeling in het park samen met professionals uit een andere beroepsgroep. Onderweg kom je stellingen tegen die je kunt bespreken met elkaar.

13:00-14:30 Deelprogramma met keuze uit één 1 van de 4 vier middagsessies

14:30-15:00 Pauze

15:00-16:00 Afsluitende keynote door Emran Riffi - Wat kunnen we leren vanuit pedagogische netwerken rondom kinderen?

Sessies

Sessieleiders: Jan Paddenburg en Joshua Broek (Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht)

Theorie: bijdrage van sportstimuleringsbeleid en beleidsrealisatie aan motorische ontwikkeling

Jan Paddenburg en Joshua Broek presenteren wat er in Amsterdam gebeurt op het gebied van sportstimuleringsbeleid en beleidsrealisatie. Joshua Broek vertelt over de inhoud, doelen, huidige bereik en verbeterplannen van het Jump-in programma. Jan Paddenburg gaat in op de achtergrond van de subsidie voor vakleerkrachten in het Amsterdamse basisonderwijs en het effect van deze regeling. Tot slot verkennen zij de kansen die het Sportakkoord en het Preventieakkoord bieden voor de toekomst en hoe andere domeinen hierbij kunnen bijdragen.

Praktijkworkshops, keuze uit:

1. Veilig sportklimaat binnen sportverenigingen 

Jens van der Kerk licht toe tegen welke achtergrond de aandacht voor een veilig en pedagogisch sportklimaat de afgelopen jaren is toegenomen. Hoe komt het dat NOC*NSF en een aantal grote bonden dit onderwerp hoger op de agenda hebben gezet? Waar vinden we dat terug in beleid? Welke rol hebben de gemeentes? Wat kunnen sportverenigingen zelf doen?

Over Jens van der Kerk

Jens van der Kerk werkt als adviseur en projectleider voor de KNVB en de Gemeente Amsterdam op de thema’s ‘positieve sportcultuur op de club’ en ‘versterken van de pedagogisch-didactische competenties van trainers, coaches en sportleiders’. De afgelopen tien jaar was hij actief als projectleider in twee grote sportbrede programma’s: Meedoen alle Jeugd door Sport en Naar een Veiliger Sportklimaat. In 2018 verscheen mede van zijn hand, het hbo-leerboek 'Naar een pedagogische sportklimaat; werken aan een positieve sportcultuur op de club’ (Coutinho, 2018). 

2. Implementatieplan zorgpad motoriek 

Uit onderzoek van het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) blijkt dat tienduizend kinderen in Amsterdam al op jonge leeftijd een motorische achterstand hebben. Daarom ontwikkelde het lectoraat samen met de Gemeente Amsterdam en professionals uit verschillende beroepsgroepen een zorgpad. In deze workshop vertelt Jan Paddenburg over de voorlopige resultaten van dit zorgpad. Aan de hand van prikkelende vragen word je je bewust van jouw eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid in het zorgpad. 

Over Jan Paddenburg

Jan Paddenburg is sinds 2014 projectmanager en beleidsadviseur bij het programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht van de Gemeente Amsterdam. Sinds 2017 werkt hij ook bij de ALO als docent en als projectleider binnen het onderzoeksproject Gymmermansoog.

3. Motorische vaardigheid Curriculum.nu 

Het project Curriculum.nu levert input voor de herziening van het beoogde curriculum (kerndoelen en eindtermen) voor het funderend onderwijs in Nederland. Een groep van twaalf vakleerkrachten en twee directeuren uit po en vo vormen het ontwikkelteam Bewegen & Sport. In deze workshop van Kirsten Keij en Lenny van der Schoot word je bijgepraat over het ontwikkelproces en de producten voor bewegen en sport, met name de bouwsteen Leren Bewegen, waarin de motorische vaardigheden centraal staan. Samen bespreken we daarna de consequenties voor de praktijk van het bewegingsonderwijs. Wat kan anders worden en wat moet er gebeuren om dat te bereiken? 

