Hogeschool van Amsterdam

Extra zorg voor kinderen met motorische achterstand in 2019

Zorgtraject HvA-onderzoekers op Amsterdamse basisscholen

20 dec 2018 15:18 | Urban Vitality

Een groot deel van de Nederlandse kinderen heeft een slechte motoriek. Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hebben voor deze kinderen een zorgtraject ontwikkeld, zodat zij voortaan worden ondersteund en doorverwezen voor extra zorg. Het is de bedoeling dat alle scholen en jeugdartsen in Amsterdam hier in 2019 mee gaan werken.


20 procent heeft achterstand

Een team van HvA-onderzoekers, -studenten en gymdocenten analyseert jaarlijks de motorische vaardigheden van 5.000 leerlingen op 30 Amsterdamse basisscholen. Zij bekijken de voortgang van de leerlingen van groep drie tot en met acht met een scan voor motorische vaardigheden.

Uit hun analyses blijkt dat zo’n 20 procent van de kinderen een matige of ernstige achterstand heeft. Omgerekend naar heel Amsterdam, komt dit neer op 10.000 kinderen in de stad die in de gevaren- of risicozone zitten qua motorische vaardigheden.

Nieuw vervolgtraject

Tijd om hiernaar te handelen, vinden de onderzoekers. “We hebben het gesignaleerd, dan hoort er ook een vervolgtraject te zijn voor deze kinderen,” aldus Mirka Janssen, lector Bewegen In en Om School aan de HvA. Daarom hebben de onderzoekers een nieuw zorgtraject uitgestippeld voor kinderen met een motorische achterstand, zodat die voortaan extra ondersteuning krijgen op en buiten school. Begin 2019 neemt de gemeente Amsterdam een besluit over implementatie van dit zorgtraject op alle Amsterdamse basisscholen.

Jongetje doet hinkeltest in gymzaal

Hinkeltest in de gymzaal

Stoplicht

Het nieuwe zorgtraject houdt in dat de gymdocent kinderen die ‘rood’ scoren, wat staat voor een ernstige achterstand, voortaan doorverwijst naar de jeugdgezondheidszorg, fysio- en oefentherapeuten, in samenspraak met de ouders. De motorische scan die scholen al gebruiken, werkt namelijk volgens een ‘stoplichtmodel’: de gymleraar ziet aan de hand van de resultaten of het kind groen, oranje of rood scoort.

Voor de ‘oranje’ kinderen met een matige achterstand, kijken de onderzoekers en gymdocenten of deze voldoende gebaat zijn bij extra ondersteuning vanuit de school zelf, met onder meer ‘motor remedial teaching’ (MRT) en kleinschalige gymlessen.
 

Achterstand groter met leeftijd

Het nieuwe zorgtraject is dringend nodig, zegt Jansen, want de achterstand wordt alleen maar groter naarmate kinderen ouder worden. “Zo hebben Amsterdamse kinderen van zes jaar oud nog maar een kleine achterstand, maar bij kinderen van elf in groep 7 is die al gemiddeld één jaar.”

Niet huppelen of bal vangen

Een opvallend voorbeeld uit de analyses van de HvA-onderzoekers is dat veel kinderen in de stad, vooral jongetjes van negen en tien, niet kunnen huppelen. “Zij zijn al halverwege de basisschool, terwijl kinderen normaal gesproken al op jonge leeftijd kunnen huppelen”, zegt Janssen. Uit landelijke gegevens blijkt ook dat leerlingen bijvoorbeeld minder goed ballen kunnen gooien en vangen dan tien jaar geleden.

Meisje hangt ondersteboven in ringen, op de rug gezien

Dat de motoriek van kinderen achteruitgaat, is al langer reden tot zorg. Vorige week bracht het SCP een rapport uit waarin dit wordt gesignaleerd. Ook het Nationaal Preventieakkoord benoemt dat voor kinderen met een motorische achterstand extra ondersteuning moet komen.

De HvA-onderzoekers analyseren de gegevens van kinderen op basisscholen door heel Amsterdam, van het centrum tot Nieuw-West. Uit de verschillen tussen scholen kunnen zij een verband afleiden tussen sociaal-economische status en motorische vaardigheden. “In het centrum presteren kinderen beter op motoriek. Dat komt mogelijk doordat kinderen hier vaker op een of meerdere sporten zitten. We zien namelijk grote verschillen tussen wijken als het gaat om sportparticipatie”, zegt Janssen.

Daarnaast is er een relatie met BMI: hoe zwaarder kinderen zijn, hoe minder motorisch vaardig. En in armere wijken in Amsterdam hebben kinderen een hoger BMI. Daarnaast speelt mee dat kinderen steeds meer tijd achter schermen doorbrengen, waardoor hun grove motoriek achterblijft.

Ook in het aantal uren gymles zien de onderzoekers verschillen, maar dit verband is niet groot genoeg om de achterstand alleen te verklaren. “Meer en beter bewegingsonderwijs is niet de allesomvattende oplossing, omdat dit zo’n complex probleem is. Het is één van de oplossingen van het probleem, en het is goed dat de regering met het Preventieakkoord nu ook actie hierop onderneemt,” aldus lector Janssen.

Jongen klimt in touw in gymzaal