Hogeschool van Amsterdam

Onderpresteerders moeten uitgedaagd worden

20 okt 2014 12:42

Uitdaging is een hot topic in het Nederlandse onderwijs. Een onderbelichte groep daarbij zijn de onderpresteerders. Juist voor hen is uitdaging cruciaal, ontdekte HvA-student Leraar Geschiedenis Wietse Jelles. Hij won de HvA Research Award voor zijn onderzoek.

Het zijn de leerlingen die relatief lage cijfers halen, maar eigenlijk bovengemiddeld intelligent zijn; de zogenaamde onderpresteerders. Waarom presteren zij beneden hun kunnen? Dit onderzocht Wietse Jelles voor zijn scriptie.

Onderpresteerders varen op hun intelligentie

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat je je hersenen op twee manieren gebruikt bij het leren: ten eerste gebruik je je intelligentie, maar daarnaast moet je ook je ‘metacognitie’ inschakelen. Dit gedeelte van de hersenen wordt actief wanneer je iets niet snapt, waardoor je een strategie moet bedenken. Metacognitie heb je nodig om stof te leren die echt lastig is.

 

Hand tekent brein

Wietse is uitgegaan van de volgende hypothese: onderpresteerders gebruiken wel hun intelligentie, maar niet hun metacognitie. Ze worden namelijk niet genoeg uitgedaagd: omdat zij de stof met hun intelligentie aankunnen, hoeft hun metacognitie niet in te grijpen. Daardoor ontwikkelen ze geen metacognitieve vaardigheden. Ze redden het daarom net op de middelbare school, maar komen vaak in de problemen in het hbo of wo.

Te makkelijke opdrachten

Wietse testte daarna op zijn stageschool of het klopt, dat onderpresteerders meer uitdaging nodig hebben. Hij nam de opgaven uit het geschiedenisboek onder de loep aan de hand van de taxonomie van Bloom en kwam erachter dat die bijna alleen ‘lagere denkvaardigheden’ aanspreken, zoals begrijpen. Hij selecteerde 8 onderpresteerders, en vroeg wat zij van deze opdrachten vonden. Niet leuk, en te makkelijk, vonden de leerlingen.

Vervolgens legde Wietse de leerlingen opdrachten voor die hij zelf had gemaakt en die ‘hogere denkvaardigheden’ vereisten. Wat bleek: 7 van de 8 vonden het moeilijk, en de meesten vonden het wél leuk en interessant. De leerlingen moesten hardop denken, en Wietse tapete dit met de memorecorder. ‘Daarop is te horen dat zij veelvuldig gebruik maken van hogere denkvaardigheden. Hieruit blijkt dat uitdaging belangrijk is om onderpresteerders naar behoren te laten presteren,’ legt Wietse uit.

Keerzijde

Wanneer de uitdaging echter te groot wordt,wordt het doel voorbijgestreefd: dan wordt de leerling onzeker. Dat bleek voor Wietses opgaven wel het geval te zijn bij twee leerlingen; zij vonden het echt te moeilijk. Wietse: ‘Daarom is het heel belangrijk om te weten wie de onderpresteerders zijn. Scholen moeten goed op de kenmerken letten, zodat ze deze leerlingen extra kunnen uitdagen. Dat is van belang voor hun hele verdere onderwijscarrière.’

 

Student-winnaar Wietse Jelles belt met het thuisfront

Wietse Jelles belt met het thuisfront na het winnen van de Research Award

Wietse selecteerde de  8 onderpresteerders op grond van resultaten en gedragskenmerken.