Over Kirsten Keij en Lenny van der Schoot

Kirsten Keij werkt als docent Bewegingsonderwijs op basisschool het Kompas. Daarnaast is ze bestuurslid van de afdeling Leiden bij de KVLO en lid van het ontwikkelteam Bewegen & Sport bij Curriculum.nu. Lenny van der Schoot werkt als docent Bewegingsonderwijs op Spring High. Daarnaast is hij lid van het ontwikkelteam Bewegen & Sport bij Curriculum.nu.

4. Gym+ als onderdeel van Jump-in 

Joshua Broek vertelt tijdens deze workshop over het doel van het programma Gym+; onderdeel van het naschoolse sportstimuleringsaanbod van Jump-in. Welke ervaringen deed hij op met de implementatie van Gym+? Waar liep hij tegenaan? Met de deelnemers verkent Joshua de kansen die er zijn vanuit het huidige beleid. Hij bespreekt de conclusies van het interne onderzoek naar Gym+ en wat het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) de komende jaren onderzoekt.

Over Joshua Broek

Joshua Broek geeft leiding aan een sportstimuleringprogramma voor kinderen van 4 tot 12 jaar bij de afdeling Sport en Bos van de Gemeente Amsterdam. Dit programma maakt deel uit van Jump-in; een preventieprogramma gericht op meer bewegen en een gezond voedingspatroon van basisschoolkinderen in Amsterdam.

Sessieleider: Steven Mauw

Steven Mauw is vakdocent Bewegingsonderwijs en heeft tien jaar ervaring in het signaleren en remediëren van kinderen met motorische achterstanden in het basis- en speciaal basisonderwijs. Tegenwoordig werkt hij als opleidingsdocent bij de ALO Amsterdam en geeft hij advies en scholing aan scholen en overheden over inrichting en speelmogelijkheden op schoolpleinen. Daarnaast werkt hij als projectleider bij het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) en houdt hij zich bezig met projecten rondom het thema Motorische Ontwikkeling.

Theorie: Gymmermansoog - van monitoren motoriek en signaleren achterstanden naar gerichte preventie 

De vakdocent Bewegingsonderwijs is binnen de school de beweegexpert en ziet alle leerlingen tweewekelijks tijdens zijn of haar lessen. Goed bewegingsonderwijs, waarbij leerlingen kunnen deelnemen aan beweegactiviteiten in hun naaste zone van ontwikkeling, draagt bij aan een optimale motorische ontwikkeling. Dit samen, maakt de lessen bewegingsonderwijs geschikt voor het testen en monitoren van motorische vaardigheden.

Maar hoe stel je vast wat de naaste zone van ontwikkeling is? Op welke wijze breng je deze vaardigheden periodiek in kaart? Welke uitslag is voldoende en welke uitslag vraagt om vervolgstappen? En wat doe je met leerlingen die niet goed kunnen meekomen met de rest van de klas? De lezing van Tim van Kernebeek gaat over het betrouwbaar en valide meten van de grof-motorische vaardigheid van basisschoolleerlingen. De 4-Vaardighedenscan staat daarbij centraal. 

Over Tim van Kernebeek

Tim van Kernebeek is promovendus bij het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS). Daarnaast werkt hij als onderzoeksdocent bij de ALO in Amsterdam. Binnen het project Gymmermansoog richt hij zich op het betrouwbaar en valide in kaart brengen van grof-motorische vaardigheden, zoals balvaardigheid en balans. 

Praktijkworkshops, keuze uit:

1. Zelfbeeld, motoriek en motivatie (= VOL)

Kinderoefentherapeuten behandelen kinderen met motorische problemen wanneer deze een negatieve invloed hebben op hun dagelijks functioneren. Bijvoorbeeld als basisschoolkinderen onvoldoende meekomen met de gymles, buiten spelen en zwemmen. Ook kunnen kinderen moeite hebben met specifieke vaardigheden zoals schrijven en knutselen. 

