Hogeschool van Amsterdam

Meer rokers stoppen als we het gesprek anders voeren

24 jan 2019 15:35 | Urban Vitality

Veel rokers die willen stoppen, zijn vastgelopen in een tweestrijd. Als zorgverleners op de juiste manier gesprekken gaan voeren met rokers, dan lukt het een groter percentage om die ‘ambivalentie’ te doorbreken en te stoppen. Maar zulke gesprekken goed voeren, blijkt nog een vak apart. Dat constateert Jos Dobber, HvA-docent-onderzoeker bij de opleiding Verpleegkunde, die promoveert op motiverende gespreksvoering.

Twee kanten

De meeste rokers die willen stoppen, maar die dit steeds niet lukt, zijn ambivalent, zegt docent-onderzoeker Jos Dobber. “Ze weten dat roken slecht is voor de gezondheid, maar tegelijk biedt het ze ontspanning of een ontsnappingsmogelijkheid. De roker ziet steeds twee kanten, die niet op te lossen zijn. Die twee houden elkaar in evenwicht.”

Door dit eeuwige limbo stoppen mensen op een gegeven moment maar met nadenken hierover; ze denken ‘laat maar’ of schuiven het voor zich uit.

Ambivalentie doorbreken

Motiverende gespreksvoering is erop gericht om die ‘ambivalentie’ bij mensen te doorbreken. Jos Dobber doet een promotie-onderzoek naar deze manier van gespreksvoering, die steeds meer wordt ingezet binnen de verslavingszorg, psychische hulpverlening en leefstijlbegeleiding.

De arts, verpleegkundige of coach gaat hierbij met de cliënt na wat nog andere, dieperliggende overtuigingen zijn om te stoppen met roken. Zo leert de roker verder kijken dan zijn of haar vaste gedachtenpatroon, en die terugkerende tegenstelling. Als de zorgverlener de juiste vragen stelt en de cliënt een spiegel voorhoudt van diens denkwijze (reflecties), dan gaat de cliënt anders naar zichzelf kijken. Die ontdekt meer zijn of haar intrinsieke motivatie, en overtuigt uiteindelijk zichzelf.

Spreekuur Voeding en Diëtetiek

Gesprekken terugluisteren

Maar in hoeverre maken zorgverleners al gebruik van deze gesprekstechnieken? En wat zijn precies de ingrediënten die leiden tot succes bij iemand? Om dit te weten te komen, analyseert Jos Dobber gesprekken die verpleegkundigen, psychologen en gezondheidscoaches voeren, onder meer met patiënten die na een hartinfarct willen stoppen met roken, maar die dit niet uit zichzelf lukt.

Neiging tot overtuigen

Uit de 89 gesprekken die Dobber inmiddels heeft teruggeluisterd, kan hij al een aantal dingen afleiden. Ten eerste lijkt het erop dat maar weinig zorgverleners motiverende gespreksvoering echt onder de knie hebben.

“Het valt me op dat zowel verpleegkundigen als gezondheidscoaches enorm de neiging hebben om iemand te overtuigen”, zegt Dobber. “Ze geven vooral veel advies en informatie op vragen die iemand heeft. Of ze blijven juist veel vragen stellen, maar reflecteren niet tussendoor, waardoor ze het gedachtenproces van de cliënt minder vooruit helpen dan mogelijk is. Dat reflecteren vinden ze heel lastig.”
 

Jongeren met nonchalante blik, middelste rookt

Foto: Martijn van de Griendt (Urban Vitality)

Hoe het niet moet

Een voorbeeld van hoe zo’n gesprek zonder reflectie verloopt, is dat de zorgverlener het gezondheidsaspect benadrukt. De patiënt: “Roken is slecht voor mijn gezondheid, ik weet het. Maar ik heb zo’n stress…”
De zorgverlener: “U zegt het al, het is slecht voor uw gezondheid.”
De patiënt reageert dan: “Ja, maar het biedt mij dus ontspanning”.

Doordat de zorgverlener focust op de negatieve gezondheidskant, benoemt de patiënt juist weer de positieve kanten voor zichzelf, die zo groter worden in zijn hoofd.

