Hogeschool van Amsterdam

Vmbo’ers motiveren om meer te bewegen

13 jul 2015 10:15 | Afdeling Communicatie

Vmbo’ers bewegen aanzienlijk minder dan hun leeftijdsgenoten op de havo. De HvA en de HAN onderzoeken in het project SALVO hoe je vmbo’ers wél aan het sporten en bewegen krijgt. De eerste resultaten van dit project zijn nu binnen. "Vmbo-scholieren willen graag bewegen, maar hebben daarvoor extra stimulatie nodig vanuit hun omgeving," aldus HvA-projectleider Huib van de Kop.

Vmbo’ers voelen zich minder fit, zitten vaker stil en hebben vaker overgewicht dan havo-scholieren. Reden om te inventariseren waarom dit zo is, en hoe dit veranderd kan worden. Onderzoekers van de HvA en de HAN voeren een groot onderzoek uit onder de derdeklassers van 12 vmbo-scholen in Noord-Holland en 10 scholen in Arnhem en Nijmegen.  

Dat vmbo’ers minder bewegen komt door een combinatie van onder andere sociaal-economische factoren, omgeving, en opleidingsniveau van de ouders, concluderen de onderzoekers. Maar dit wil niet zeggen dat vmbo’ers niet graag sporten, integendeel. Dit jaar interviewden de vmbo-scholieren elkaar voor het SALVO-project, en daaruit blijkt dat ze volop mogelijkheden en inspiratiebronnen zien, en graag meer willen sporten.

Van parachutespringen tot paardrijden

De vmbo’ers op de deelnemende scholen interviewden elkaar dit jaar via vragenlijsten (de assets-benadering) met vragen als: Wie brengt jou in beweging? Wat spreekt je aan? Waar ben je goed in? Ook maakten ze foto’s van hun omgeving. Zo kregen zij zelf de regie om te onderzoeken wat hun drijfveren zijn voor een actieve leefstijl.

Uit de interviews blijkt dat de jongeren een duidelijk beeld hebben van waar zij goed in zijn, en wat hen in beweging brengt. ALO-docent en onderzoeker Huib van de Kop: “Wat opvalt: vmbo’ers vinden bewegen leuk. Ze komen met allerlei sporten die hun inspireren, variërend van freerunning en parachutespringen op scholen in Amsterdam, tot paardrijden en met dieren spelen op de scholen met ‘groene’ opleidingen. En zij geven aan dat degenen die hen in beweging brengen veelal ouders en familieleden zijn. Maar ook de gymleraar speelt een belangrijke rol.”

Meisjes sporten buiten met ALO-student

Meer aandacht vanuit omgeving

De leerlingen willen graag dat er aandacht komt vanuit de omgeving voor het type beweging dat zij leuk vinden, en dat hun rolmodellen met ze meedoen, blijkt uit de interviews. Ze willen extra gestimuleerd worden, en dat er meer aandacht komt voor sport en beweging. Van de Kop: ‘Vmbo’ers hebben kennelijk moeite om die gezonde keuze alleen te maken. De verbinding tussen de sociale en fysieke omgeving en het kind moet beter. Deze leerlingen willen graag een betrokken omgeving, die het belang van bewegen vertelt en aanreikt.’

Effectieve interventies

Als volgende stap van SALVO worden op de scholen interventies ingevoerd die aanhaken op de behoeftes van de vmbo-leerlingen. Hiervoor worden werkgroepen opgezet, waarin onderzoekers, docenten en management bij elkaar komen. Van de Kop: “De SALVO-aanpak sluit aan bij de wensen van de leerlingen, maar ook op effectieve interventiekenmerken uit literatuurstudie. We willen maatwerk leveren dat aansluit bij de positieve vermogens en ideeën van de leerlingen zelf, zodat ze zo’n interventie omarmen."

Dat kan van alles zijn: van een basketballtoernooi tot extra zwemlessen. Van de Kop: “Op een school in West gaven de leerlingen aan dat ze graag een zwembad bij de school wilden hebben. Tot onze verbazing bleek de school al zwemlessen aan te bieden. Maar de leerlingen vinden het zo leuk, dat ze het veel vaker zouden willen doen. Daar gaan wij onze interventie op aansluiten."