Tijdens de behandeling besteden therapeuten vooral aandacht aan het motorisch functioneren van de kinderen. Maar is dit genoeg? Zijn deze kinderen wel gemotiveerd om iets te leren? Tijdens deze interactieve workshop leert Johannes Noordstar je hoe je het motorisch functioneren van kinderen stimuleert. Je krijgt hierbij theorie, maar vooral ook praktische tips om direct toe te passen.

Over Johannes Noordstar

dr. Johannes Noordstar is kinderoefentherapeut, pedagoog en klinisch gezondheidswetenschapper. Hij is gepromoveerd op het onderwerp ‘Zelfbeeld en Fysieke Activiteit bij Kinderen met en zonder Motorische Problemen’. Naast zijn docentschap bij de opleidingen Oefentherapie Cesar en Fysiotherapie (Hogeschool Utrecht) werkt hij als kinderoefentherapeut/kwaliteitscoördinator bij kinderoefentherapiepraktijk Kind en Motoriek.

2. Wie leert een kind (mee)spelen als dat niet vanzelf gaat? 

Wat is Motorische Remedial Teaching (MRT) en welke verschijningsvormen bestaan er in Nederland? Aan de hand van casuïstiek vertelt Wim van Gelder tijdens deze workshop over de effecten en de werkwijzen van MRT. Hoe verhoudt een MRT-er zich met omringende professionals: leerkrachten, IB-er, RT-er, directie en bestuur. Maar ook de fysiotherapeut, ergotherapeut en huisarts. Wat zouden – voor kwetsbare minder vaardige kinderen - wenselijke samenwerkings-/verdelingsvormen kunnen zijn?

Over Wim van Gelder

Wim van Gelder is eigenaar van Scholings- en adviesbureau ‘Van Gelder in Beweging’ en coördinator van en docent aan de tweejarige opleiding tot MRT-er. Hij is voorzitter van de Stichting MRT in Beweging en opleider bij Hogeschool Inholland. Wim is auteur van o.a. de methode ‘Basislessen Bewegingsonderwijs’, en ‘Zorg voor beweging’ en mede-eigenaar van Stimuliz.

3. ClubExtra 2.0: over ontwerpend lesgeven met en voor kinderen met bewegingsachterstand

Frank Beekers, Franceline van de Geer en Corina van Doodewaard

In 2018 is onder aanvoering van Stichting Special Heroes Nederland en Calo Windesheim een nieuwe boost gegeven aan het aanbod van ClubExtra. Club Extra richt zich op kinderen met een bewegingsachterstand die lastig ingang vinden in reguliere sportverenigingen en vanwege hun achterstand niet makkelijk samen met andere kinderen (buiten) spelen. Nog altijd valt deze  doelgroep tussen wal en schip. Bij ClubExtra krijgen de kinderen veel individuele aandacht. Dit is mogelijk omdat de groep waarin gesport wordt, zeer klein is (maximaal 10 kinderen). Plezier staat voorop bij ClubExtra. Ons motto is dat kinderen bewegen leuk moeten vinden, voordat ze kunnen leren!  Deze workshop neemt je mee in de nieuwe versie van ClubExtra en de ontwikkelingen die het aanbod de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Enne...dat doen we ook in de praktijk van de gymzaal!

Over Frank Beekers

Frank Beekers is opgeleid als docent LO en heeft veel ervaring opgedaan in het speciaal onderwijs. Daarnaast werkt hij al meer dan 10 jaar als lesgever bij ClubExtra in Zwolle. Samen met de kinderen ontwerpt hij nieuwe activiteiten waardoor meedoen op alle niveaus steeds uitdagend blijft. De kinderen voelen zich eigenaar van hun eigen les en verantwoordelijk voor elkaar. Frank is daarnaast docent aan de Katholieke PABO in Zwolle en werkt als docent in de SPUIZZ ontwerpfabriek op de Calo in Zwolle. Samen met Corina van Doodewaard verzorgt hij de nascholing voor ClubExtra 2.0.

