Hogeschool van Amsterdam

Nederlands taaltoets

Hier vind je alle informatie die je nodig hebt om je voor te bereiden op de taaltoets Nederlands van het 21+-toelatingsonderzoek.

Toetsduur

  • 3 uur, onderverdeeld in lees- en schrijfvaardigheid
     

Leesvaardigheid

Je krijgt een leestekst met vragen die je schriftelijk moet beantwoorden. Getoetst wordt:

  • of je de tekst begrijpt;
  • of je in staat bent om verschillende leesstrategieën te hanteren.

De tekst gaat over een actueel onderwerp. Voor het begrijpen hiervan heb je geen speciale kennis nodig. De taal van de tekst lijkt, wat niveau betreft, op die van landelijke dagbladen zoals Volkskrant en NRC.

Met de vragen wordt getoetst of je:

  • de hoofdgedachte uit de tekst kunt halen;
  • een redenering, die zich over meerdere alinea’s uitstrekt, kunt volgen;
  • hoofdzaken van bijzaken kunt scheiden door een samenvatting te geven van een gedeelte uit de tekst. Je mag letterlijk stukken uit de tekst overschrijven.
  • de tekst verwerkt hebt: hoe zit de redenering in elkaar, klopt de redenering en is deze logisch, welke verbanden legt de schrijver/schrijfster tussen feiten en/of interpretaties en/of meningen;
  • verbanden tussen feiten en/of interpretaties en/of meningen ziet.

Let op:    

  • Schrijf je teveel informatie op, of als er een deel ontbreekt dan krijg je minder of geen punten.
  • Staat in de vraag expliciet dat het antwoord in eigen woorden moet worden weergegeven dan mag je niet letterlijk delen van de tekst overschrijven.
     

Schrijfvaardigheid

Je schrijft een betoog van ongeveer 500 woorden over een onderwerp dat gerelateerd is aan de tekst die je hebt gelezen.

Let op:

  • Je schrijft zelf een tekst. Je mag argumenten en redeneringen uit de oorspronkelijke tekst behandelen, maar je mag geen samenvatting schrijven van de tekst.
  • De tekst bevat voldoende argumenten en/of feiten.
  • De tekst bestaat niet alleen uit persoonlijke ervaringen. Je mag een gebeurtenis uit je eigen omgeving als voorbeeld gebruiken, maar je schrijft een tekst voor een algemeen publiek. Het voorbeeld moet relevant zijn voor anderen.

Tip: Door een voorbeeldexamen te maken, leer je hoe je de beschikbare tijd het beste indeelt.

Open vragen en opdrachten

Examentraining

Er wordt een  examentraining Nederlands aangeboden. Hiermee bereid je je voor op het betreffende onderdeel van het 21+-toelatingsonderzoek.

Overige voorbereidingsmogelijkheiden

Als voorbereiding kun je gebruik maken van: www.taalwinkel.nl. Dit is de taalwebsite van de UvA en de HvA.

  • kwaliteitskranten lezen;
  • opiniestukken analyseren;
  • andere betogen lezen.

Zo leer je hoe andere ervaren schrijvers teksten opbouwen, argumenten verwoorden en welke stijl zij gebruiken.

Voorbeeldexamen

Een voorbeeldexamen is beschikbaar.

Je bent geslaagd als je voor beide onderdelen (lees- én schrijfvaardigheid) een voldoende behaalt (minimaal een 6). Er wordt niet uitgegaan van een gemiddeld cijfer.

Haal je één onderdeel niet, dan moet je beide onderdelen herkansen.

Het gebruik van een woordenboek is toegestaan.

Gepubliceerd door  Dienst Studentenzaken 25 januari 2016