Hogeschool van Amsterdam

Dé HvA-student bestaat niet

26 nov 2014 00:00 | Afdeling Communicatie

In de voorbije weken heb ik veel positieve reacties ontvangen op de lancering van onze Topsport Academie (TAA).

Met de komst van de TAA kunnen topsporters nu in beginsel alle studies volgen aan de HvA die zij maar willen, waarbij zij onderwijs op maat genieten en zich daardoor tegelijkertijd op hun topsportcarrière kunnen richten. Nergens in Nederland is dat op zo brede schaal mogelijk en nergens in Nederland wordt zo concreet invulling gegeven aan het actieplan Flexibel onderwijs en topsport van NOC*NSF. Sinds kort kunnen topsporters bij ons dus alle kanten op met hun opleiding.

Ik ben er trots op dat de HvA toegankelijk is voor iedereen. Of je nu topsporter bent, of al een baan hebt of een eigen bedrijf bent begonnen; of je nu van de havo komt, van het mbo of van de universiteit. De HvA biedt een zeer breed en uiteenlopend onderwijsaanbod, maar ook verschillende instap- en studieroutes, waarbij studenten zelf kiezen hoe snel en via welke route ze doorstromen. Denk aan de associate degree programma’s, het versnelde vwo-traject, en onze excellentieprogramma’s. Dat is een enorme rijkdom.

En toch staan we nog maar aan het begin van een belangrijke en ingrijpende ontwikkelingsfase. Stel je voor dat studeren voortaan niet meer gaat over ‘mbo’, ‘hbo’ of ‘wo’. Of ‘voltijd’ of ‘deeltijd’. Of om de vooropleiding die je hebt genoten. Dat studenten zich vrijer kunnen bewegen en hun ambitie kunnen opvolgen, over de grenzen van de domeinen van de HvA heen en over de grenzen van een hogeschool of universiteit. Dat we toegaan naar één open, 'wrijvingsloze onderwijs- en onderzoeksruimte' (zoals we het in ons aanstaande Instellingsplan hebben genoemd). Dat we alle studenten op maat gesneden en optimaal toegang geven tot het rijke aanbod aan middelbaar, hoger onderwijs en wetenschap in Amsterdam.

Als we op deze nieuwe manier naar onderwijs kijken moeten we afstand nemen van de voorgeprogrammeerde leerroutes waarop ons onderwijs nog steeds is gebaseerd en gaan denken in flexibele leerroutes, waarin uitzonderlijke en persoonlijke arrangementen tot het gewone onderwijs gaan behoren. We hebben het dan niet meer alleen over topsporters of excellente studenten, maar over iedereen die studie combineert met bijzondere ambities, bijzondere motivatie of bijzondere nevenactiviteiten.

Deze manier van denken over het onderwijs is minder een vraag van aanpassing op de inhoud en zeker geen vraag van aanpassing van het opleidingsniveau. Wel is het een uitdaging voor de organisatie van het onderwijs. Heldere voorlichting, intensieve persoonlijke begeleiding en op de mogelijkheden en ambities van de studenten toegesneden (flexibel) advies in verschillende fasen van de leerloopbaan van de student worden in het nieuwe denken steeds belangrijker. Een open onderwijsruimte vraagt om een naadloze samenwerking tussen opleidingen, domeinen en instellingen op het gebied van onderwijs en ondersteuning. Studenten moeten makkelijk heen en weer kunnen bewegen, zonder problemen met specifieke overgangs- of deficiëntiemodules, bij inschrijving, roosters of geldende reglementen. Ik zie kortom voor me dat deze studentenvoorlichting en -begeleiding over de grenzen van onze hogeschool plaatsvindt. Omdat iedere student als individu bijzondere aandacht vraagt. Dé student bestaat niet meer.