Over Franceline van de Geer

Franceline van de Geer is programmacoördinator bij stichting Special Heroes Nederland. Zij vindt het belangrijk dat ook kinderen met een beperking kunnen deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten binnen hun eigen mogelijkheden. In haar werk verbindt zij deze passie aan de praktijk en gaat zij in gesprek met gemeentes, scholen, sportverenigingen en opleidingen om dat wat mogelijk lijkt te zijn, ook echt waar te maken. Onder haar leiding verspreidt ClubExtra 2.0 zich momenteel op landelijk niveau.

Corina van Doodewaard is opgeleid aan de Calo (docent Lichamelijke Opvoeding) en studeerde Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken aan de Universiteit van Utrecht. Momenteel richt zij zich als hogeschool-hoofddocent en onderzoeker op de Calo (Hogeschool Windesheim) voornamelijk op sociaal-pedagogische vraagstukken in bewegingsonderwijs en jeugdsport in de bachelor en masteropleiding LO van de Calo. Ook buiten 'kantoortijden' zet zij zich in voor maatwerk in de jeugdsport (in binnen- en buitenland). Binnen stichting KIDS Zwolle doet zij dat als lesgever en bestuurder voor activiteiten als ClubExtra en de KIDSclub. Daarnaast zet zij zich in als vrijwilliger voor projecten in Zambia en Ethiopië van ontwikkelingsorganisatie Respo International.

Voor hen alledrie de workshopleiders geldt: Het feest dat kan ontstaan als kinderen de kans krijgen om bewegend te ontdekken wie ze zijn, wat ze kunnen en hoe deze ontwikkeling hun bestaan in de wereld verrijkt – daar is het  om te doen. Ook als dat niet zo voor de hand lijkt te liggen.

4. Schrijfmotoriek 

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat jonge kinderen al schrijvend hun brein ontwikkelen en daardoor betere schoolresultaten behalen. Wat je met de hand schrijft, onthoud en begrijp je beter. De afgelopen jaren is de computer in het onderwijs echter steeds belangrijker geworden en daardoor wordt er minder belang gehecht aan het leren schrijven met de hand. Het gevolg: een groeiend aantal kinderen met schrijfmoeilijkheden.

Deze workshop gaat over het leren schrijven met de hand. Anneloes Overvelde en Margo van Hartingsveldt zijn beide medeauteur van het boek 'Aan de slag met handschriftonderwijs' dat in april 2019 uitkomt. Tijdens deze interactieve workshop staat de nieuwe informatie uit dit boek centraal en gaan we in op de begeleiding van kinderen met schrijfmoeilijkheden. Daarbij besteden we aandacht aan het stimuleren van de motivatie en het stimuleren van het (leren) schrijven gedurende de basisschool. Je krijgt hierbij theorie, maar vooral ook praktische tips om direct toe te passen in je eigen beroepspraktijk.

Over Anneloes Overvelde

Anneloes Overvelde is kinderfysiotherapeut en heeft jarenlange ervaring in het begeleiden van kinderen met motorische leerproblemen. Vanaf de start van haar werk als kinderfysiotherapeut in 1977 hebben kinderen met schrijfproblemen haar speciale aandacht. In 2013 promoveerde zij aan het Donders Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen op experimenteel onderzoek naar leren schrijven bij goede en zwakke schrijvers. 

Over Margo van Hartingsveldt

Margo van Hartingsveldt is kinderergotherapeut, opleidingsmanager en lector Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. In 2014 promoveerde zij op het proefschrift ‘Ready for handwriting? Development of the Writing Readiness Inventory Tool In Context (WRITIC) for kindergarten children in the prewriting phase’ aan de Radboud universiteit in Nijmegen. Na haar opleiding werkte zij meer dan 25 jaar op verschillende plekken als kinderergotherapeut.

