Hogeschool van Amsterdam

Future proof onderwijs

Gepost op: 9 jun 2015 | Afdeling Communicatie

Op 27 mei mocht ik een dag lang optrekken met Hamit Yücel, eerstejaarsstudent Pedagogiek. Hamit was winnaar van de Topdag die de Centrale Medezeggenschapsraad (CMR) in het vooruitzicht had gesteld als prijs voor een door hen georganiseerde wedstrijd. Hamit liep een dag lang mee en nam deel aan alle vergaderingen en bijeenkomsten die in mijn agenda stonden. Een bijzondere ervaring.

Wie Hamit spreekt weet al snel waarom juist hij is uitgekozen: hij mengt zich actief in het debat over de toekomst van ons onderwijs, maar ook in de toekomst van onze onze studenten op de arbeidsmarkt. In ons onderwijs wil hij hogeschoolbreed de keuze voor ondernemerschap mogelijk maken. Vandaar ook dat we een dag uitkozen waarin dat thema centraal stond, zoals bij de bespreking van de Human Capital agenda van de Amsterdam Economic Board. Maar hij was ook bij het overleg met de Inspectie van het Onderwijs en het gesprek met partners binnen de Vereniging Hogescholen. . 

Het nieuwe normaal 

In het gesprek met Hamit over de toekomst van het onderwijs sprak hij uit behoefte te hebben aan meer ruimte om eigen accenten aan te brengen in de studie. Voor hem: ondernemerschap. Dit specifieke onderwerp van individuele ruimte kwam ook aan de orde tijdens onze onderwijsconferentie over future proof onderwijs. We leerden dat het onderwijs moet aansluiten bij het ‘nieuwe normaal’ ( Peter Hinssen) en moet voldoen aan ten minste twee belangrijke voorwaarden:  

  • Omgang met snelle veranderingen in het beroepenveld. 
    We leven niet in de de eeuw van stabiliteit en orde, maar in die van constante verandering, explosieve en verstorende paradigmawisselingen in een kennissamenleving. Verbreding van bacheloropleidingen (zie het technische domein) of leerlijnen door verschillende opleidingen (onderwijs op de campus) zullen nodig zijn om omgang met snelle veranderingen mogelijk te maken, zonder constant grootschalige curriculumherziening over ons af te roepen.

  • Afgestudeerden zijn in staat om hoog complexe vragen te analyseren en te beantwoorden.
    Dat betekent beheersing van kennis, kennisontwikkeling en kunde op hoog niveau, maar dan wel aangevuld met de vaardigheid om op dat hoge niveau met evenzeer hoog opgeleide specialisten multidisciplinair te kunnen samenwerken (T-shaped professional). Om dit onderwijsdoel te realiseren zullen we meer dan tot nu toe zorg moeten dragen voor een rijke en daarmee complexe leeromgeving: kennis maken met de praktijken van het beroepenveld door in dat veld te participeren en je daarin als student te laten gelden.  

Dit filmpje van DMCI laat zien hoe we hier binnen de hogeschool al mee bezig zijn.

De snelle veranderingen in het beroepenveld vragen meer dan ‘het gewone’. Met ‘het gewone’ bedoel ik vooral de voltijdse bachelors die we aanbieden. Waar we naartoe willen is een aanbod dat aansluit bij de behoefte om een leven lang door te blijven leren op een manier die ook past bij de levensfase en de concrete loopbaanperspectieven van individuen. Voor de hogeschool betekent dit dat het onderwijsaanbod nog meer uitgebreid moet worden door bachelors waar nodig met masters te verbinden (zo mogelijk in samenwerking met onze Amsterdamse, nationale of internationale partners), maar ook door deeltijdonderwijs tot een normaal onderdeel van ons aanbod te maken en geaccrediteerd bij- en nascholingsaanbod aan te bieden. Het aantal masteropleidingen neemt gelukkig snel toe en rond het deeltijdonderwijs beginnen de gedachten zich nu redelijk snel uit te kristalliseren. Mijn voorkeur heeft het echter om ons perspectief bij te stellen: we moeten van denken over opleidingen naar denken over leerloopbanen en leerwegen. Dat betekent dat we uiteindelijk verder moeten gaan dan de ruimte waarom Hamit, en veel van zijn studiegenoten met hem, om vraagt. Wellicht wat bot gesteld: de student moet centraal komen te staan. 

Goud aanboren door gerichte samenwerking

De roep om een ander perspectief is - voor alle duidelijkheid - geen kritiek op onze docenten. Die kunnen bogen op waardering van de studenten, zo blijkt nog maar weer eens uit de Nationale Studenten Enquête (NSE). Om het onderwijs te laten veranderen in de richting van het andere perspectief op de individuele student is het vooral belangrijk om stil te staan bij de manier waarop we zijn georganiseerd. Als brede hogeschool zijn we in staat vrijwel alle vormen van kennis, kennisverwerving en kunde uit de kast te trekken. Dat is in het perspectief van de bovenstaande ontwikkelingen in het onderwijs goud waard. Ons potentieel is enorm. Om dat goud aan te boren en de student centraal te stellen in onze instelling zal samenwerking binnen domeinen en over domeinen heen echter nog intensiever moeten worden dan nu al het geval is. Dat mogelijk maken vraagt een andere manier van organiseren van de HvA. Een verandering waar we nu midden in zitten. In het tijdperk van 'het nieuwe normaal' past immers geen klassieke, hiërarchische onderwijsorganisatie. In mijn ogen moeten we zo snel mogelijk toe naar een echte netwerk- of partnerschapsorganisatie. Onze besluitvorming is nu nog steeds in hoge mate ingericht op de ontwikkeling van (bacheloropleidingen) in de cyclus van ongeveer zes jaar, de accreditatietermijn. Een snel veranderende omgeving kan vernieuwing van het onderwijs niet wachten op deze aanpak, zeker niet binnen een organisatie met de omvang van de HvA. Het idee van organisatorisch partnerschap gaat er van uit dat we de cohesie binnen de HvA niet ontlenen aan centrale sturing, maar aan een gemeenschappelijke visie, cultuur en waarden (  Bouckaert). Dit is de reden waarom we in de hogeschool intensief bezig zijn met het verder vorm geven van 'klein binnen groot': professionele ruimte voor docententeams, accentueren van een goede score op standaard 1 van de accreditatie (onderwijsvisie binnen de opleiding) en de ontwikkeling van personeelsplannen op basis van die visie, een sterkere positie van de opleidingen in de relatie met de dienstverlening en al het andere wat nodig is om naast het flippen van het onderwijs ook het flippen van de organisatie mogelijk te maken. Zo kunnen we in de toekomst nog beter onderwijs bieden aan Hamit en al zijn medestudenten bij de HvA, ook nadat ze de bacheloropleidingen hebben afgerond. 

Moeten we morgen gaan flippen? Het zou mooi zijn, maar de andere organisatie is lastig is lastig te realiseren, vraagt tijd, en vraagt ook vooral het opbouwen van nieuwe routines. Maar we hebben ook tijd, want het gaat erg goed met de HvA. Er is al veel waar we trots op kunnen zijn: volg  @HvA en bewonder de bijdragen die onze studenten en collega's aan de Amsterdamse regio leveren. 

Blog van Huib

Huib de Jong
Auteur:

dhr.  H.M. de Jong (Huib)