Hogeschool van Amsterdam

Sportblessures terugdringen door betere monitoring

8 mei 2014 11:46 | Afdeling Communicatie

Lector Sportzorg Janine Stubbe overtuigt het publiek van het belang van sportblessurepreventie tijdens haar lectorale rede op 6 mei. Met humor en filmpjes maakt Stubbe duidelijk hoe enorm vaak blessures voorkomen in Nederland. Er valt heel wat te winnen, want blessures zijn slecht voor de gezondheid en kosten de maatschappij veel geld.

Alle sportfans in de zaal kijken gepijnigd naar het filmfragment waarmee Stubbe opent: Arjen Robben mist het doel in de WK-finale tegen Spanje. Hier is meer aan de hand, vertelt Stubbe: Robben bleek te hebben gespeeld met een gat van 7 centimeter in zijn hamstring. Duitsland, waar Robbens club Bayern München is gevestigd, adviseerde Robben rust te nemen na klachten. Nederland stoomde Robben juist klaar door intensieve krachttraining. Stubbe legt uit: 'Hieruit blijkt dat sportzorg eigenlijk nog onbekend terrein is. Er bestaat veel onduidelijkheid over hoe we een blessure het beste kunnen behandelen.'

Blessures kosten handenvol geld

Janine Stubbe wil niet alleen de negatieve gevolgen van sporten benadrukken. Sporten is cruciaal voor de gezondheid: inactiviteit kost jaarlijks meer levens dan 'smokeadiabesity', oftewel roken, hoge bloeddruk en obesitas bij elkaar. [1] Stubbe: 'Maar het is wel van belang dat dit sporten gebeurt op verantwoorde en veilige wijze.' Dat blijkt uit de cijfers: de helft van de medische ongevalsletsels betreft een sportblessure. Dit kost Nederland jaarlijks 2 miljard: twee keer zoveel als verkeersongevallen.

Robben

Robben kreeg 28 blessures in 8 jaar tijd

 Nederland heeft kleine vijver

Nederland als topsportland ondervindt ook grote gevolgen van blessures: 33% van de topsporters stopt door een blessure. Nederland wil tot de top 10-topsportlanden ter wereld horen, en moet daarom extra zuinig zijn op haar sporters. 'We hebben nu eenmaal een kleinere vijver om uit te vissen,' legt Stubbe uit.

Fit to play en Return to play

Het lectoraat Sportzorg van Janine Stubbe doet onderzoek naar betere monitoring, om blessures te voorkomen en te genezen. Het lectoraat heeft twee speerpunten: 'Fit to play' , het optimaliseren van de fysieke fitheid; en 'Return to play' , het verbeteren van het herstelproces.

Talentvolle A'damse sporters monitoren

Een voorbeeld van het onderzoek naar ' Return to play' is het MATCH-project (Monitoring Athletes, Trainers and Health professionals): het lectoraat monitort de gezondheid van talentvolle Amsterdamse sporters, in samenwerking met sportcentra als het Sloterparkbad, de Bosbaan en de turnhallen. Met een vragenlijst worden pijnklachten en prestatievermindering in kaart gebracht. Uit de scores kunnen de onderzoekers van het lectoraat Sportzorg opmaken wanneer blessuregevaar op de loer ligt.

Stubbe geeft een voorbeeld van ' Fit to play' : het lectoraat onderzoekt overtraining [2] en blessures onder ALO-studenten. Van de eerstejaars ALO-studenten geeft 60% aan geblesseerd te zijn. Het lectoraat test nu alle studenten op hun maximale conditie en op hun submaximale capaciteit, en houdt in de gaten wanneer gevaar op overtraining of blessures dreigt. [3]

Stubbes boodschap is urgent, en tegelijk hoopvol: 'Ik heb niet de illusie dat we alle blessures kunnen voorkomen. Wel geloof ik dat we blessures sneller kunnen signaleren en genezen.'

 

Toekomstplan is om het MATCH-project ook naar Europees niveau uit te breiden én naar het Nederlandse professionele voetbal. Inmiddels hebben 12 clubs, waaronder ADO, AZ en FC Utrecht, een intentieverklaring ondertekend om aan het onderzoek mee te werken.

Jacomine Ravensbergen en Janine Stubbe

Jacomine Ravensbergen, voorzitter van DBSV, bedankt Janine Stubbe

 

 

 

[1] Dit bleek uit een grootschalig onderzoek onder 54.000 Amerikanen. Lage fitheid bleek de grootste invloed te hebben op het sterftecijfer.

[2] Overtraining geeft klachten als oververmoeidheid, lagere prestaties en soms slapeloosheid en depressiviteit.

[3] Daaruit blijkt dat de meeste ALO'ers overtraind zijn in de periode vóór Kerst. Met deze onderzoeksinformatie kan het curriculum worden aangepast.