Hogeschool van Amsterdam

Urban Vitality

Congres Kinderen in Beweging: Samen onze zorg

Congres

Kinderen hebben steeds vaker een achterstand in hun motorische ontwikkeling. Ook zijn er kinderen die door een chronische aandoening beperkt worden in hun beweging. Deze kinderen zijn onze gezamenlijke zorg. Dit congres richt zich op professionals zoals vakleerkrachten bewegingsonderwijs, intern begeleiders, jeugdartsen, (kinder)fysiotherapeuten, (kinder)oefentherapeuten, (kinder)ergotherapeuten, psychomotorisch therapeuten en revalidatieartsen.

 

Programma

10:00-10:15 Opening door dagvoorzitter Prof. dr. Raoul Engelbert

10:15-10:45 Keynote afgevaardigde van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

10:45-10:55 Prof. dr. Raoul Engelbert bespreekt een aantal stellingen met het publiek n.a.v. keynote 

10:55-11:25 Keynote dr. Marina Schoemaker- Is DCD een achterstand in de motorische ontwikkeling?

11:25-12:00 Keynote drs. Ruud Wong Chung - DCD; de kracht van samenwerking?

12:00-13:00 Lunch - tijdens de lunch nodigen we je uit voor een wandeling in het park samen met professionals uit een andere beroepsgroep. Onderweg kom je stellingen tegen die je kunt bespreken met elkaar.

13:00-14:30 Deelprogramma met keuze uit één 1 van de 4 vier middagsessies

14:30-15:00 Pauze

15:00-16:00 Afsluitende keynote door Emran Riffi - Wat kunnen we leren vanuit pedagogische netwerken rondom kinderen?

Sessies

Sessieleiders: Jan Paddenburg en Joshua Broek (Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht)

Theorie: De bijdrage van sportstimuleringsbeleid en beleidsrealisatie aan motorische ontwikkeling

Jan Paddenburg en Joshua Broek presenteren wat er in Amsterdam gebeurt op het gebied van sportstimuleringsbeleid en beleidsrealisatie. Joshua Broek vertelt over de inhoud, doelen, huidige bereik en verbeterplannen van het Jump-in programma. Jan Paddenburg gaat in op de achtergrond van de subsidie voor vakleerkrachten in het Amsterdamse basisonderwijs en het effect van deze regeling. Tot slot verkennen zij de kansen die het Sportakkoord en het Preventieakkoord bieden voor de toekomst en hoe andere domeinen hierbij kunnen bijdragen.

Praktijkworkshop:

Passende ondersteuning en zorg bij achterstand in motoriek en versterken preventie

Uit onderzoek van het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) blijkt dat ca tienduizend kinderen in Amsterdam al op jonge leeftijd een motorische achterstand hebben. Daarom ontwikkelde het lectoraat samen met de Gemeente Amsterdam en professionals uit verschillende beroepsgroepen een plan om bij achterstand in motoriek passende ondersteuning en zorg te bieden. Jan Paddenburg deelt de contouren van dit plan. In de workshop werken we uit wat er moet gebeuren om dit plan uit te voeren.

Sportstimulering Amsterdam is inmiddels van start gegaan met verbreden en verbeteren van een preventief sportstimuleringsaanbod. Joshua Broek vertelt tijdens deze workshop over het pogramma Gym+; onderdeel van het naschoolse sportstimuleringsaanbod van Jump-in. Welke ervaringen deed hij op met de implementatie van Gym+? Waar liep hij tegenaan? Met de deelnemers verkent Joshua de kansen die er zijn vanuit het huidige beleid. Hij bespreekt de conclusies van het interne onderzoek naar Gym+ en wat het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) de komende jaren onderzoekt

Over Jan Paddenburg

Jan Paddenburg is sinds 2014 projectmanager en beleidsadviseur bij het programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht van de Gemeente Amsterdam. Sinds 2017 werkt hij ook bij de ALO als docent en als projectleider binnen het onderzoeksproject Gymmermansoog.

Over Joshua Broek

Joshua Broek geeft leiding aan een sportstimuleringprogramma voor kinderen van 4 tot 12 jaar bij de afdeling Sport en Bos van de Gemeente Amsterdam. Dit programma maakt deel uit van Jump-in; een preventieprogramma gericht op meer bewegen en een gezond voedingspatroon van basisschoolkinderen in Amsterdam.

