Hogeschool van Amsterdam

Kwaliteit

Binnen de Hogeschool van Amsterdam (HvA) staat vertrouwen centraal en professionele ruimte van medewerkers voorop. We willen samen onderwijs en praktijkgericht onderzoek van hoge kwaliteit realiseren. Dit sluit aan bij de visie van de HvA .

Hoe doen we dat ?

  • Teams bepalen, uiteraard binnen wettelijke- en beleidskaders,  zelf hun doelstellingen om op een bij hen passende manier te werken aan kwaliteit en reflecteren hierop met elkaar en gezaghebbende peers die zij zelf uitkiezen.
  • De HvA leidt studenten op tot start- en vakbekwame professionals, die snel hun weg vinden in de beroepspraktijk. 
  • We doen kwalitatief hoogwaardig praktijkgericht onderzoek dat relevant is voor de praktijk en werken samen mét de praktijk. 

Van basiskwaliteit naar meer

De HvA wil een rijke leer- en onderzoeksomgeving zijn voor medewerkers en studenten. Dat doen we in de HvA door uit te gaan van eigenaarschap, waarbij we gezamenlijk op ons professionele handelen reflecteren. We beseffen dat we in de rijke leer- en onderzoeksomgeving medeverantwoordelijk zijn voor het grotere geheel. In ons kwaliteitsbeleid staat hoe de HvA daar aan werkt. De volgende uitgangspunten zijn daarbij van belang:

  • Samenwerken in teams, waarbij ons ideaalbeeld een professionele leergemeenschap is, waar we gezamenlijk werken aan hoogwaardig onderwijs en praktijkgericht onderzoek.
  • Betrokken studenten, die als partner een actieve rol hebben in het vormgeven van hun eigen leerproces en een actieve rol in het werken aan kwaliteit van (opleidings- en onderzoeks) activiteiten binnen de HvA. 
  • Reflecteren en geïnformeerd handelen, als belangrijk uitgangspunt voor het werken aan kwaliteit. 
  • Integriteit, waarbij een waardengedreven manier van werken vanzelfsprekend is en zich vertaalt naar de zorgplicht voor en begeleiding van de studenten, alsmede de inrichting van procedures voor meldingen, bezwaren en klachten. 
  • HvA visie als ontwikkelperspectief; het kwaliteitsbeleid staat in het verlengde van de vier pijlers. 

Monitoring  Kwaliteit

We gebruiken een aantal instrumenten om de kwaliteit te monitoren en daarop te reflecteren. Indicatoren voor onderwijskwaliteit vind je bij Feiten en Cijfers op de HvA website. Daarnaast reflecteert een team minimaal twee keer in de zes jaar doelbewust samen met externe peers. Dit gebeurt zowel binnen het onderzoek als het onderwijs. 

Kwaliteitscyclus

Alle opleidingen van de HvA doen om en om een midterm review en een accreditatie. Tussen beide momenten ligt ongeveer drie jaar. Beide reflectiemomenten stimuleren eigenaarschap en vormvrijheid en gaan uit van de vier NVAO-standaarden. Het HvA beleid is dat élke opleiding tussen twee accreditaties door een midtermreview op alle vier de NVAO standaarden heeft, uitgevoerd door een panel van externen dat bestaat uit minimaal drie leden waaronder een student. Opleidingsteams zijn vrij die peerreview naar eigen keuze in te vullen. Het belangrijkste verschil tussen accreditatie en midtermreview is dat accreditatie focus heeft op publieke verantwoording (via de NVAO). De midterm review heeft bij uitstek een ontwikkelfunctie, waardoor de focus ligt op verdere ontwikkeling van de opleiding en interne verantwoording.


Verbinden interne en externe kwaliteitszorg

Vanuit de wens dat opleidingsteams meer handelingsruimte ervaren voor het werken aan onderwijskwaliteit (en het minder als ‘corvee’ zien) streven we ernaar om de interne en externe kwaliteitszorg verder met elkaar te verbinden. Dat doen we onder meer door deelname aan het experiment instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie waarmee midtermreviews en accreditaties meer in samenhang plaatsvinden. Elke opleiding publiceert het ontwikkelgesprek dat het met het panel voert en/of de bevindingen van de beoordeling op standaard 2 en 3 bij deelmane aan het experiment.


Binnenkort  vind je op deze pagina de uitkomsten van standaard 2 en 3 en ontwikkelgesprekken per opleiding.
 

Instellingstoets Kwaliteitszorg

De HvA neemt vrijwillig deel aan de instellingstoets kwaliteitszorg (ITK). Dit is een periodieke, externe en onafhankelijke beoordeling, waarbij eveneens door de NVAO wordt vastgesteld of het interne kwaliteitszorgsysteem in samenhang met de kwaliteitscultuur verzekert dat de eigen visie op goed onderwijs wordt gerealiseerd. Door een positief resultaat bij de ITK valt de HvA sinds november 2013 onder het beperkte beoordelingskader (BOB) bij opleidingsaccreditatie.

De Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit is één van de uitgangspunten voor de borging van de kwaliteit van het praktijkgericht onderzoek op de HvA. 


Externe evaluatie 

Daarnaast wordt één maal per zes jaar al het onderzoek van de HvA door een panel van externe, onafhankelijke deskundigen beoordeeld in een externe evaluatie. De vijf standaarden uit het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) zijn hiervoor leidend. Bij de externe evaluatie ligt de focus op publieke verantwoording. Het rapport van een externe evaluatie wordt openbaar gemaakt en aan de Commissie Evaluatie Kwaliteit Onderzoek (CEKO) ter beschikking gesteld. De CEKO  houdt toezicht op de uitvoering van het BKO door hogescholen. De rapportages van de externe onderzoeksevaluaties van hogescholen worden openbaar gemaakt via de CEKO-bank.
De meest recente externe evaluatie is uitgevoerd in 2015. Het rapport kunt u hier downloaden.


Interne Evaluatie 

Tussen twee externe evaluaties in vindt een interne evaluatie van het onderzoek plaats. Een interne evaluatie heeft (evenals een midterm review bij opleidingen) bij uitstek een ontwikkelfunctie, waardoor de focus ligt op verdere ontwikkeling van het onderzoek. Vanwege het interne leerperspectief kan de commissie uit zowel interne (d.w.z. van de HvA, maar niet uit de eigen faculteit) als externe leden bestaan.


HvA-brede onderzoeksevaluatie

Zowel de interne als de externe evaluatie wordt HvA-breed uitgevoerd omdat het aanbevelingen oplevert die van belang zijn voor de ontwikkeling van het HvA-brede onderzoeksbeleid. Alle onderzoekseenheden worden in een zelfde periode bezocht door een commissie met een vaste externe voorzitter en secretaris. Door deze vaste kern wordt gewaarborgd dat de evaluaties van het onderzoek in de faculteiten op dezelfde wijze plaatsvinden en onderling vergelijkbaar zijn. Per onderzoekseenheid worden expertleden toegevoegd. De gehele commissie vertegenwoordigt expertises uit onderzoek, (beroeps)praktijk en onderwijs. Het onderzoek is georganiseerd in facultaire kenniscentra, die de personele en financiële thuisbases zijn van de lectoren en onderzoekers. Het onderzoek wordt daarom geëvalueerd op het niveau van de facultaire kenniscentra. 

Gepubliceerd door  Afdeling Communicatie 1 maart 2019