Sessieleider: Katja Braam

SIMBA-sessie

Mobiele applicaties bieden nieuwe mogelijkheden om kinderen fysiek actiever te maken. Maar wat is hierbij belangrijk? Welke factoren moeten vanuit de patiënt, ouder en zorgverlener worden meegenomen en hoe houd je een goede balans tussen individuele doelen en sociale participatie en tussen gametijd en nuttig schermgebruik? Binnen het SIMBA-project ontwikkelden onderzoekers een digitale tool voor kinderen met astma en hun zorgverlener. Leer tijdens deze sessie van Katja Braam meer over de vertaling van probleem naar oplossing en hoe je de gebruikte technieken kan toepassen in je eigen praktijk.

Over Dr. Katja Braam

Katja Braam is onderzoeker bij het HvA-lectoraat Oefentherapie – Dagelijks Bewegen! Haar focus binnen onderzoek ligt op het stimuleren van bewegen bij kinderen met een chronische aandoening. Met het SIMBA-project richt zij zich op kinderen met astma en met het Follow You-project op kinderen met een bindweefselaandoening.

Praktijkworkshops (je volgt alle onderdelen)

  • Astma bij kinderen en hun beweeggedrag (door Bart van Ewijk)
  • Opstellen van requirements voor een digitale tool als onderdeel van een beweeginterventie voor kinderen met een chronische aandoening (door Annette Brons en Aline Broekema)
  • Resultaten SIMBA-project (door Annette Brons)
  • De toekomst van digitale tools in de kinderbeweegzorg: afsluitende discussie (o.l.v. Bart Visser)

Over dr. Bart van Ewijk

Bart van Ewijk is kinderarts in Tergooi en is gespecialiseerd in longziekten bij kinderen.

Over Annette Brons, MSc.

Annette Brons heeft een bachelor in Bewegingswetenschappen en een Master in Artificial Intelligence. Ze werkt als onderzoeker bij de HvA-lectoraten Digital Life en Oefentherapie – Dagelijks Bewegen!.

Over Aline Broekema, MSc.

Aline Broekema is oefentherapeut en opgeleid als Klinisch Epidemioloog bij de Master Evidence Based Practise. Ze werkt als docent-onderzoeker bij de opleiding Oefentherapie en het HvA-lectoraat Oefentherapie– Dagelijks Bewegen!.

Over dr. Bart Visser

Bart Visser is projectleider van het SIMBA-project en geeft als lector leiding aan het HvA-lectoraat Oefentherapie – Dagelijks Bewegen!.

Sessieleider: Petra van Schie

Dr. Petra van Schie is kinderfysiotherapeut, senior onderzoeker en verbonden aan de afdeling Revalidatiegeneeskunde van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Haar onderzoek betreft met name de impact van RaceRunning (een para-atletieksport) op kinderen met een lichamelijke beperking. Zij is coördinator van RaceRunning Nederland, een organisatie die het mogelijk wil maken dat mensen met een beperking aan RaceRunning kunnen doen in hun eigen omgeving.

Theorie: Motorische ontwikkeling en motorische ontwikkelingsproblemen (door Marlou de Kroon)

Vanaf de geboorte wordt de motorische ontwikkeling van kinderen gemonitord. In het begin door de Jeugdgezondheidszorg en later ook op school. Met het oog op tijdige interventie, is het belangrijk om motorische ontwikkelingsproblemen tijdig te signaleren. Aan bod komen welke motorische ontwikkelingsproblemen het meest voorkomen, hoe vroege opsporing kan worden gerealiseerd en welke kinderen een verhoogd risico hebben op ontwikkelingsproblemen. Marlou de Kroon vertelt ook kort over de nieuwe JGZ-richtlijn Motorische Ontwikkeling.

De samenwerking met andere disciplines in de vroege signalering van motorische ontwikkelingsproblemen is nog volop in ontwikkeling: dit geldt zowel voor medische specialisten en paramedici als voor vakleerkrachten. Ook deze ontwikkelingen komen aan bod.

