Hogeschool van Amsterdam

Paul Schnabel: de economische kracht van sport

27 feb 2013 10:08 | Afdeling Communicatie

Waarom ervaren we sport als krachtig? Hierop geven verschillende experts antwoord in de HvA/UvA-seminarreeks 'De Kracht van Sport' .

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, sprak op 21 februari als eerste over De economische kracht van sport . De impact van sport op de economie is enorm, stelt Schnabel. Van het schoonheidsideaal tot de outfits die we dragen: een jeugdig, sportief ideaal is de norm geworden. 

In de Stopera opent Louise Gunning het eerste seminar van de reeks 'De Kracht van Sport', die de HvA/UvA organiseert in samenwerking met partners als de Gemeente Amsterdam, het Mulier Instituut en NOC*NSF . Gunning geeft het feestelijke afzwemmen van haar kleinkinderen als voorbeeld: 'Dat we sport zo vroeg in het leven van kinderen brengen, dat is volgens mij de kracht van sport.'

Eric van de Burg, wethouder Sport in Amsterdam, benadrukt daarna dat sport een motor is van emancipatie. 'Denk aan de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928, waaraan vrouwen voor het eerst konden deelnemen. Maar denk ook aan wat Blade Babe Marlou van Rhijn de afgelopen Paralympische Spelen heeft bereikt voor mensen met een handicap. Het effect van deze sporters straalt ook af op anderen.'

De Nederlander als sportconsument

Hoofdspreker Paul Schnabel is naar eigen zeggen niet zo sportief. Wel heeft hij de Rapportage Sport van het SCP paraat. Nederlanders zijn op meerdere manieren 'sportconsumenten': ze zijn lid bij een sportschool of sportvereniging, gaan als toeschouwer naar wedstrijden, kopen sportartikelen. Maar bovenal kijken Nederlanders thuis heel veel naar sport op tv of internet. 'Het valt op dat mensen sport veel beleven door tv te kijken, maar het zelf weinig doen'.

Sport als imago

Populaire producten als sportdrankjes en sneakers wekken de suggestie dat mensen veel sport beoefenen, maar deze producten hebben er in de praktijk niet zoveel mee te maken. We hebben een ander zelfbeeld dan vroeger en daar hoort dit imago bij. 'De voorkeuren van consumenten voor deze producten hebben een enorme impact op de economie,' aldus Schnabel.

Participatie stagneert

Het schoonheidsideaal is de afgelopen decennia enorm veranderd, mensen willen jong en gespierd blijven: 'Ook als het niet meer realistisch is, maar dat zeg je dan uit beleefdheid niet,' grapt Schnabel. Ook statusverhoging en het aannemen van een gezondere levensstijl maakt dat mensen meer dan vroeger bereid zijn om aan sport te doen en er geld aan uit te geven. Alleenstaanden tot 40 jaar geven relatief het meest uit aan sport: zo'n € 328 per jaar. Het percentage sportbeoefenaars is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Zo'n 52% van de mensen tussen de 18 en 79 jaar sport weleens (2011). Ondanks de groei uit het verleden stagneert de sportparticipatie nu: 'De groei is eruit.'

Actieve oudjes

Wat vooral opvalt is dat de sportparticipatie van oudere generaties is toegenomen. Was het vroeger raar om na je dertigste nog aan sport te doen, tegenwoordig sporten ook vijftigplussers en ouderen nog en ze vinden het nog leuk ook. 'We doen vaak lacherig over de grijze echtparen met de fietskaarten voorop op de Veluwe, maar in landen als Spanje en Frankrijk zie je oudere generaties dit niet doen. Het is positief en typerend voor Nederland.'

 

Met sport uit de crisis? Achteraf voeren Paul Schnabel en presentatrice (en oud-olympiër) Elsemieke Havenga een discussie met de zaal. ‘Hoe zou je sport kunnen inzetten om de economie uit het slop te trekken?’ vraagt een van de aanwezigen. Schnabel geeft de Olympische Spelen als voorbeeld: dit is een investering die je moet willen doen, maar het heeft een enorme impuls aan de infrastructuur en de bouwsector. Michel de Nooi, senior onderzoeker bij de HvA, voegt hieraan toe dat mensen die meer sporten bewezen productiever zijn, en dat sport zo indirect ook een effect heeft op de economie.

Lees meer over de seminarreeks De Kracht van Sport op de website van Bureau Beweeg .