Hogeschool van Amsterdam

Bedrijfsleven onbekend met nieuwe standaard voor digitale rapportage

7 mrt 2013 13:07 | Afdeling Communicatie

Ruim 80% van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (MKB) is onbekend met Standard Business Reporting (SBR), de nieuwe (verplichte) standaard voor onder meer digitale belastingaangiften en kredietaanvragen bij banken. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Hogeschool van Amsterdam op eigen initiatief deed onder ruim 1.000 MKB-bedrijven. Deze conclusie is zorgelijk, omdat SBR de administratieve druk op bedrijven juist kan verlichten en mogelijkheden biedt om kredietverstrekking te stimuleren. De Hogeschool van Amsterdam doet een dringende oproep aan overheid, brancheorganisaties, banken en financiële intermediairs om de handen ineen te slaan voor spoedige verdere invoering van SBR.

Grote financiële voordelen

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is sprake van een verontrustend dalende kredietverlening aan bedrijven. Volgens de Expertgroep Bedrijfsfinanciering van het Ministerie van Economische Zaken kan SBR hierin verandering brengen, omdat het de beoordelingskosten van een financieringsaanvraag verlaagt en de beoordelingstijd verkort. Voorts beoogt de overheid tot 2015 met SBR een administratieve lastenverlichting van 500 miljoen euro te realiseren voor het bedrijfsleven.

Onderzoek en seminar

Per 1 januari 2013 heeft de Belastingdienst SBR verplicht gesteld voor de aangifte Vennootschapsbelasting en Inkomstenbelasting. Vanaf 2014 krijgt het bedrijfsleven op grote schaal te maken met SBR, als ook de aangifte Omzetbelasting verplicht via SBR moet worden aangeleverd. Uit het onderzoek blijkt overigens ook dat veel MKB-bedrijven in principe niet negatief staan tegenover elektronische gegevensuitwisseling met overheidsinstanties, banken en financiële intermediairs. Bedrijven zijn vooral positief over gegevensuitwisseling met intermediairs en de Belastingdienst.

Het Centre for Applied Research on Economics & Management (CAREM) en het expertisecentrum Instant Reporting van de Hogeschool van Amsterdam onderzochten de bekendheid van SBR bij het MKB in vijftien branches, in samenwerking met de brancheorganisaties BOVAG, KVGO, Koninklijke Horeca Nederland/Bedrijfschap Horeca en Catering, Transport en Logistiek Nederland en LTO Nederland. Op donderdag 7 maart presenteert de Hogeschool van Amsterdam haar onderzoeksresultaten tijdens een seminar over SBR.

Noot voor de redactie </strong> "> Het 106 pagina’s tellende onderzoeksrapport ‘SBR in bedrijf’ is hier te downloaden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met dr. Jesse Weltevreden, tel.: 06 – 101 53 268, e-mail: j.w.j.weltevreden@hva.nl of met HvA persvoorlichting (Meike Verhagen): tel.: 020 – 595 32 62 / 06 – 191 76 435

Over SBR

‘Standard Business Reporting’ (SBR) is de nieuwe (verplichte) standaard die elektronische gegevensuitwisseling mogelijk maakt met de Belastingdienst, de Kamer van Koophandel, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de banken. Met SBR kunnen bedrijven hun belastingaangiften, jaarrekeningen en (financiële) rapportages rechtstreeks via hun administratiesoftware doorgeven aan overheidsinstanties, banken en financiële intermediairs zoals accountants en administratiekantoren.

Onderzoeksresultaten

Vandaag (donderdag 7 maart) presenteert de Hogeschool van Amsterdam (HvA) haar resultaten tijdens een seminar over de mogelijkheden van SBR

Over CAREM en Instant Reporting

CAREM is het centrum voor praktijkgericht economisch onderzoek van het domein Economie en Management / HES van de HvA. In h et expertisecentrum Instant Reporting is de op de HvA aanwezige kennis op het gebied van SBR samengebracht, met als doel studenten de vereiste actuele kennis over SBR bij te brengen.

Over de auteurs

Dr. Jesse Weltevreden is lector Online Ondernemen bij CAREM en eindverantwoordelijke voor de onderzoeksactiviteiten van het SIA/RAAK programma ‘SBR in bedrijf’ van CAREM en het expertisecentrum Instant Reporting. Dr. Eric Melse MBA is senior researcher bij CAREM en projectleider van het onderzoeksprogramma ‘SBR in bedrijf’.