Sessieleider: Steven Mauw

Steven Mauw is vakdocent Bewegingsonderwijs en heeft tien jaar ervaring in het signaleren en remediëren van kinderen met motorische achterstanden in het basis- en speciaal basisonderwijs. Tegenwoordig werkt hij als opleidingsdocent bij de ALO Amsterdam en geeft hij advies en scholing aan scholen en overheden over inrichting en speelmogelijkheden op schoolpleinen. Daarnaast werkt hij als projectleider bij het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) en houdt hij zich bezig met projecten rondom het thema Motorische Ontwikkeling.

Theorie: Gymmermansoog - van monitoren motoriek en signaleren achterstanden naar gerichte preventie 

De vakdocent Bewegingsonderwijs is binnen de school de beweegexpert en ziet alle leerlingen tweewekelijks tijdens zijn of haar lessen. Goed bewegingsonderwijs, waarbij leerlingen kunnen deelnemen aan beweegactiviteiten in hun naaste zone van ontwikkeling, draagt bij aan een optimale motorische ontwikkeling. Dit samen, maakt de lessen bewegingsonderwijs geschikt voor het testen en monitoren van motorische vaardigheden.

Maar hoe stel je vast wat de naaste zone van ontwikkeling is? Op welke wijze breng je deze vaardigheden periodiek in kaart? Welke uitslag is voldoende en welke uitslag vraagt om vervolgstappen? En wat doe je met leerlingen die niet goed kunnen meekomen met de rest van de klas? De lezing van Tim van Kernebeek gaat over het betrouwbaar en valide meten van de grof-motorische vaardigheid van basisschoolleerlingen. De 4-Vaardighedenscan staat daarbij centraal. 

Over Tim van Kernebeek

Tim van Kernebeek is promovendus bij het HvA-lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS). Daarnaast werkt hij als onderzoeksdocent bij de ALO in Amsterdam. Binnen het project Gymmermansoog richt hij zich op het betrouwbaar en valide in kaart brengen van grof-motorische vaardigheden, zoals balvaardigheid en balans. 

Praktijkworkshops, keuze uit:

1. (=VOL) Zelfbeeld, motoriek en motivatie 

Kinderoefentherapeuten behandelen kinderen met motorische problemen wanneer deze een negatieve invloed hebben op hun dagelijks functioneren. Bijvoorbeeld als basisschoolkinderen onvoldoende meekomen met de gymles, buiten spelen en zwemmen. Ook kunnen kinderen moeite hebben met specifieke vaardigheden zoals schrijven en knutselen. 

Tijdens de behandeling besteden therapeuten vooral aandacht aan het motorisch functioneren van de kinderen. Maar is dit genoeg? Zijn deze kinderen wel gemotiveerd om iets te leren? Tijdens deze interactieve workshop leert Johannes Noordstar je hoe je het motorisch functioneren van kinderen stimuleert. Je krijgt hierbij theorie, maar vooral ook praktische tips om direct toe te passen.

Over Johannes Noordstar

dr. Johannes Noordstar is kinderoefentherapeut, pedagoog en klinisch gezondheidswetenschapper. Hij is gepromoveerd op het onderwerp ‘Zelfbeeld en Fysieke Activiteit bij Kinderen met en zonder Motorische Problemen’. Naast zijn docentschap bij de opleidingen Oefentherapie Cesar en Fysiotherapie (Hogeschool Utrecht) werkt hij als kinderoefentherapeut/kwaliteitscoördinator bij kinderoefentherapiepraktijk Kind en Motoriek.

2. Wie leert een kind (mee)spelen als dat niet vanzelf gaat? 

Wat is Motorische Remedial Teaching (MRT) en welke verschijningsvormen bestaan er in Nederland? Aan de hand van casuïstiek vertelt Wim van Gelder tijdens deze workshop over de effecten en de werkwijzen van MRT. Hoe verhoudt een MRT-er zich met omringende professionals: leerkrachten, IB-er, RT-er, directie en bestuur. Maar ook de fysiotherapeut, ergotherapeut en huisarts. Wat zouden – voor kwetsbare minder vaardige kinderen - wenselijke samenwerkings-/verdelingsvormen kunnen zijn?

Over Wim van Gelder

Wim van Gelder is eigenaar van Scholings- en adviesbureau ‘Van Gelder in Beweging’ en coördinator van en docent aan de tweejarige opleiding tot MRT-er. Hij is voorzitter van de Stichting MRT in Beweging en opleider bij Hogeschool Inholland. Wim is auteur van o.a. de methode ‘Basislessen Bewegingsonderwijs’, en ‘Zorg voor beweging’ en mede-eigenaar van Stimuliz.

