Hogeschool van Amsterdam

Waarom vallen mensen uit na intake schulddienstverlening?

13 nov 2014 11:39

Amsterdam heeft te maken met een groeiend aantal inwoners met schulden. De schulddienstverlening kan mensen helpen om uit de schulden te komen, maar veel van hen haken af tussen het eerste en tweede contact. Wie zijn de mensen die uitvallen, waarom zetten zij hun hulpvraag niet door, en wat zijn de gevolgen? Het rapport Uitval of Zelfregie, dat het lectoraat Armoede en Participatie van de Hogeschool van Amsterdam vandaag publiceert, geeft antwoord op deze vragen.

Rond de 20.000 huishoudens in Amsterdam zitten diep in de rode cijfers, en dit aantal stijgt. De schulddienstverlening kan mensen helpen om uit de spiraal van schulden te komen, maar ziet veel uitvallers tussen het eerste en het tweede contactmoment.

Het lectoraat Armoede en Participatie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzocht van augustus 2013 tot en met januari 2014 waarom mensen de schuldhulpvraag niet doorzetten, of dit gewenst is en hoe het ze vergaat na de uitval. Studenten interviewden 53 burgers die na het intakemoment niet doorzetten, het lectoraat heeft deze interviews geanalyseerd.

Onwenselijke gevolgen

Uit het onderzoek blijkt ten eerste dat de uitval onwenselijke gevolgen heeft voor de burgers. Bij de meerderheid van degenen die niet doorgingen met de schuldhulpverlening, zijn de schulden hierna groter geworden. Ondanks eigen pogingen lukt het niet de schuld te beperken. Het eigen netwerk blijkt in de regel niet sterk genoeg om op terug te vallen.

Typen uitvallers

Welke burgers vallen uit na het eerste contactmoment? Lector Armoede en Participatie Roeland van Geuns: ‘We zien dat klassieke kenmerken- zoals alleenstaande, werkloze mannen- niet opgaan. Wel kunnen we drie groepen onderscheiden op basis van gedrag.’ Groep 1 ervaart onvoldoende financiële vaardigheden en heeft weinig grip op de schulden. Groep 2 lijkt zekerder over zijn vaardigheden en voelt zich minder verantwoordelijk voor de schuld. Soms werd de schuld niet direct veroorzaakt door de persoon zelf, maar door een scheiding of overlijden van een naaste. Groep 3 ondervindt middelmatige financiële vaardigheden en voelt zich wel zelf verantwoordelijk voor de schulden, maar heeft vaak hoge schulden. Van Geuns: ‘We zien dus dat maatwerk nodig is, omdat de ene uitvaller de andere niet is.’

Redenen uitval

De voorwaarden die de schulddienstverlening stelt worden als voornaamste reden genoemd om te stoppen door de meerderheid van de ondervraagden. Daarnaast geven 18 van de 53 ondervraagden de ‘eigen gedachten’ aan als reden, bijvoorbeeld schaamte of het vergeten van een afspraak. Tot slot geeft een derde als reden, dat zij niet op de vastgestelde momenten konden komen vanwege andere verplichtingen, zoals werk, studie of zorg voor een familielid.

Wat kan de schulddienstverlening doen?

Het rapport bevat een aantal aanbevelingen. Vaak valt het mensen tegen wanneer zij doorkrijgen hoe lang het traject duurt, en welke voorwaarden erbij komen kijken. Daarom is het belangrijk dat vooraf een realistisch beeld wordt geschetst voor de schuldenaren. Daarnaast ervaren veel schuldenaren andere psychische problemen. Velen vinden de afspraken moeilijk te combineren met bijvoorbeeld werk, studie of gezin. Het is daarom handig als bij het eerste contact meer empathie komt voor de cliënt. Ook is duidelijke, eenvoudige taal belangrijk. Bij het plannen van de afspraak is aanbevolen goed te checken of dit de persoon uitkomt, en de persoon er nog aan te herinneren. Lector Roeland van Geuns licht toe: ‘Wanneer je schulden hebt, doet dit iets met je denken. Je kunt alleen overleven op de korte termijn. Het is belangrijk dat hier in het eerste contact rekening mee gehouden wordt. Ook is meer maatwerk nodig, want de cliënten verschillen enorm van elkaar.’

Neem voor meer informatie over het programma contact op met lector Roeland van Geuns: r.van.geuns@hva.nl/ 06-21 15 87 45. Voor overige vragen:

06 2115 6400/ persvoorlichting@hva.nl.