Hogeschool van Amsterdam

Bewegingswetenschappen

Bewegingsonderwijs wordt steeds belangrijker. Het leert kinderen beter bewegen, het heeft een positief effect op hun sociale ontwikkeling en het helpt kinderen om zich cognitief beter te ontwikkelen. Sinds 2003 heeft de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) haar eigen lectoraat Bewegingswetenschappen.

Een centrale taak van het lectoraat is studenten overtuigen van de nut en noodzaak van onderzoeksvaardigheden, zodat zij beter zijn voorbereid en uitgerust om huidige tendensen te monitoren en te begeleiden. De gymleraar vervult namelijk een spilfunctie in de zorg voor kinderen.

Als aankomende gymdocenten goed leren monitoren en deze gegevens in kaart kunnen brengen en interpreteren, dan kunnen zij hun leerlingen waar nodig begeleiden bij het tegengaan van bijvoorbeeld obesitas, een grote bedreiging van de gezondheid van kinderen.

De belangrijkste activiteiten van het lectoraat zijn:

Onder de vlag van het onderzoeksprogramma Bewegingsonderwijs en Gezondheid verkent het lectoraat verschillende thema’s zoals de bevordering van beweeggedrag in het basisonderwijs. Aangezien kinderen en jongeren minder bewegen dan vroeger en obesitas op de loer ligt (40% heeft reeds overgewicht), is het van belang te weten welke meerwaarde het bewegingsonderwijs voor hen heeft.

Een tweede thema is gezond gedrag op de middelbare school. Ook de motorische ontwikkeling van kinderen is een belangrijk onderzoeksgebied voor het lectoraat. Overkoepelend is de introductie van een ICT-toepassing (concreet: de iPad) als 'personal assistant' van de leraar lichamelijke opvoeding. Hiermee wil het lectoraat nadrukkelijk inspelen op het onderwijs van de toekomst. 

Concrete doelen zijn:

  • bevordering beweeggedrag in het basisonderwijs;
  • bevordering gezond gedrag op de middelbare school;
  • introductie van tablets (iPads) in het bewegingsonderwijs;
  • meer zelfevaluatie door docenten lichamelijke opvoeding en focus op leerwinst van leerlingen;
  • aantonen van de meerwaarde van bewegingsonderwijs, onder meer in relatie tot cognitieve vaardigheden. 

Kenmerkend voor het lectoraat is het betrekken van scholen in de directe omgeving bij onderzoek. De ambitie is om aan elk onderzoeksthema een vaste opleidingsschool en één begeleidende docent te koppelen. Informatie is dan eenvoudig te clusteren. Studenten hebben sneller onderling contact en docenten krijgen een eigen specialisme. Dit komt de begeleiding ten goede. 

Tien jaar geleden werd alleen het vak ‘onderzoeksvaardigheden’ gegeven in het derde leerjaar. Inmiddels is een complete vierjarige leerlijn ‘Onderzoek’ ontwikkeld en ingevoerd in het onderwijsprogramma. In het eerste jaar krijgen ALO-studenten tegenwoordig vakken als literatuuronderzoek, taalbeheersing, meten en statistiek.

In het tweede jaar wordt de koppeling met de praktijk verder verstevigd met 'Meten in de Praktijk'. Hierbij meten studenten de motorische vaardigheid van kinderen met een iPad. Met de opgedane vaardigheden schrijven ze in het derde jaar een onderzoeksvoorstel en voeren dat uit. In het laatste jaar ronden ze hun opleiding af met een zelfstandig afstudeeronderzoek.

Gepubliceerd door  Kenniscentrum Bewegen, Sport en Voeding 24 augustus 2015

dhr.  H.M. Toussaint (Huub)

Lector Bewegingwetenschappen

h.toussaint@hva.nl
Bekijk profiel