Hogeschool van Amsterdam

Scholieren moeten voorbereid worden op overstromingsgevaar

29 jun 2015 09:56 | Afdeling Communicatie

De kans dat Nederland overstroomt is klein, maar is er wel degelijk. Adwin Bosschaart, docent-onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam, promoveert op maandag 29 juni bij de Vrije Universiteit op zijn lesmethode die 15-jarigen bewuster maakt van overstromingsgevaar en die hun duidelijk maakt wat zij moeten doen in het geval van een overstroming.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft Bosschaarts idee overgenomen, en het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap werkt de lesmethode uit voor verschillende gebieden in Nederland.

In slaap gesust

De meeste mensen in Nederland zijn in slaap gesust, stelt Bosschaart. Zij denken dat de strijd tegen het water is gewonnen, en dat de overheid 100% veiligheid garandeert.

Bosschaart legt uit: “Sinds de jaren ’70 toen de Deltawerken werden uitgevoerd, bevinden we ons in een ‘overwinningsroes’. Zo ook middelbare scholieren. Dat de kans op een overstroming klein is, wil echter niet zeggen dat dit niet kan gebeuren. Juist in een land dat lager ligt dan de zeespiegel, en lager dan het niveau van de rivieren, kan het door een samenloop van extreme weersomstandigheden zomaar voorkomen.”

Mensen staan hier niet bij stil en zijn daarom niet voorbereid, net zoals bijvoorbeeld bij de orkaan Sandy in New York. “Denk het ondenkbare,” bepleit Bosschaart daarom. Als mensen niet voorbereid zijn, nemen zij in paniek de verkeerde beslissingen.

Lesmethode voor scholieren

Ook vijftienjarigen blijken zich niet zo bewust van hun omgeving: ze zien dijken, dijkdoorbraakgaten en terpen juist als tekens dat we beveiligd zijn. Ze weten niet wat er gebeurt wanneer een dijk doorbreekt, en verwachten dat het water direct de grond intrekt. Bosschaart ontwikkelde daarom een indringende lesmethode voor vijftienjarigen in West-Friesland en de Kop van Noordholland. De scholieren leren en ondervinden wat er gebeurt als er een dijk doorbreekt, en wat je moet doen op het moment dat een overstroming plaatsvindt. Bosschaart licht toe: ‘Moet je bijvoorbeeld in de auto wegrijden, of een hoog punt opzoeken? Als je dit laatste doet, moet je in ieder geval 4 à 5 dagen zelfredzaam kunnen zijn. Kamperen op zolder, noem ik dat.’

De lesmethode leert scholieren om te letten op vluchtroutes, de hoogte van het huis, de diepte van het water, en meer. De lesmethode maakt de vijftienjarigen bewust van overstromingsgevaar, zonder dat dit leidt tot paniek of een verlies aan vertrouwen in waterveiligheid.

Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskunde Genootschap (KNAG), het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de waterschappen nemen nu het voortouw om het aardrijkskundeonderwijs aan te passen. Het door Bosschaart ontwikkelde lesmateriaal voor de leerlingen in West-Friesland wordt aangepast voor andere gebieden.

 

 

 

Adwin Bosschaart is docent aan de lerarenopleiding Aardrijkskunde en onderzoeker bij het Lectoraat Didactiek van de Maatschappijvakken van de Hogeschool van Amsterdam. Neem voor meer informatie contact op met Adwin Bosschaart: a.bosschaart@hva.nl/ 06-21155476.