Hogeschool van Amsterdam

Meer (nieuw)onderzoek naar goed leren bewegen van kinderen

RAAK-subsidie en NWO-beurzen naar het lectoraat 'Bewegen In en Om School'

30 jan 2019 15:57 | Urban Vitality

In Amsterdam heeft 20 procent van de basisschoolkinderen een motorische achterstand. Er is al een scan waarmee gymdocenten deze kinderen kunnen opsporen. Maar hoe dan verder? Het lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS) heeft begin 2019 financiering gekregen om de werkzaamheid van verschillende ondersteuningsprogramma’s te onderzoeken en het ontstaan van een motorische achterstand onder de loep te nemen. Het gaat om 300.000 euro subsidie van RAAK-publiek en twee NWO-promotiebeurzen voor leraren.

Motorische achterstand heeft grote gevolgen

Motorische achterstand bij basisschoolkinderen is een groot probleem, want 20 procent van de Amsterdamse basisschoolkinderen heeft een matige tot ernstige motorische achterstand. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld moeite met huppelen of een bal vangen. Het is belangrijk om deze achterstand zo vroeg mogelijk op te sporen en aan te pakken, anders neemt de motorische achterstand alleen maar toe. Zo bleek uit eerder onderzoek dat bijna 65 procent van de kinderen uit groep drie met een matig ernstige achterstand na drie jaar nog steeds een motorische achterstand had; en soms zelfs een ernstigere achterstand. Bovendien heeft die achterstand ook een negatieve uitwerking op andere domeinen van de ontwikkeling, zoals sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling.

Lectoraat ‘Bewegen In en Om School’ (BIOS)

Goed leren bewegen is dus ontzettend belangrijk voor een gezonde ontwikkeling. Daarom richt het lectoraat Bewegen In en Om School (BIOS), dat onder leiding staat van persoonlijk lector Mirka Janssen, zich op het beweeggedrag van kinderen. 

Het lectoraat begint 2019 met een vliegende start, want het heeft een grote subsidie van RAAK-publiek en twee prestigieuze NWO-promotiebeurzen voor leraren binnengehaald.

Dankzij deze financiering en beurzen kunnen de onderzoekers bestuderen welke ondersteuningsprogramma’s echt werken om een motorische achterstand aan te pakken (VAMOS), hoe zo’n motorische achterstand eigenlijk ontstaat (Anne den Uil) en of die misschien nog preciezer en makkelijker vastgesteld kan worden (Antoine de Schipper).

Deze projecten staan niet op zichzelf, maar zijn grotendeels het vervolg op eerder onderzoek van de HvA-onderzoekers: project Gymmermansoog en het onderzoekscohort Meten Amsterdamse Motoriek BasisOnderwijs (MAMBO). Daarom eerst even iets over deze projecten.

Meten Amsterdamse Motoriek BasisOnderwijs

Het MAMBO-cohort is een meerjarig onderzoek waarin onderzoekers jaarlijks de motorische vaardigheden van kinderen op 30 Amsterdamse basisscholen meten. Hieruit bleek onder andere dat 20 procent van deze kinderen een matig tot ernstige motorische achterstand heeft.

Project Gymmermansoog

Het project Gymmermansoog bestaat uit twee delen. Allereerst, onderzoek van het meetinstrument dat gymdocenten kunnen gebruiken om de motorische ontwikkeling van kinderen te meten. Daarnaast, onderzoek naar de samenwerking tussen zorgprofessionals van verschillende disciplines (interdisciplinair), zodat kinderen met een motorische achterstand de meest passende zorg krijgen.

Om de motorische ontwikkeling van kinderen te meten, maken scholen al veel gebruik van de 4-Vaardighedenscan. In het project Gymmermansoog hebben de onderzoekers vastgesteld dat deze scan betrouwbaar is en meet wat die moet meten (validiteit). Bovendien hebben de onderzoekers de ‘afkapwaarden’ bepaald. Dat zijn de scores die het onderscheid aangeven tussen een normale motorische ontwikkeling of achterstand, en de ernst daarvan.  