Hoe het wel moet: zelfbeeld verschuiven

Zet een zorgverlener motiverende gespreksvoering goed in, dan kan het zelfbeeld van de patiënt steeds meer ombuigen. Dat gaat geleidelijk: doordat de zorgverlener doorvraagt, openen andere perspectieven.

 

Twee oudere dames op terras in de Bijlmer, een steekt sigaar op

Foto: Martijn van de Griendt (Urban Vitaity)

Zo kan een zorgverlener aan een pas gestopte roker vragen:
‘Hoe doe je dat in situaties waarin je vroeger rookte, bijvoorbeeld op een feestje?' Als de cliënt vertelt niet meer met de rokers naar buiten te gaan, maar dat eigenlijk niet te missen, kan de zorgverlener reflecteren: “Je bent geen roker meer, je bent nu een niet-roker.” De kans bestaat dat de cliënt zichzelf dan ook niet langer als een ‘stoppende roker’ ziet, maar als ‘niet-roker’, en zo zijn/haar zelfbeeld aanpast.

Doordat het gesprek ook gaat over wat de patiënt of cliënt belangrijk vindt in zijn of haar leven, komt die erachter welke (onbewuste) waarden hij/zij heeft, zodat hij of zij een dieperliggende, persoonlijke drijfveer vindt om te stoppen. Zo komt een veranderingsproces op gang: het zelfbeeld verschuift, en uiteindelijk overtuigt de roker zichzelf.

Dobber geeft een voorbeeld: "Zo zei een vrouw die een hartinfarct had gehad, dat ze echt niet kon stoppen, omdat zij al haar hele leven rookte. In dit gesprek vertelde zij ook dat haar dochter een kind zou krijgen. De verpleegkundige vroeg door: wat zou je met het kind willen? De vrouw wilde ‘oppassen, een flesje geven… dan kan ik niet stinken’. Gaandeweg bedacht zij dus: hoe pas ik daar straks in? Dit bleek voor haar de belangrijkste drijfveer om te stoppen.”

Er is nog steeds sprake van een kennistekort, signaleert Jos Dobber. Bij zorgverleners is ten eerste meer kennis nodig over motiverende gespreksvoering. Vandaar dat studenten van de HvA-opleiding Verpleegkunde hier inmiddels veel les in krijgen.

Daarnaast komen zorgverleners vaak toch nog onwetendheid bij rokers tegen, ondanks alle informatie en campagnes. Zo hoorde Dobber regelmatig uitspraken van patiënten voorbijkomen, zoals ‘Ja, maar mijn tabak is natuurlijk, daarin zit weinig teer’. Of een dame die wilde stoppen, wiens buurvrouw wel was gestopt na een bloedtransfusie: ‘Komt het ook doordat zij schoon bloed heeft gekregen, dat zij er daarna vanaf is gekomen?”

Jos Dobber promoveert met een NWO promotiebeurs. Promotoren zijn prof. dr. Ron Peters (Amsterdam UMC, locatie AMC) en prof. dr.  Wilma Scholte op Reimer (HvA en AMC).

Dobber analyseerde tot nu toe 89 gesprekken van verpleegkundigen die patiënten na een hartinfarct begeleiden met stoppen met roken, en van gezondheidscoaches die gezonde ouderen begeleiden, die hun leefstijl willen verbeteren.

Daarnaast onderzoek hij ook motiverende gespreksvoering bij een andere doelgroep, namelijk patiënten met schizofrenie. Psychiaters, psychologen en verpleegkundigen voeren gesprekken met deze patiënten zodat zij antipsychotica blijven gebruiken; zo’n 70 procent stopt anders binnen een jaar weer met medicatie. Tot nu toe analyseerde Dobber 65 gesprekken binnen deze groep.

Ook heeft Dobber 24 verpleegkundigen en 5 gezondheidscoaches uitgebreid gevolgd.

 

Stoppen met roken: de cijfers

Dat motiverende gespreksvoering zijn vruchten afwerpt, blijkt uit de cijfers:

*Van de rokers in Nederland die willen stoppen, lukt dit uiteindelijk maar 4,8 procent zonder ondersteuning (dit komt neer op 0,07 procent van alle rokers).
* Na gesprekken met een arts, verpleegkundige of cardioloog stijgt dit stoppercentage naar ruim tien procent.
* Bij ‘motiverende gespreksvoering’ ligt dit percentage nog wat hoger, rond de 13 procent.