Hogeschool van Amsterdam

Experiment instellingsaccreditatie met beide handen aangrijpen

Gepost op: 14 sep 2015 | Afdeling Communicatie

De tijd gaat snel. Het is al weer bijna twee weken geleden dat het hogeschooljaar 2015-2016 officieel van start ging. In het indrukwekkende Muziekgebouw aan het IJ hield ik ruim 700 aanwezigen voor dat het op vele punten goed gaat met de HvA.

Ik noemde de ondernemerszin die in toenemende mate in de vezels van alle opleidingen zit verweven, ik stipte de grote stappen aan die we zetten met het onderzoek op onze hogeschool en ik refereerde aan het recente HvA-rapport ‘Stand van het Onderwijs', waaruit onder meer blijkt dat de tevredenheid van de studenten verder is gestegen, dat de kwaliteitsbeoordelingen van de NVAO dik in orde zijn en dat 93% van de HvA-afgestudeerden binnen een jaar aan de slag is. Kortom, het gaat goed met het onderwijs en onderzoek van de HvA. 
Speech opening hogeschooljaar

Zorgenkindje

Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Net als bij andere hogescholen is ook bij ons het studiesucces, of beter gezegd, het gebrek daaraan, het zorgenkindje. Ruim 43% van de eerstejaarsstudenten valt uit of wisselt van studie. In de hoofdfase haalt slechts 53% van de studenten de eindstreep binnen 5 jaar. En nog belangrijker dan het precieze percentage: de trend loopt verder naar beneden. Dit kunnen we niet laten voortduren. Om het studiesucces te verbeteren gaan we, voortbouwend op wat we de afgelopen jaren al hebben gedaan, verder vorm geven aan  Studeerbaar en Robuust Onderwijs. Ook zetten we in op aantrekkelijker onderwijs door flexibilisering (zoals de positionering van bijzondere programma's en  blended learning) en versterken we de binding van de student aan de opleiding door heldere studiebegeleiding en investeringen in het contact tussen studenten onderling (zoals. het stimuleren van studieverenigingen). 

Co-creatie is kernbegrip

Bij al deze zaken is co-creatie het kernbegrip: onderwijs maken we samen met partners binnen en buiten de HvA en bij de uiteindelijke keuzes doen we recht aan de deskundigheid en de professionele ruimte van onze docententeams. Indien door hen gewenst gaan we die teams daarbij ondersteuning bieden. Uiteraard moeten de docententeams de ruimte krijgen om hun vakmanschap inhoud te geven. Ruimte die nodig is om kritisch, creatief en zelfstandig op zoek te zijn naar het beste onderwijs. Professionals in het onderwijs dragen bij dergelijke processen een belangrijke verantwoordelijkheid en floreren - in termen van het HvA-besturingsmodel - bij vertrouwen vooraf en verantwoording achteraf. Ruimte om te bouwen, te evalueren, bij te stellen en 'out of the box' te experimenteren. En overigens: waar nodig ook de ruimte om elkaar aan te spreken.

Durven loslaten

Voor het scheppen van die ruimte voor professionals (en dan met name in docententeams) is durf nodig. Durf om (te veel) sturing van bovenaf los te laten waardoor professionals hun rol ook daadwerkelijk kunnen oppakken. Dat ‘durven loslaten’ geldt niet alleen voor de leiding van een hogeschool, maar ook voor de minister van Onderwijs die via haar departement het systeem van hoger onderwijs als geheel aanstuurt. Een systeem dat doet denken aan matroesjka’s: de een kan niet zonder de ander. Opleiding, faculteit, instelling, departement. Loslaten moet bij alle onderdelen tegelijkertijd gebeuren, anders gaat het niet werken.

Voor de toekomst ben ik - ondanks alle tegenstrijdige geluiden – redelijk hoopvol gestemd. Binnen de HvA hebben we de durf om ruimte voor docententeams te scheppen en binnen de instelling te decentraliseren. De plannen liggen klaar en worden besproken met de medezeggenschap. Systematisch zijn we bezig dit traject te doorlopen. De  Strategische Agenda Hoger Onderwijs die minister Bussemaker in juli van dit jaar publiceerde, maakt duidelijk dat ook zij de goede weg is ingeslagen. Ze streeft oprecht naar meer ruimte voor de instellingen, waardoor het hoger onderwijs zelf invulling kan geven aan de kwaliteitsambities voor onderwijs en onderzoek.

Zware druk

Op één punt maak ik me echter zorgen en dat is over de wijze waarop het hoger onderwijs in het kader van kwaliteitsborging wordt geaccrediteerd. Het huidige stelsel legt een zware druk op een instelling als de HvA. Denk bijvoorbeeld terug aan de periode van onze instellingsaccreditatie in 2013. Die instellingsaccreditatie heeft veel voorbereiding gevraagd. Ten tijde van deze accreditatie werden tegelijkertijd bij het domein Economie en Management (DEM) zes opleidingsaccreditaties uitgevoerd. Uitgerekend dat domein werd vervolgens ook nog eens onderwerp van een bijzondere beoordeling in de tweede fase van de instellingsaccreditatie. Onze collega's bij DEM hebben het fantastisch opgepakt en hebben bovendien naast alle bijdragen aan de beoordeling het onderwijs 'gewoon' door laten gaan. Maar dat was wel onder een enorme administratieve last en een extreme werkdruk. En ondanks de goede afloop van dit alles blijf ik me sindsdien afvragen: het moet toch beter en vooral ook effectiever te organiseren zijn?

De minister heeft in juni van dit jaar haar plannen voor een vernieuwd accreditatiestelsel naar de Tweede Kamer gestuurd. Zij streeft naar verminderde administratieve druk voor universiteiten en hogescholen, maar tegelijkertijd kiest zij - uiteraard na overleg met de VSNU en de Vereniging Hogescholen - voor continuïteit van het huidige systeem. Een systeem dat voor ons bestaat uit een instellingstoets kwaliteitszorg met daarnaast een enigszins beperkte opleidingsbeoordeling. Wel biedt zij in haar plannen de ruimte voor een beperkt aantal experimenten met alleen een overkoepelende instellingsaccreditatie door de NVAO. De accreditatie van de onderliggende opleidingen wordt dan een verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling zelf.

Vertrouwen

Dat experiment moeten we met beide handen aangrijpen, want continuïteit van het huidige systeem zal uiteindelijk niet tot minder administratieve last leiden. Met een instellingsaccreditatie op zak verdient de HvA het vertrouwen dat we de kwaliteit van het onderwijs serieus nemen en in staat zijn om die zelf richting al onze opleidingen te bewaken. Wij kunnen dan in overleg met onze eigen docenten en studenten en onder toezicht van onze eigen medezeggenschap opleidingsbeoordelingen organiseren en daarover achteraf verantwoording afleggen. Dit maakt het veel meer dan tot nu toe mogelijk om rekening te houden met het eigen profiel van de opleiding, met de punten waarop vanuit de opleiding accent wordt gelegd in de doorontwikkeling en daarmee met de ruimte die we binnen de HvA zo graag aan docententeams willen geven. 

Blog van Huib

Huib de Jong
Auteur:

dhr.  H.M. de Jong (Huib)