Hogeschool van Amsterdam

Maatschappelijke tweedeling onacceptabel

Gepost op: 4 nov 2015 | Afdeling Communicatie

Minister Bussemaker van Onderwijs stipte vorige week - aan de vooravond van de behandeling van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer - het feit aan dat in Nederland sprake is van een maatschappelijke tweedeling. Ze doelde op de toenemende kloof tussen ‘hoogopgeleide versus laag opgeleide kinderen’. Wat vaak weer het gevolg is van de financiële draagkracht van ouders.

Meer verdienende ouders kopen bijvoorbeeld extra huiswerkbegeleiding in, betalen voor privéscholen of zijn bereid extra collegegelden voor dure honoursprogramma’s te betalen. Met als gevolg dat kinderen uit de ‘betere’ milieus meer opleidingskansen hebben dan kinderen van minder verdienende ouders. De traditionele rol van het onderwijs als sociale ladder voor iedere leerling die (verder) wil studeren staat daarmee onder druk. "Als we niet uitkijken wordt de emancipatiefunctie van het onderwijs bedreigd", zo betoogde  Bussemaker in Trouw

Ik ben blij dat de minister het probleem bij de naam noemt. Haar zorg voor een teruglopende toegankelijkheid van het onderwijs deel ik en bij de opening van het vorige hogeschooljaar (2013-2014) heb ik deze nog eens onder woorden gebracht. Tegelijkertijd is onderwijs geen wonderolie voor structurele maatschappelijke problemen. Het is volstrekt duidelijk dat een kennisinstelling als de HvA maar beperkte mogelijkheden heeft om de trend te keren. Daarover zo dadelijk meer.

Ontwrichtend

Bussemaker verkondigt geen novum. De  socioloog Castells heeft al in de jaren negentig de opkomende tweedeling in de maatschappij beschreven. Hij deed dit met een beroep op de logica van de kennissamenleving: kennis is macht, en beschreef dat een tweedeling zou ontstaan tussen degenen die deel uitmaken van kennisnetwerken en  managerial elites, en degenen die daarbuiten vallen. Zijn toch verontrustende onderzoeksresultaten zijn in de praktijk vooral vertaald naar een lofzang op de 'creative city' en investeringen in een nieuwe economie. Ook in ons land wilde iedere stad zich profileren als 'creative' en daarmee de maatschappelijke bovenlaag recruteren. Dit ondanks het onmiskenbare feit dat een vergaande maatschappelijke tweedeling ontwrichtend werkt, en na verloop van tijd voor alles en iedereen problemen gaat opleveren.

Onacceptabel

Te scherpe tegenstellingen in de maatschappij, regio of stad die als gevolg van grote maatschappelijke verschillen in delen uiteen valt, werken verlammend en vind ik onacceptabel. Maar dat is een persoonlijke opmerking vanaf een morele hoogvlakte. Belangrijker is het feit dat sociale, culturele en economische ontwikkelingen aantoonbaar gedijen bij sociale samenhang en overbrugging van verschillen en dat te  grote verschillen ontwrichtend werken. Er moet dus iets gebeuren.

Gevolgen

Het oplossen van grote problemen in onze samenleving, zoals bijvoorbeeld de maatschappelijke tweedeling, is niet primair een taak van het onderwijs als sector, laat staan van en individuele onderwijsinstelling als de HvA. We worden echter wel met de gevolgen geconfronteerd. Die gevolgen gaan dan over sociale, culturele of economische drempels voor potentiële studenten. Drempels die niets zeggen over hun talent om aan de eindtermen van een hogere beroepsopleiding te kunnen voldoen of over het vermogen om na een opleiding als beginnend professional de arbeidsmarkt te betreden.

Toegankelijkheid

In weerwil van deze drempels kiezen wij als HvA nadrukkelijk positie door de toegankelijkheid van onze hogeschool staande te houden en waar nodig en mogelijk te versterken. Een belangrijke doelgroep die we daarbij in ogenschouw nemen zijn de mbo-studenten die willen door stromen naar het hbo. Om dat zo goed mogelijk vorm te geven, zijn we bezig om een zogenoemd 'regionaal community college' te ontwikkelen. Daarnaast hebben we afspraken met de mbo-collega’s om  mbo-studenten al gedurende hun mbo-studie voor op een vervolgstudie in het hbo voor te bereiden. En wij gaan verder investeren in nieuwe tweejarige associate degree-opleidingen. Een mooie praktijkgerichte hbo-opleiding voor die mbo-student die zich wel verder wil ontwikkelen zonder meteen een volledig vierjarig bachelor-traject te willen doorlopen.

Uitbouw

Alles wat wij als HvA zelf doen om het hbo bereikbaar te maken en te houden voor grotere groepen studenten, is echter alleen onvoldoende. Studenten die eenmaal de kloof hebben overbrugd en studeren in het hbo, moeten we ook sterker dan tot nu toe introduceren in het beroepenveld om zodoende praktische ervaring op te doen. Dit betekent uitbouw van de rijke leeromgeving door enerzijds de beroepspraktijk in de instelling te halen en anderzijds het onderwijs in de beroepspraktijk laten plaatsvinden. Socialisatie in de beroepspraktijk wordt daarmee naast kwalificatie een belangrijke tweede taak, hoezeer we ook nog steeds geneigd zijn die verantwoordelijkheid bij de thuissituatie neer te leggen. De ideaaltypische thuissituatie is echter van vervlogen dagen.

Beroepenvelden

Om het voorgaande mogelijk te maken is nog een derde stap nodig: erkennen dat we het niet alleen kunnen. Alleen als Amsterdamse bedrijven, instellingen en organisaties gaan meedoen aan het onderwijs kunnen we vooruit komen. De deuren staan open, maar de ervaring leert hoe moeizaam de samenwerking met de beroepenvelden soms verloopt. Niet zozeer op projectbasis, want het aantal samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en onderzoek zijn schier oneindig. Dat betekent echter nog niet dat bedrijven, instellingen en organisaties samen met ons medeverantwoordelijkheid willen nemen voor de opleidingen. En dat moet wel gebeuren als we een toenemende segregatie in onze samenleving echt tegen willen gaan. Lichtpuntjes zijn er gelukkig al wel zoals het onlangs gestarte omscholingstraject  Make IT Work, waarbij de HvA in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven hoogopgeleide werklozen omschoolt voor de IT-sector.

Trend

Minister Bussemaker heeft het thema van maatschappelijke ongelijkheid geagendeerd. Het gaat om een trend die wij als Amsterdamse kennisinstelling niet kunnen keren. We kunnen wel tegen de trend ingaan. Alleen al omdat "  the destiny of poor kids (...) has broad implications for an economy, our democracy and our values”. Vooral ook door onszelf te blijven, door samen met bedrijven en instellingen ons onderwijs en onderzoek vorm te geven en door uit te stralen waarom we ons werk en onze kwaliteit zo belangrijk vinden.

Blog van Huib

Huib de Jong
Auteur:

dhr.  H.M. de Jong (Huib)