3. Schrijfmotoriek

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat jonge kinderen al schrijvend hun brein ontwikkelen en daardoor betere schoolresultaten behalen. Wat je met de hand schrijft, onthoud en begrijp je beter. De afgelopen jaren is de computer in het onderwijs echter steeds belangrijker geworden en daardoor wordt er minder belang gehecht aan het leren schrijven met de hand. Het gevolg: een groeiend aantal kinderen met schrijfmoeilijkheden.

Deze workshop gaat over het leren schrijven met de hand. Anneloes Overvelde en Margo van Hartingsveldt zijn beide medeauteur van het boek 'Aan de slag met handschriftonderwijs' dat in april 2019 uitkomt. Tijdens deze interactieve workshop staat de nieuwe informatie uit dit boek centraal en gaan we in op de begeleiding van kinderen met schrijfmoeilijkheden. Daarbij besteden we aandacht aan het stimuleren van de motivatie en het stimuleren van het (leren) schrijven gedurende de basisschool. Je krijgt hierbij theorie, maar vooral ook praktische tips om direct toe te passen in je eigen beroepspraktijk.

Over Anneloes Overvelde

Anneloes Overvelde is kinderfysiotherapeut en heeft jarenlange ervaring in het begeleiden van kinderen met motorische leerproblemen. Vanaf de start van haar werk als kinderfysiotherapeut in 1977 hebben kinderen met schrijfproblemen haar speciale aandacht. In 2013 promoveerde zij aan het Donders Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen op experimenteel onderzoek naar leren schrijven bij goede en zwakke schrijvers. 

Over Margo van Hartingsveldt

Margo van Hartingsveldt is kinderergotherapeut, opleidingsmanager en lector Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. In 2014 promoveerde zij op het proefschrift ‘Ready for handwriting? Development of the Writing Readiness Inventory Tool In Context (WRITIC) for kindergarten children in the prewriting phase’ aan de Radboud universiteit in Nijmegen. Na haar opleiding werkte zij meer dan 25 jaar op verschillende plekken als kinderergotherapeut.

Sessieleider: Katja Braam

SIMBA-sessie

Mobiele applicaties bieden nieuwe mogelijkheden om kinderen fysiek actiever te maken. Maar wat is hierbij belangrijk? Welke factoren moeten vanuit de patiënt, ouder en zorgverlener worden meegenomen en hoe houd je een goede balans tussen individuele doelen en sociale participatie en tussen gametijd en nuttig schermgebruik? Binnen het SIMBA-project ontwikkelden onderzoekers een digitale tool voor kinderen met astma en hun zorgverlener. Leer tijdens deze sessie van Katja Braam meer over de vertaling van probleem naar oplossing en hoe je de gebruikte technieken kan toepassen in je eigen praktijk.

Over Dr. Katja Braam

Katja Braam is onderzoeker bij het HvA-lectoraat Oefentherapie – Dagelijks Bewegen! Haar focus binnen onderzoek ligt op het stimuleren van bewegen bij kinderen met een chronische aandoening. Met het SIMBA-project richt zij zich op kinderen met astma en met het Follow You-project op kinderen met een bindweefselaandoening.

Praktijkworkshops (je volgt alle onderdelen)

  • Astma bij kinderen en hun beweeggedrag (door Bart van Ewijk)
  • Opstellen van requirements voor een digitale tool als onderdeel van een beweeginterventie voor kinderen met een chronische aandoening (door Annette Brons en Aline Broekema)
  • Resultaten SIMBA-project (door Annette Brons)
  • De toekomst van digitale tools in de kinderbeweegzorg: afsluitende discussie (o.l.v. Bart Visser)

Over dr. Bart van Ewijk

Bart van Ewijk is kinderarts in Tergooi en is gespecialiseerd in longziekten bij kinderen.

Over Annette Brons, MSc.

Annette Brons heeft een bachelor in Bewegingswetenschappen en een Master in Artificial Intelligence. Ze werkt als onderzoeker bij de HvA-lectoraten Digital Life en Oefentherapie – Dagelijks Bewegen!.

Over Aline Broekema, MSc.

