Hogeschool van Amsterdam

Mantelzorgers met zwaardere taken hebben behoefte aan vervanger

22 sep 2014 08:48 | Afdeling Communicatie

Mantelzorgers die persoonlijke verzorging of verpleegkunde hulp bieden aan een naaste, hebben regelmatig behoefte aan ‘respijtzorg’: een vrijwilliger of professional neemt de zorg dan tijdelijk en volledig van de mantelzorger over. Deze mantelzorgers voelen zich vaker overbelast dan overige mantelzorgers, en een aanzienlijk deel van hen zou willen dat iemand de zorg een of twee dagdelen per week overneemt. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door het lectoraat Community Care van de Hogeschool van Amsterdam.

Het HvA-lectoraat Community Care heeft in 2013 een enquête afgenomen onder 900 mantelzorgers en zorgvrijwilligers in regio Amsterdam. De gemeente Amsterdam heeft de onderzoekers vervolgens gevraagd om te rapporteren over de 209 mantelzorgers in een ‘complexe zorgsituatie’ en hun behoefte aan respijtzorg. Het gaat om mantelzorgers die persoonlijke verzorging en/of verpleegkundige hulp bieden aan een naaste (bijv. wassen, aankleden en het toedienen van medicijnen).

Vaker behoefte aan vervanging

Uit het rapport blijkt dat de mantelzorgers die hulp geven aan iemand met complexe zorgvragen vaker behoefte hebben aan respijtzorg dan overige mantelzorgers. Bijna een kwart van hen zou willen dat iemand een of twee dagdelen per week de zorg overneemt. Deze groep mantelzorgers blijkt zich dan ook vaker zeer zwaar of overbelast te voelen (23%) dan de overige respondenten uit het grote onderzoek uit 2013 (14%). 

Dementie

Onder de mantelzorgers in een ‘complexe zorgsituatie’ vallen als eerste degenen op die mantelzorg verlenen aan een naaste met dementie. Deze mensen geven vaker dan andere mantelzorgers aan dat zij wel één of twee dagdelen per week respijtzorg zouden willen. Zij geven er daarbij de voorkeur aan dat een vrijwilliger of een vriend of familielid de zorg bij hen thuis biedt. Zij zeggen ook aanmerkelijk vaker de behoefte te hebben dat de zorgvrager drie tot zes dagdelen per week gebruik zou kunnen maken van een dagopvang.. 

Niet Aangeboren Hersenletsel

Een tweede groep die opvalt zijn de respondenten die zorgen voor iemand met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Zij vertonen in hun ondersteuningsbehoefte grote overeenkomsten met hen die zorgen voor iemand met dementie. Ook zij zouden graag één of twee dagdelen per week respijtzorg willen krijgen en ook zij ontvangen die het liefst thuis, geboden door een naaste of een vrijwilliger. En zij hebben eveneens behoefte aan drie tot zes dagdelen opvang van de zorgvrager elders, bijvoorbeeld dagopvang.

Respijtzorg lang niet altijd bekend

De gemeente Amsterdam besteedt veel aandacht aan respijtzorg, en gaat nu kijken hoe verschillende partijen de respijtzorg kunnen realiseren. Onderzoeker Yvette Wittenberg: ‘Deze mantelzorgers spreken hun behoefte uit, maar dat is iets anders dan er gebruik van maken. Nu moet verder onderzocht worden hoe je mensen de stap laat zetten om respijtzorg daadwerkelijk te gebruiken.’ In de praktijk blijkt bovendien dat veel mantelzorgers ook nog niet weten van het bestaan van respijtzorg. In de enquête hebben de mantelzorgers een toelichting hierover gehad.

Meer informatie
Neem voor meer informatie contact op met onderzoekers Yvette Wittenberg: 0621156085/ y.wittenberg@hva.nl en Rick Kwekkeboom: 0621156087/ r.kwekkeboom@hva.nl van het lectoraat Community Care.

 

Over het onderzoek 

In 2013 is de Hogeschool van Amsterdam (HvA) in samenwerking met een aantal stedelijke partners (waaronder de dienst Wonen, Zorg en Samenleven van de gemeente Amsterdam) van start gegaan met het project Informele zorg en diversiteit. Dit grootstedelijke onderzoek wordt uitgevoerd onder mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg, die hulp of ondersteuning verlenen aan mensen met uiteenlopende zorgvragenHet rapport ‘Respijtzorg in complexe mantelzorgsituaties’ is geschreven op verzoek van de gemeente Amsterdam, ten behoeve van een door hen georganiseerde werkconferentie over respijtzorg voor mantelzorgers in complexe zorgsituaties.

De komende weken publiceert het lectoraat ook over andere delen van het onderzoek, via factsheets en een onderzoeksrapport over de ervaringen en ondersteuningsbehoeften van alle mantelzorgers in de regio Amsterdam die aan het onderzoek deelnamen.