De afkapwaarden van de 4-Vaardighedenscan werken volgens een stoplichtsysteem. Rood betekent een ernstige en oranje een matig ernstige motorische achterstand. Bij een score rood verwijst de gymdocent het kind naar het zorgpad Gymmermansoog. Voor kinderen met score oranje komt nu het onderzoek: ‘Voorkomen Achterstanden Motoriek Op School’ (VAMOS).

Zorgpad Gymmermansoog voor kinderen met een ernstige motorische achterstand

De kinderen met een ernstige motorische achterstand kan de gymdocent, in overleg met de ouders, doorverwijzen naar een jeugdarts. Die verwijst het kind vervolgens naar een zorgprofessional, zoals een kinderfysiotherapeut, die het kind de meest passende zorg kan geven. In 2019 neemt de gemeente Amsterdam een besluit over het plan van om dit zorgpad in te voeren.

RAAK-publieksubsidie: ‘Voorkomen Achterstanden Motoriek Op School’ (VAMOS)

Maar dan de kinderen met een matig ernstige motorische achterstand (‘oranje’). Voor deze kinderen is extra ondersteuning op school nodig, zoals ‘motor remedial teaching’ (MRT) en Gym+ (kleinschalige gymlessen). Alleen is nog niet onderzocht of deze programma’s daadwerkelijk effectief zijn. Met de subsidie van RAAK-publiek kan dit nu onderzocht worden.

Dit gaan de onderzoekers doen door onder andere de motorische vaardigheden van basisschoolkinderen voor en na start van het programma (MRT of Gym+) te meten. Zo kunnen de onderzoekers vergelijken of de motorische vaardigheden van de kinderen beter zijn geworden. Het project start deze zomer en zal twee jaar duren. Het is een samenwerkingsverband waaraan onder andere de gemeente Amsterdam en verschillende basisscholen hun bijdrage leveren.  

De onderzoeker die dit uit gaat voeren, is docent-onderzoeker Anne Den Uil. Daarnaast heeft Den Uil samen met haar collega Antoine de Schipper, docent-onderzoeker, deze maand een NWO-promotiebeurs voor leraren weten te bemachtigen.

NWO-promotiebeurzen voor leraren

Anne den Uil, ‘Wat bewegen beweegt’

Zij zal onderzoeken hoe een motorische achterstand eigenlijk ontstaat. Want het ene kind beweegt misschien te weinig omdat hij of zij vooral op de bank zit, terwijl de andere onzeker is en niet graag meedoet tijdens de gymles. Daarom onderzoekt zij bij kinderen of en hoe factoren zoals motoriek, beweeggedrag, zelfbeeld, fitheid en gewicht elkaar beïnvloeden. Afhankelijk van de oorzaak van de motorische achterstand kan dan een gerichte interventie ingezet worden.  

Bovendien wil zij weten welke rol ouders hierbij spelen. En hoe het beweeggedrag op basisschoolleeftijd het beweeggedrag op tienerleeftijd beïnvloedt. Hiervoor gaat zij de kinderen meerdere jaren volgen.

Meer over het onderzoek ‘Wat bewegen beweegt’ is hier te vinden.  

Antoine de Schipper, ‘Bewegen in Beeld’ (BIB)

Hij zal onderzoeken hoe een motorische achterstand automatisch te meten is. De 4-vaardighedenscan is al beschikbaar, maar in praktijk blijkt het lastig te zijn om die scan uit te voeren tijdens een gymles met dertig rondrennende kinderen. Daarom zal hij nieuwe instrumenten onderzoeken, zoals een balansbord en videobeelden. Hierbij zal hij gebruikmaken van kunstmatige intelligentie om het beweegniveau van kinderen te bepalen. Het beweegniveau wisselt tussen kinderen; sommige kinderen bewegen heel goed, terwijl anderen weinig bewegen of niet op de juiste manier (bijvoorbeeld moeite om in evenwicht te blijven).

Meer over het onderzoek ‘Bewegen in Beeld’ is hier te vinden.