Hogeschool van Amsterdam

Gedrag als graadmeter voor armoede

13 nov 2013 13:09 | Afdeling Communicatie

Armoede in Nederland bestaat wél: sinds de crisis leeft zo’n 10% van de Nederlanders onder de armoedegrens, in Amsterdam leeft zelfs rond de 17% op een sociaal minimum. We moeten op een nieuwe manier naar arme huishoudens kijken, betoogde lector Roeland van Geuns gisteren in zijn lectorale rede. Gedrag zegt meer dan ‘klassieke’ kenmerken als geslacht, etniciteit en leeftijd.

Van Geuns neemt het publiek aan het begin van zijn rede mee naar de oorzaak van armoede. Dit ligt deels aan het systeem, aldus Van Geuns, dat armoede en ongelijkheid in stand houdt. Maar dit is een gegeven wanneer de professional en de betrokken burger de problemen gaan aanpakken. Van Geuns: 'Binnen dat systeem blijkt gedrag er veel toe te doen; dáár zit de speelruimte.'

Nieuwe kenmerken

In beleidsstukken wordt armoede omschreven aan de hand van kenmerken als leeftijd, etniciteit en woonplaats. Bekende risicogroepen zijn alleenstaande, werkloze mannen en alleenstaande, werkloze moeders. Maar deze kenmerken voorspellen lang niet meer altijd wie in armoede leeft; deze groep wordt steeds gedifferentieerder. Van Geuns: 'We zien dat heel andere groepen relevant zijn, groepen met gedragingen waar ze iets aan kunnen doen.' De focus ligt daarbij op verantwoordelijkheidsgevoel, volhouden, prioriteiten kunnen stellen en vaardigheden.

Inzicht in eigen gedrag

Vaak blijken armoede en schulden samen te hangen met zelfoverschatting, en de schuld neerleggen buiten zichzelf. Veel gedrag is echter onbewust, en daarom lastig te veranderen. Van Geuns: 'Vertrekpunt is de vraag: in hoeverre beleef jij de schulden als jouw probleem? Met die erkenning begint het. Soms is het misschien inderdaad deels de schuld van die provider- sommige dingen overkomen ons, maar de weg eruit is iets anders.'

Een alternatieve kijk op armoede

Sommige mensen kunnen zelf hun problemen oplossen, anderen hebben structureel ondersteuning nodig. Een grote middengroep heeft enige vorm van ondersteuning nodig om het te redden. Mensen verschillen, daarom verschilt ook hun ondersteuningsbehoefte. One-size-fits-all-oplossingen bestaan niet. Professionals moeten daarom met een 'nieuwe bril' kijken: zij zien een andere burger, waarmee zij anders communiceren. De professional moet daarbij gebruik maken van evidence based (bewezen) kennis.

Rol weggelegd voor overheid

Dat gedrag vooropstaat, impliceert echter niet 'eigen schuld', benadrukt Van Geuns. 'Er zijn mensen die alleen bij de gemeente langskomen voor een dakkapel of een bouwvergunning. Maar er is ook een groep die af en toe, of permanent behoefte heeft aan een vangnet.' Het maatschappelijk debat wordt gekaapt door mensen die zelfredzaamheid als oplossing voor alles zien. Maar niet iedereen heeft een eigen netwerk dat sterk genoeg is, of dat de problemen kan oplossen. Van Geuns: 'Er is maar één partij die dat vangnet structureel kan organiseren- niet uitvoeren, maar organiseren. Dat is de overheid.'

Roeland van Geuns
Lees de volledige tekst van de lectorale rede van Roeland van Geuns .

Het lectoraat Armoede en Participatie wil met haar onderzoek een bijdrage leveren aan het verbeteren van de effectiviteit en professionaliteit van uitvoerders binnen het sociale domein gericht op het vergroten van de zelfsturing en participatie van de inwoners van Amsterdam.