Hogeschool van Amsterdam

Urban Technology

Ruimtelijke transformatie essentieel voor toekomstige stad

23 nov 2015 09:05 | Afdeling Communicatie

De stad staat voor de uitdagende opgave om ook in de toekomst duurzaam, veerkrachtig en competitief te zijn. HvA-lector Frank Suurenbroek belichtte in zijn lectorale rede op dinsdag 10 november hoe het vakgebied van de ruimtelijke ontwikkeling hier een onmisbare rol in speelt.

‘Ruimtelijke transformaties drukken veel meer een stempel op de stad dan wij beseffen,’ betoogt Frank Suurenbroek. Hij illustreert dit aan de hand van de Plantagebuurt, waar de aanwezigen tijdens de rede op uitkijken. De buurt van Artis is namelijk ontstaan uit een mislukte stadsuitbreiding in de Gouden Eeuw. Het terrein werd in 1664 vrijgemaakt met het plan om hier de grachtengordel uit te breiden, maar door het 'Rampjaar' kwam dit grote gebied braak te liggen. Daarom werden hier ‘buitens’ ontwikkeld voor binnen de stad, en kwam er ruimte voor grote complexen als de hedendaagse Hermitage en de Hortus. Tot op de dag van vandaag ziet dit deel van de grachtengordel er heel anders uit dan de grachtengordel aan de westzijde van de Amstel.

Ruimtelijke veranderingen zijn hardnekkig

‘Dit voorbeeld leert ons twee dingen. Ten eerste: ruimtelijke veranderingen zijn heel hardnekkig,’ zegt lector Frank Suurenbroek. Eenmaal gevormd blijven ze langjarig van invloed. Ten tweede leert het ons dat de gebouwde stad niet slechts een verzameling stenen, beton of groen is, maar een actieve omgeving, die ons beïnvloedt. Het maakt mogelijk hoe wij in een gebied wonen, werken, ondernemen en verblijven, ook nog jaren later. Ruimtelijke transformaties gaan dus altijd ook over de toekomstige stadsontwikkeling en de veerkracht van de stad.

Oude ansicht Plantage Middenlaan

Amsterdam ‘verschoond’

Suurenbroek neemt het publiek vervolgens mee naar de praktijk van de ruimtelijke ontwikkeling. ‘Iedere generatie probeert de stad naar zijn hand te zetten’, stelt Suurenbroek. ‘Kijk bijvoorbeeld naar de modernistische stadsontwikkeling in de 20 e eeuw.' In die eeuw maakten technologische mogelijkheden zoals nieuwe materialen en de auto heel nieuwe stadsontwikkelingen mogelijk, door de overheid gestuurd. Een voorbeeld hiervan is Amsterdam Nieuw-West.

De praktijk die begin 2000 aanving, ziet er heel anders uit. Vanaf toen stond de projectgestuurde gebiedsontwikkeling centraal, met als kenmerken publiek-private samenwerking en het inzetten op hoogwaardige woonmilieus en plekken voor de creatieve en dienstverlenende economie. ‘In zekere zin heeft de gebiedsontwikkeling de stad verschoond,’ zegt Suurenbroek. ‘Het industriële lijkt uit de stad verdwenen; woonmilieus en dienstverlening zijn ervoor in de plaats gekomen.’ Maar maakt dit de stad ook nu nog toekomstbestendig?

Uitzicht IJ-oever: Movenpick-hotel en woonboten

De uitdagingen voor de stad

Die vraag draagt het lectoraat van Frank Suurenbroek. De stad staat namelijk voor grote uitdagingen. Klimaatverandering en mondiale ontwikkelingen vereisen enerzijds de overgang naar een duurzamer en veerkrachtigere fundament voor de stad. Hoe maken we als stad de omslag naar een economie en structuur die ons ook in de toekomst weerbaar en competitief maakt?

Anderzijds stapelen “van onderop” veel maatschappelijke vraagstukken op wijk- en buurtniveau zich op. Mensen kunnen minder snel naar een bejaardentehuis, blijven langer thuis wonen en zijn afhankelijker van hun directe woonomgeving. Tegelijkertijd verschraalt het aanbod van winkels, voorzieningen en andere ontmoetingsplekken. Hoe zorgen we ervoor dat het over 5, 10 en 50 jaar nog steeds goed wonen en werken is?

Frank Suurenbroek houdt lectorale rede

De verrijking van het ruimtelijk perspectief

Het vakgebied van de ruimtelijke ontwikkeling moet haar blik verbreden, zo stelt Suurenbroek. De traditionele actoren als ontwikkelaars en corporaties  zijn afgeslankt, de overheid trekt zich terug en het beschikbare te ontwikkelen programma (wonen, kantoren, recreatie, etc.) is beperkt.

Suurenbroek schetst twee trends die nieuwe kansen bieden. Ten eerste op buurtniveau: er komen nieuwe partijen de wijk in. Steeds meer bedrijven en organisaties zijn betrokken bij de ontwikkeling en verduurzaming van hun eigen directe omgeving, zoals buurtbewoners, zorgpartijen, energiebedrijven en stadions. ‘We moeten deze actoren leren zien én betrekken bij de ruimtelijke transformaties,’ aldus Suurenbroek.

Ten tweede komen in hoog tempo nieuwe technologisch-digitale innovaties op de stad af. Suurenbroek stelt dat het vakgebied van de ruimtelijke ordening nog maar aan het begin staat om deze innovaties te betrekken de versterking en verduurzaming van de fysieke stad. Wat betekent het als er straks door zelfrijdende auto’s nog maar de helft van de parkeerplekken nodig zijn? En meer eenvoudig: welke innovaties kunnen we nu al inzetten als we bijvoorbeeld de verblijfskwaliteit van een plek willen versterken? Waar vroeger een nieuwe pleininrichting de oplossing leek, kunnen tegenwoordig misschien sensoren, slimme verlichting of wifi dezelfde oplossing realiseren.

Publiek applaudiseert na lectorale rede Frank Suurenbroek

Het lectoraat Bouwtransformatie van Frank Suurenbroek zet in op projecten waarin de transformatie (overgang) naar duurzame en veerkrachtige buurten en gebieden in gang wordt gezet. Het lectoraat doet al onderzoek in Amsterdam Nieuw-West naar de toe-eigening van de openbare ruimte, ontwikkelt een Europese samenwerking rondom de versnelling van de verduurzaming van de bestaande woningbouwvoorraad en pioniert binnen Amsterdam Zuidoost met een breed consortium aan de transformatie naar een circulair gebied. Suurenbroek: ‘Vanuit het lectoraat proberen we middels praktijkgericht onderzoek en samen met onze partners]concreet bij te dragen aan het toepassen van innovaties en mede daarmee de fundamentele versterking en verduurzaming van onze stad en regio.’