Aline Broekema is oefentherapeut en opgeleid als Klinisch Epidemioloog bij de Master Evidence Based Practise. Ze werkt als docent-onderzoeker bij de opleiding Oefentherapie en het HvA-lectoraat Oefentherapie– Dagelijks Bewegen!.

Over dr. Bart Visser

Bart Visser is projectleider van het SIMBA-project en geeft als lector leiding aan het HvA-lectoraat Oefentherapie – Dagelijks Bewegen!.

Sessieleider: Petra van Schie

Dr. Petra van Schie is kinderfysiotherapeut, senior onderzoeker en verbonden aan de afdeling Revalidatiegeneeskunde van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Haar onderzoek betreft met name de impact van RaceRunning (een para-atletieksport) op kinderen met een lichamelijke beperking. Zij is coördinator van RaceRunning Nederland, een organisatie die het mogelijk wil maken dat mensen met een beperking aan RaceRunning kunnen doen in hun eigen omgeving.

Theorie: Motorische ontwikkeling en motorische ontwikkelingsproblemen (door Marlou de Kroon)

Vanaf de geboorte wordt de motorische ontwikkeling van kinderen gemonitord. In het begin door de Jeugdgezondheidszorg en later ook op school. Met het oog op tijdige interventie, is het belangrijk om motorische ontwikkelingsproblemen tijdig te signaleren. Aan bod komen welke motorische ontwikkelingsproblemen het meest voorkomen, hoe vroege opsporing kan worden gerealiseerd en welke kinderen een verhoogd risico hebben op ontwikkelingsproblemen. Marlou de Kroon vertelt ook kort over de nieuwe JGZ-richtlijn Motorische Ontwikkeling.

De samenwerking met andere disciplines in de vroege signalering van motorische ontwikkelingsproblemen is nog volop in ontwikkeling: dit geldt zowel voor medische specialisten en paramedici als voor vakleerkrachten. Ook deze ontwikkelingen komen aan bod.

Over Marlou de Kroon

Marlou de Kroon is arts Maatschappij & Gezondheid en epidemioloog, en werkt als universitair docent bij het UMCG in Groningen. Ze heeft ruime ervaring als jeugdarts en promoveerde in 2011. Marlou de Kroon is de projectleider van de JGZ-richtlijn Motorische Ontwikkeling. In haar onderzoek richt ze zich vooral op determinanten en predictie van gezonde groei en ontwikkeling van kinderen in de eerste 1000 levensdagen. Hierbij is praktische relevantie een belangrijk aandachtspunt.

Praktijkworkshops, keuze uit:

1. Sporten met een visuele handicap

Wanneer de visus vermindert, helemaal wegvalt of dat het nooit volledig is geweest kunnen er meerdere dingen voor een kind veranderen tijdens het sporten. De kinderen zien ballen, tegenstanders of medespelers niet meer aankomen. Daarnaast kunnen de balans en het oriëntatie vermogen veranderen of het kind heeft erg veel last van het licht (lichtschuw) en kan zonder zonnebril niet functioneren. Tijdens deze workshop maak je kennis met het sporten met verschillende visuele beperkingen en met het sporten zonder zicht. Hierdoor ervaar je de verschillen tussen het sporten als ziende en het sporten met verschillende visuele beperkingen. Je maakt kennis met het bewegen in verschillende leerlijnen, maar er is ook beeldmateriaal aanwezig van visueel beperkte sporters.

Over Renée van der Vinne

Renée van der Vinne een derdejaarsstudent aan de ALO. Op dit moment doet ze de minor Special Needs waarvoor ze stage loopt bij Visio Onderwijs Huizen; een school voor leerlingen met een visuele beperking.

2. Hypermobiliteit / Follow You 

Het Follow You project is een vierjarig onderzoek naar fysiek-, psychosociaal- en maatschappelijk functioneren van kinderen met een erfelijke bindweefselaandoening. Samen met deze kinderen, hun ouders en experts, wordt een meetstraat voor diagnose en monitoring van lichaamsfuncties, activiteiten en participatie en interdisciplinaire behandelmodules ontwikkeld. Dat leidt tot een nieuw zorgpad voor kinderfysiotherapeuten en paramedici in de eerste en tweede lijn.

Na een korte presentatie van Lisanne de Koning over de inhoud van het onderzoek ga je actief aan de slag met de testen en meetinstrumenten die in de meetstraat gebruikt gaan worden. Je ervaart zelf hoe je met (relatief eenvoudige) testen kunt zien of en welke problemen kinderen ondervinden in het dagelijks bewegen.