Over Marlou de Kroon

Marlou de Kroon is arts Maatschappij & Gezondheid en epidemioloog, en werkt als universitair docent bij het UMCG in Groningen. Ze heeft ruime ervaring als jeugdarts en promoveerde in 2011. Marlou de Kroon is de projectleider van de JGZ-richtlijn Motorische Ontwikkeling. In haar onderzoek richt ze zich vooral op determinanten en predictie van gezonde groei en ontwikkeling van kinderen in de eerste 1000 levensdagen. Hierbij is praktische relevantie een belangrijk aandachtspunt.

Praktijkworkshops, keuze uit:

1. Ervaringsles bewegen met een beperking 

Volgt

2. Hypermobiliteit / Follow You 

Het Follow You project is een vierjarig onderzoek naar fysiek-, psychosociaal- en maatschappelijk functioneren van kinderen met een erfelijke bindweefselaandoening. Samen met deze kinderen, hun ouders en experts, wordt een meetstraat voor diagnose en monitoring van lichaamsfuncties, activiteiten en participatie en interdisciplinaire behandelmodules ontwikkeld. Dat leidt tot een nieuw zorgpad voor kinderfysiotherapeuten en paramedici in de eerste en tweede lijn.

Na een korte presentatie van Lisanne de Koning over de inhoud van het onderzoek ga je actief aan de slag met de testen en meetinstrumenten die in de meetstraat gebruikt gaan worden. Je ervaart zelf hoe je met (relatief eenvoudige) testen kunt zien of en welke problemen kinderen ondervinden in het dagelijks bewegen.

Over Lisanne de Koning

Lisanne de Koning is kinderfysiotherapeut en klinisch epidemioloog. Sinds december 2018 doet zij promotieonderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam voor het project Follow You.

3. Wat beweegt jou!? 

‘Wat beweegt jou!?' is een project van de Hogeschool Utrecht waarbij lectoraten samenwerken aan twee toolboxen voor de kinderfysiotherapiepraktijk, zodat kinderen met beperkingen en hun ouders beter ondersteund worden in een fysiek actieve leefstijl. De ene toolbox bevat gedragsmatige interventies en de andere toolbox richt zich op de samenwerking tussen de kinderfysiotherapeut en de buurtsportcoach. Tijdens deze workshop laat Eline Bolster je zien hoe de tools in co-creatie zijn ontwikkeld en kun je de tools zelf uitproberen.

Over Eline Bolster

dr. Eline Bolster is kinderfysiotherapeut en klinisch epidemioloog en verbonden aan het lectoraat Leefstijl en Gezondheid en het Instituut Bewegingsstudies (o.a. Master Kinderfysiotherapie) van de Hogeschool Utrecht. In 2018 promoveerde zij bij het VU medisch centrum in Amsterdam op het onderwerp ‘klinische inspanningstesten bij kinderen met een lichamelijke beperking'. Daarnaast is Eline voorzitter van de commissie Jong NVFK van de Nederlandse Vereniging voor Kinderfysiotherapeuten (NVFK).

4. Functionele Power training voor kinderen met een cerebrale parese (MegaPower training)

Doel: Deze workshop geeft inzicht in de principes van functionele power training en de effecten van deze trainingsmethode op de loopcapaciteit en spierkracht bij kinderen met cerebrale parese (CP).

Kinderen CP ervaren vaak dat ze hun leeftijdsgenootjes niet goed bij kunnen houden tijdens het lopen en rennen. Eén van de belangrijkste oorzaken van de ervaren problemen in de loopvaardigheid is de verminderde spierkracht bij kinderen met CP. Krachttraining om de spierkracht te verbeteren en daarmee de loopcapaciteit, is een veel gebruikte behandeling bij deze kinderen. Wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van krachttraining laten echter wisselende resultaten zien. Sommige onderzoeken laten wel een verbetering zien van spierkracht in een aantal van de getrainde spieren, maar geen verbetering in de loopcapaciteit van kinderen met CP. Onderzoek naar de effecten van functionele power training laten wel verbetering zien in loopcapaciteit en spierkracht bij kinderen met CP.

