Hogeschool van Amsterdam

HvA en UvA in de bres voor topsport

30 sep 2013 09:00 | Afdeling Communicatie

Op maandag 30 september ondertekenen UvA en HvA met negen andere universiteiten en tien hbo-onderwijsinstellingen samen met NOC*NSF het Actieplan ter verbetering van het onderwijs en carrièreperspectief van topsporters.

Met het ondertekenen worden structurele afspraken gemaakt over de organisatie van het onderwijs rond topsporters, die naast hun studie veel tijd nodig hebben voor hun voorbereiding en deelname aan de grote internationale sportevenementen.

Ondertekening NOC*NSF Actieplan Flexibel Onderwijs en Topsport

 

Het Actieplan bevat drie doelstellingen.* Binnen deze doelen maken de ondertekenaars van dit actieplan afspraken over wat zij gezamenlijk gaan doorvoeren binnen hun eigen instellingen. Ook zetten zij een structuur neer waarin zij overleg en afstemming tussen topsport en hoger onderwijs duurzaam verankeren.

De HvA investeert al jaren zichtbaar in sport en de begeleiding van topsporters. Zo is er een speciale topsportregeling voor studenten en faciliteert het de topsporters binnen het Amsterdams Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO). Binnen de Johan Cruyff University (JCU) kunnen topsport en studie gecombineerd worden in een vierjarige hbo-opleiding: een studie Bachelor of Business Administration (BBA) in Sportmarketing, een leerroute van Commerciële Economie.

 


1. Competentiegerichte studiekeuze Voor iedere student, dus ook voor de topsporter, is het van groot belang om een opleiding te kunnen kiezen waarin hij of zij zich tijdens een loopbaan duurzaam kan ontwikkelen. Topsporters zijn unieke talenten die de mogelijkheid moeten krijgen om - na afronding van de topsportcarrière - in een goed passende plek in de maatschappij te landen. Het is daarom belangrijk dat een topsporter een studie kan doen in een richting die past bij zijn of haar interesses en competenties. Bovendien is het ontwikkelen van een topsportcarrière een activiteit met civiel effect in zichzelf. Vrije studiekeuze en aandacht voor topsportcompetenties voorkomen uitval en een te grote vertraging en stimuleren daarnaast ook de topsportprestaties. 2. Flexibel onderwijs Topsport is nagenoeg een fulltime bezigheid, waarbij de tijden van deze activiteiten veelal samenvallen met bijvoorbeeld onderwijs of openstelling van bedrijven. Onder invloed van de Nederlandse top 10-ambitie en investeringen zal de druk op de agenda van een topsporter niet afnemen. Wellicht zal een grotere groep sporters deze druk gaan voelen. Combinatie van onderwijs en topsport vergt daarom nieuwe inzichten in de manier van onderwijsaanbod aan deze groep. Een topsporter moet in staat worden gesteld om, binnen redelijke grenzen, een flexibel onderwijsaanbod te kunnen volgen. Daarmee kan de topsporter trainingen en wedstrijden in binnen- en buitenland combineren met studie en examinering. 3. Studeren blijft financieel haalbaar voor de topsporter Studeren brengt kosten met zich mee. Daarin moet een topsporter, net als andere studenten, zelf kunnen voorzien. Het beoefenen van topsport brengt echter ook forse kosten met zich mee, plus meerkosten vanwege een langere studieduur. Daarnaast hebben studerende topsporters niet de ruimte om bijverdiensten te genereren. Financieel zou een topsporter in staat gesteld moeten worden om zijn of haar sport op het hoogste niveau te beoefenen, zonder disproportionele meerkosten voor sport of studie.