Over Lisanne de Koning

Lisanne de Koning is kinderfysiotherapeut en klinisch epidemioloog. Sinds december 2018 doet zij promotieonderzoek bij de Hogeschool van Amsterdam voor het project Follow You.

Keynote sprekers

Keynote

Wat als kinderen ondanks voldoende beweging en oefening, toch moeite houden met het leren van nieuwe vaardigheden? Kinderen die altijd als laatste gekozen worden bij gym, voortdurend over hun eigen benen struikelen of hun limonade omgooien. Vaak wordt deze kinderen gebrek aan inzet verweten. Onterecht, want deze kinderen willen zelf niets liever dan handig zijnEr kan dan bij deze kinderen sprake zijn van bijvoorbeeld Developmental Coordination Disorder (DCD). Wat zijn primaire en secundaire problemen van kinderen met DCD? Hoe komt het verschil in motorisch leren tussen deze kinderen en kinderen zonder problemen tot uiting tijdens bijvoorbeeld gamen?

Over Marina Schoemaker

Dr. Marina Schoemaker werkt als universitair hoofddocent bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen (Rijks Universiteit Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen). Zij onderzoekt al 25 jaar kinderen met DCD, met als thema’s ontwikkeling van meetinstrumenten, motorische coördinatie en motorisch leren, fysieke fitheid en effectiviteit van interventie. Daarnaast is Marina voorzitter van de Landelijke Stuurgroep DCD, en maakte zij deel uit van het expert panel van de internationale richtlijn voor DCD.

Keynote

Als de motorische problematiek bij een kind aanhoudt en er mogelijk sprake is van DCD, hoe stel je dat dan vast? Wat zegt de Richtlijn DCD daarover? Welke criteria worden er gehanteerd en hoe worden deze geoperationaliseerd? Wat is het belang van contextfactoren c.q. het betrekken van ouders, voor een eventueel behandel-/begeleidingstraject? Waarom is het bij signaleren, vaststellen en de eventuele interventie bij DCD de samenwerking in de keten essentieel?

Over Ruud Wong Chung

Drs. Ruud Wong Chung werkt als kinderfysiotherapeut en onderzoeker binnen Merem Medische Revalidatie in Almere. Al meer dan 25 jaar combineert hij zijn klinische expertise met het ontwikkelen en verzorgen van onderwijs in gezondheidszorgonderwijs programma’s, in Nederland en internationaal. Hij geeft bijvoorbeeld les binnen de Leerlijn Kinderneurorevalidatie van de Radboud UMC Health Academy in Nijmegen en aan de European School of Physiotherapy van de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast was hij betrokken bij internationale programma’s in Palestina, China en de Oekraïne. Ruud Wong Chung is lid van de Landelijke Stuurgroep DCD en bestuurslid van de Dutch Academy of Childhood Disability (DACD).

Op dit moment voert Ruud Wong Chung een PhD-project uit in affiliatie met de Vrije Universiteit Amsterdam, faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen gericht op eigen regie en zelfmanagement (ondersteuning) van ouders van kinderen met een chronische beperking in de kinderrevalidatie.

Keynote

De afsluitende keynote richt zich op sport en sociale inclusie. Wat kan sport voor kinderen en jongeren in kwetsbare posities betekenen en hoe kunnen we deze doelgroep activeren om te sporten? Ook in de sportverenigingscontext liggen uitdagingen. Zo is een belangrijke vraag hoe we sportverenigingen kunnen ondersteunen om deze kinderen en jongeren te binden en laten genieten van de kracht van sport. Deze vragen worden behandeld aan de hand van theorie en concrete voorbeelden uit de praktijk.

Over Emran Riffi

Emran Riffi is docent aan de Hogeschool van Amsterdam en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt de psychosociale impact van sport op jeugdsporters van 12 tot 17 jaar, met name op het gebied van sociale inclusie. Hierbij worden werkzame elementen van het pedagogisch klimaat en gerelateerde processen geïdentificeerd.

Kosten

€ 100,- per persoon / kosteloos voor HvA-studenten

Accreditatie

Accreditatie voor de verschillende beroepsgroepen is aangevraagd.

Aanmelden 

Meld je uiterlijk 15 mei aan voor het congres via een van de onderstaande knoppen.

Gepubliceerd door  Urban Vitality 15 mei 2019