Studieprogramma
De opleiding is verdeeld in twee fasen:
- de propedeutische fase (eerste studiejaar)
- de hoofdfase (tweede, derde en vierde studiejaar)
Het eerste en tweedejaar
Der eerste twee studiejaren bestaan uit vier blokken van tien weken.. Per studieblok wordt er aandacht besteed aan een ander onderdeel van het werkveld van de fysiotherapie. Te denken valt aan een particuliere (sport-)fysiotherapiepraktijk, een ziekenhuis, een verpleeghuis of een revalidatiecentrum. Gedurende het studieblok doe je basiskennis op t.a.v. de meest voorkomende ziektebeelden binnen verschillende werksettings. Ook leer je hoe je deze patiëntengroepen kunt onderzoeken en behandelen. In je tweede jaar worden de opdrachten complexer. De opdrachten gaan over patiënten met meervoudige aandoeningen. Aan het eind van het tweede jaar ben je zover dat je voor de eerste keer mag stage lopen. Tijdens je stage breng je alle opgedane kennis verder in de praktijk.
Het derde en vierde jaar
In het derde en vierde jaar loop je nog twee langere stages van ieder twintig weken, waarin je je steeds meer ontwikkelt tot het niveau van een startende fysiotherapeut. Ook houd je je in de laatste fase van je studie bezig met het schrijven van een beroepsgerelateerde scriptie (dit noemen wij beroepsopdracht) en het volgen van een minor naar keuze (keuzemodule van twintig weken, die je binnen en buiten de Hogeschool van Amsterdam kunt volgen). Lees meer hierover bij www.minoren.hva.nl.
Studievaardigheden
Om van je studie een succes te maken moet je zelf dus veel tijd en aandacht aan je studie besteden. Het beroep fysiotherapie leer je het beste door:
- alle aangeboden lessen van het studieprogramma te volgen;
- buiten de lessen om met medestudenten aan voorbereidings- en studieopdrachten werken;
- veel en vaak te oefenen met medestudenten op het gebied van anatomische kennis, onderzoek- en behandelvaardigheden. Hierbij ben je afwisselend proefpersoon/patiënt en therapeut. Op deze manier weet je wat het is om fysiotherapie te ondergaan en hoe het voelt bij de patiënt wanneer een bepaalde handgreep wordt uitgevoerd. Als therapeut leer je op deze manier ook beter rekening te houden met de patiënt.
- kennis te verwerven door middel van het raadplegen van boeken, naslagwerken en vaktijdschriften;
- kennis te verwerven door middel van het raadplegen van relevante video’s, cd-rom’s en internet;
- zelfstudie op het gebied van theoretische vakkennis;
- regelmatig te toetsen of je het goed doet door feedback te vragen aan medestudenten, student-assistenten, docenten en stagebegeleiders.
Studieloopbaanbegeleiding
Studieloopbaanbegeleiding vindt gedurende je gehele opleiding plaats. Dit traject wordt begeleid door de studieloopbaanbegeleider (SLB’er). Aanvankelijk zal het accent liggen op studiebegeleiding, in de hoofdfase meer op de loopbaanbegeleiding. Studieloopbaanontwikkeling neemt een centrale plaats in binnen het gehele curriculum. Aan de hand van het competentieprofiel Fysiotherapie en je vorderingen tijdens je studie bepaal je elk studieblok weer wat je wilt gaan leren om aan het einde van je studie vakbekwaam te zijn. Elke tien weken formuleer je nieuwe leerdoelen en maak je aan de hand van een plan van aanpak duidelijk hoe je deze doelen wilt gaan bereiken. Samen met je SLB‘er evalueer je jouw leerproces op voldoende voortgang. Je ontwikkeling en de daarbij behorende resultaten leg je vast in een digitaal portfolio. Je SLB’er is als het ware je individuele mentor waarmee je je studievoortgang bespreekt. Daarnaast informeert en adviseert je SLB‘er je over je studie en is hij of zij je voornaamste aanspreekpunt tijdens je opleiding.
Vrije studiepunten
De opleiding kent een aantal studiepunten die je mag invullen met een ’eigen activiteit’. Deze ‘vrije’ studiepunten bieden je de gelegenheid om activiteiten te ondernemen waar je persoonlijke interesse naar uitgaat.. In principe mogen deze studiepunten naar eigen inzicht worden ingevuld, maar moet deze activiteit wel op hbo-niveau worden uitgevoerd en een relatie hebben met de fysiotherapie. Je kunt hierbij denken aan het begeleiden van patiënten bij hun sportactiviteiten, een EHBO-opleiding of bij bijwonen van congressen en symposia. Met deze activiteiten geef je je opleiding een persoonlijk tintje en kun je je al op een positieve manier onderscheiden. Bij latere sollicitaties kunnen dergelijke activiteiten in je voordeel werken.

