Hogeschool van Amsterdam

RECURF

Een nieuwe bestemming voor textielafval: van biocomposiet tot designproduct

Project

Verschillende bedrijven in de metropoolregio Amsterdam hebben textielresten die zij niet op een goede manier kunnen hergebruiken. Denk aan de jutenzakken waarin de koffie van Starbucks wordt vervoerd. Het snijafval van Ahrend of het textiel dat Sympany inzamelt en dat niet meer draagbaar is of herbruikbaar voor het spinnen van nieuwe garens. Nu worden deze textielresten vaak verbrand of tot vul- of isolatiemateriaal verwerkt. De Hogeschool van Amsterdam (HvA) heeft in de afgelopen twee jaar binnen het RAAK-MKB project RECURF onderzocht hoe dit oude textiel weer een nieuw, hoogwaardig leven kan krijgen .

Door de textielresten te combineren met biobased plastics ontstaan nieuwe materialen met unieke technische, functionele en esthetische eigenschappen en toepassingsmogelijkheden. In vergelijking met alleen biobased plastics zijn deze nieuwe biocomposieten sterker, dempen ze geluid beter en hebben ze een hogere en unieke belevingswaarde. In het project zijn hiermee producten ontwikkeld voor de bedrijven die de textielresten ter beschikking hebben gesteld. Zo kunnen bijvoorbeeld een design stoel, een IPad- sleeve, een brillenkoker of een wandpaneel door deze bedrijven zelf gebruikt of verkocht worden. Dit leidt tot een interessant circulair businessmodel met zowel een economische als een ecologische waarde! 

Uit het RECURF onderzoek en tevens een eerder onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (zie ook www.biobasedplastics.nl) blijkt dat er kansen liggen in het circulair verwerken van textiele/natuurvezel reststromen uit de MRA in combinatie met biobased plastics tot nieuwe producten. Gebruik van vezels uit reststromen biedt mogelijkheden om biobased plastics goedkoper te maken, maar leveren met name unieke eigenschappen op (look and feel, sterkte, flexibiliteit en isolatie) die aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld voor interieur- en exterieurproducten. Voor de biobased waardeketen levert dit nieuwe materiaalcombinaties op met unieke mogelijkheden en daarmee nieuwe afzetmarkten. Voor bedrijven met textiele/natuurvezel reststromen bieden de nieuwe materialen de mogelijkheid om wat nu als afval wordt gezien, tot aansprekende producten te verwerken (upcycling). Dit draagt bij aan de duurzaamheidstrategie van deze bedrijven, en levert tevens kostenvoordeel op.

Het project is uitgevoerd door de HvA (onderzoeksprogramma Urban Technology) in samenwerking met Saxion Hogescholen (lectoraat Smart Functional Materials), ondersteund door subsidie van Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. Het project is uitgevoerd samen met veertien mkb-ondernemingen die voorop willen lopen in de verwerking van biobased kunststoffen en vezelmaterialen tot nieuwe producten. Aan het project werkten verder drie grote bedrijven (Sympany, Ahrend en Starbucks) uit de MRA mee. Zij beschikte over omvangrijke reststromen van vezelmaterialen, en traden tegelijkertijd op als launching customer van de ontwikkelde producten. Het project is ondersteund door de branche-brede instituten voor polymeren (DPI Value Centre) en textiele vezels (MODINT) en kennisinstellingen TU Delft en Avans Hogescholen.

De centrale onderzoeksvraag ‘hoe kunnen textiele reststromen en biobased plastics gecombineerd worden toegepast in circulaire producten zodat ze elkaar versterken?’ is beantwoord door de uitvoering van vier deelonderzoeken, verschillende materiaal- en ontwerpstudies, resultaten uit de praktijk en ten slotte drie cases.

Het onderzoek richtte zich vooral op het ontwikkelen van kennis over de eigenschappen van bio-composieten. Het project onderzocht een breed scala aan materialen, verwerkingstechnieken en toepassingen (product/markt combinaties). 

 

Uit het RECURF onderzoek komt naar voren dat de combinatie textiele restvezels en biobased kunststoffen een meerwaarde opleveren ten opzichte van het gebruik van alleen textiel of alleen biobased kunststof. De nieuwe materialen onderscheiden zich door hun variabele mechanische en functionele eigenschappen, maar ook door hun eigen belevingswaarden. Het gebruik van textiele reststromen en biobased plastics in biocomposieten biedt bovendien milieuwinst en het draagt bij aan de transitie naar een circulaire economie.

Enkele resultaten op een rij:
- Kansrijke materiaalcombinaties en verwerkingstechnieken
- Beschikbare database met samples en datasheets
- Eindelevensduurscenario’s
- Een uniek circulair businessmodel
- Etc. 

De volledige resultaten kunnen teruggevonden worden in de RECURF publicatie.

Het vervolgproject RECURF-UP! stelt zich als doel om de kennis over circulaire biocomposieten verder te ontwikkelen en te verdiepen. Het project richt zich daartoe op de toepassing van digitale productietechnieken, op een beter inzicht in concrete materiaaleigenschappen en op het daadwerkelijk circulair maken van de keten. RECURF-UP! onderzoekt niet alleen de technische aspecten, maar besteedt ook aandacht aan de belevingswaarde die kan worden gecreëerd door eigenschappen als hard- zacht, glad-ruw en licht-donker in één product te combineren. Het onderzoek steunt op vier cases die worden uitgewerkt in samenwerking met mkb-bedrijven uit de gehele keten (van grondstof tot vermarkting van het eindproduct). 

Bent u geïnteresseerd en wilt u meer weten over het vervolg project RECURF-UP!, neem dan contact op met projectleider RECURF-UP! Mark Lepelaar: m.lepelaar@hva.nl

Gepubliceerd door  Faculteit Techniek 23 januari 2018