Liesbeth van Vulpen vertelt in deze workshop over de Mega Power Groep; een kracht- en loopvaardigheidstraining voor kinderen van 4 -12 jaar met een Cerebrale Parese en een vraag op het gebied van de loopvaardigheid. In 2011 startte de eerste groep kinderen met het programma waarin ze drie keer per week les krijgen gedurende 12 weken. Om de kinderen goed te motiveren is het programma opgebouwd rond een verhaal met eigen gekozen superhelden. Tijdens het programma wordt ook aandacht besteed aan het vinden van een geschikte sport voor de kinderen.

Over Liesbeth van Vulpen

Dr. Liesbeth van Vulpen is kinderfysiotherapeute bij Reade Amsterdam. Zij onderzoekt de effectiviteit van de Mega Power training, gericht op het verbeteren van de loopvaardigheid bij jonge kinderen met een Cerebrale Parese.

Keynote sprekers

Keynote

Wat als kinderen ondanks voldoende beweging en oefening, toch moeite houden met het leren van nieuwe vaardigheden? Kinderen die altijd als laatste gekozen worden bij gym, voortdurend over hun eigen benen struikelen of hun limonade omgooien. Vaak wordt deze kinderen gebrek aan inzet verweten. Onterecht, want deze kinderen willen zelf niets liever dan handig zijnEr kan dan bij deze kinderen sprake zijn van bijvoorbeeld Developmental Coordination Disorder (DCD). Wat zijn primaire en secundaire problemen van kinderen met DCD? Hoe komt het verschil in motorisch leren tussen deze kinderen en kinderen zonder problemen tot uiting tijdens bijvoorbeeld gamen?

Over Marina Schoemaker

Dr. Marina Schoemaker werkt als universitair hoofddocent bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen (Rijks Universiteit Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen). Zij onderzoekt al 25 jaar kinderen met DCD, met als thema’s ontwikkeling van meetinstrumenten, motorische coördinatie en motorisch leren, fysieke fitheid en effectiviteit van interventie. Daarnaast is Marina voorzitter van de Landelijke Stuurgroep DCD, en maakte zij deel uit van het expert panel van de internationale richtlijn voor DCD.

Keynote

Als de motorische problematiek bij een kind aanhoudt en er mogelijk sprake is van DCD, hoe stel je dat dan vast? Wat zegt de Richtlijn DCD daarover? Welke criteria worden er gehanteerd en hoe worden deze geoperationaliseerd? Wat is het belang van contextfactoren c.q. het betrekken van ouders, voor een eventueel behandel-/begeleidingstraject? Waarom is het bij signaleren, vaststellen en de eventuele interventie bij DCD de samenwerking in de keten essentieel?

Over Ruud Wong Chung

Drs. Ruud Wong Chung werkt als kinderfysiotherapeut en onderzoeker binnen Merem Medische Revalidatie in Almere. Al meer dan 25 jaar combineert hij zijn klinische expertise met het ontwikkelen en verzorgen van onderwijs in gezondheidszorgonderwijs programma’s, in Nederland en internationaal. Hij geeft bijvoorbeeld les binnen de Leerlijn Kinderneurorevalidatie van de Radboud UMC Health Academy in Nijmegen en aan de European School of Physiotherapy van de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast was hij betrokken bij internationale programma’s in Palestina, China en de Oekraïne. Ruud Wong Chung is lid van de Landelijke Stuurgroep DCD en bestuurslid van de Dutch Academy of Childhood Disability (DACD).

Op dit moment voert Ruud Wong Chung een PhD-project uit in affiliatie met de Vrije Universiteit Amsterdam, faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen gericht op eigen regie en zelfmanagement (ondersteuning) van ouders van kinderen met een chronische beperking in de kinderrevalidatie.

Kosten

€ 100,- per persoon

Accreditatie

Accreditatie voor de verschillende beroepsgroepen is aangevraagd.

Gepubliceerd door  Urban Vitality 11 april 2019